'Ze zeiden dat het niet zou stinken'

De dierenverzorgers van Universiteit Leiden

Marc de Haan

Door Petra Meijer

Het schoonmaken van aquaria, het vangen van vogels en het kweken van larven: universitaire dieren-verzorgers van de hebben geen doorsnee kantoorbaan. ‘Het werk is nooit af.’

‘Soms moet ik er mijn bed voor uit’

Davy de Witt (40)

Verzorger van de zebravisjes

‘Ik heb hier denk ik 20.000 zebravissen’, zegt Davy de Witt terwijl hij de grote hoeveelheid aquaria in zich opneemt. Ook hij lijkt onder de indruk van zijn snelle optelsom. ‘Dat is een hoop werk. Ze moeten drie keer per dag eten. De aquaria hoeven niet zo vaak schoon, maar met zoveel bakken is er altijd wel iets aan de beurt.’ Het overzetten van de vissen en het schoonmaken van een bak met negen kleine aquaria kost de Witt al snel anderhalf uur. ‘En dan hebben we het nog niet eens over de babykweek. De jongste visjes moeten vier keer per dag eten en worden elke dag schoongemaakt.’Zebravissen zijn gemakkelijk te kweken, hebben weinig ruimte nodig en de zebravisembryo’s vallen niet onder de proefdierwet. De visjes worden dan ook bij allerlei onderzoeken gebruikt. Zo kunnen de embryo’s bijvoorbeeld worden geïnjecteerd met kankercellen om de verspreiding door het lichaam te onderzoeken. ‘Maar ik houd me alleen bezig met het welzijn van de dieren’, zegt de Witt, van oorsprong plantenverzorger. ‘De meeste vissen zitten hier als back-up. Een bepaalde lijn wordt dan niet meer gebruikt voor onderzoek, maar je wilt ze wel houden.’De aquaria van vissen die wel voor onderzoek gebruikt worden zitten vol gekleurde plakkertjes. Daarop staat wanneer de vissen voor het laatst eitjes gelegd hebben. ‘Het kweken van zebravissen is simpel. Je zet een mannetje en een vrouwtje samen in een bakje met een schot ertussen. Als een onderzoeker om 10 uur eitjes wil, dan haal je om half 10 het schot weg. De bakjes hebben een speciale bodem. Dat is de truc: als de vissen een bodem zien eten ze hun eigen eitjes op. Hierin doen ze dat niet.’Met een tropische temperatuur van 27 graden lijkt de werkplek van de Witt comfortabel. Na een tijdje voelt de ruimte echter benauwd warm. Het monotone geruis van het water maakt het er niet beter op. ‘Het went,’ zegt de Witt. ‘Meestal zet ik de muziek aan, dat breekt het geluid.’ De Witt is blij met zijn baan. ‘Het is leuk, maar wel jammer dat je nooit klaar bent.’ In het geval van de Witt wel heel letterlijk. Hij draagt altijd een pieper bij zich. ‘Als er een storing is moet ik mijn bed uit.’ Erg vind hij het niet. ‘Het hoort erbij. Dat weet je als je met beesten werkt.’

‘Een muis is in een week weg’

Kees Koops (42)

Verzorger van de doodgravers (aaskevers)

'Deze kevers hebben een bijzondere vorm van broedzorg', zegt Kees Koops terwijl hij het deksel van een plastic ijsbakje losmaakt. In het bakje zit geen ijs, maar aarde. Daarop ligt een bolletje rottend vlees. Het aangrenzende staartje verraadt vaag de vormen van een dode muis. In de muizenbuik krioelt een dertigtal dikke larven. 'Voor aanvang van het project hadden ze me verteld dat het niet zo zou stinken', zegt Koops. 'Dat valt wel een beetje tegen.'
Toch vindt hij de zorg voor de aaskevers fascinerend. 'Als we een mannetje en een vrouwtje met een dode muis in een bakje zetten, gaan ze meteen aan de slag. Eerst wordt de muis helemaal geprepareerd. De kevers halen de haren eraf en de ingewanden eruit, want die gaan als eerste rotten. Ook smeren ze de muis in met een soort antibioticum, zodat hij minder snel vergaat. Ze willen hem zo lang mogelijk als voedingsbodem voor hun larven gebruiken, voordat de bacteriën toeslaan.'
Dit is ook de reden dat de aaskevers in het Silvius belandden. Daniel Rozen, die onderzoek doet naar bacteriën, raakte geïnteresseerd in de concurrentie tussen bacteriën en aaskevers. Een deel van de aaskevers kreeg Koops als pop opgestuurd. Een ander deel ving hij zelf – met behulp van speciale vallen met daarin rotte vis - in de Leidse Hout.
'Nu ben ik vooral druk met kweken. Dat gaat heel snel. De kevers toveren een dode muis binnen een paar dagen om tot een bolletje waarin ze hun eitjes leggen. De larven eten de muis binnen een week op. Daarna gaan ze verpoppen.' Koops wijst naar een stapel glazen potjes. 'Deze zijn pas uitgekomen. Ik geef ze twee keer per week een stukje kippenlever. De muizen kopen we bij een bedrijf voor reptielhouders.' In de toekomst zou Koops graag overgebleven muizen van het Leids Universitair Medisch Centrum of het Gorlaeus gebruiken. 'Dat vind ik toch ethischer.'
Voordat Koops met de aaskevers aan de slag ging, was hij al werkzaam bij de vakgroep evolutiebiologie. Hij verzorgde de vlinders en de fruitvliegjes. 'Na een reorganisatie zijn de aaskevers als het ware op mijn pad gekomen', zegt Koops, terwijl hij met blote handen een dode muis uit een bakje tilt. Met zijn pincet woelt hij in de onderliggende aarde, op zoek naar zijn oranje doodgravers. 'Het was wel even wennen, maar ik ben niet zo snel vies van dingen.'

‘Ze poepen op oude Mares’

Sabine de Schaaf (25)

Verzorger van de zebravinkjes

'Voordat ik zebravinkjes ging verzorgen werkte ik bij de VU met proefdieren. Ik verzorgde muizen en ratten in een steriele omgeving. Nu sta ik tussen de kwetterende vogeltjes en met elk eitje of kuikentje ben ik weer blij verrast. Dat is toch een stuk leuker', zegt Sabine de Schaaf.
De zebravinkjes die ze verzorgt, worden vooral gebruikt bij gedragsexperimenten. Elke vogel heeft een uniek liedje. Onderzoekers nemen de liedjes op en kijken of de vogel zijn eigen liedje boven andere deuntjes verkiest. 'Als ik fluit, dan reageren de vogels ook meteen en klinkt er een explosie van geluid.'
De vogels – 225 stuks – houden haar aardig bezig. Drie keer in de week krijgen ze voer en vers water. Daarnaast moeten alle bakjes, nestkastjes, watertorens en volières worden schoongemaakt. 'Ze maken er soms een behoorlijke troep van. Na het weekend is de vloer bezaaid met veertjes, stukjes kranten, zaadjes en zand.'
Het schoonmaken van de kooiten en volières gebeurt met de hand. 'De vogels poepen op oude nummers van Mare', bekent de Schaaf grinnikend. 'Toch duurt het vangen misschien wel langer dan het schoonmaken. Kijk maar wat er gebeurt als ik het netje pak.' Ze heeft het netje nauwelijks in haar handen of de vogels beginnen druk rond te vliegen.
'Soms willen onderzoekers een specifieke vogel hebben, maar de ringetjes zijn te klein om op afstand af te lezen. Dan moet ik alle vogels vangen tot ik het juiste nummer heb. Bovendien ontsnapt er wel eens een. Die gaat dan natuurlijk midden op de volière zitten, zodat je er niet bij kunt.'
Normaal gesproken is De Schaaf ook druk met het fokken van de vogels. Ze moet de jonge vogels ringen, ze meet de vleugel- en pootlengte en noteert het gewicht. 'Maar momenteel ligt het helemaal stil. Misschien zijn de vogels te gestrest. Er is maar één nestkastje in gebruik.' De Schaaf trekt het kastje naar voren. In het midden liggen vijf piepkleine eitjes. 'Uit een van de eitjes was al een kuikentje gekomen,' vertelt ze. 'Het leek al niet zo goed te gaan. Later bleek dat de ouders de andere eitjes gewoon bovenop hem hadden gelegd. Dat was best sneu.' De Schaaf wijst op de donkere eitjes. 'Deze lijken bevrucht, maar het zal me benieuwen of er wat uit komt.'

‘Ze zijn niet zo veeleisend’

Saeed Katiraei (28) en Cessa Rauch (23)
Verzorgers van de groene wierslakken (Elysia viridis)

'Elysia's lijken simpele zeenaaktslakjes, maar het zijn eigenlijk übercoole beesten', zegt biologiestudente Cessa Rauch. 'Ze slurpen de bladgroenkorrels (chloroplasten) uit zeewier maar verteren deze vervolgens niet. De bladgroenkorrels blijven achter in het darmenstelsel. Omdat de slakjes doorzichtig zijn en in ondiep water leven, vangen de bladgroenkorrels nog steeds zonlicht op. Daarom gaat de fotosynthese gewoon door, maar dan in het beest.'
'We hebben een speciale machine waarmee we de fotosynthese activiteit van de beestjes kunnen weergeven', vertelt student Life Science and Technology (LST) Saeed Katiraei. 'Het zeewier geeft een andere activiteit aan dan de Elysia's, terwijl het om dezelfde bladgroenkorrels gaat. We willen graag weten hoe dat komt.'
De zeenaaktslakken komen vrij algemeen voor. Rauch verzamelde ze al snorkelend in Normandië en tijdens het duiken in Zeeland. 'Het zijn best taaie beestjes. In een fles met zeewater hebben ze de lange autoreis prima overleefd. We willen op korte termijn grotere aquaria installeren en meer Elysia's verzamelen. Dit was alleen nog maar een pilot onder leiding van fotosyntheseman Huub de Groot.' Katiraei: 'In termen van rakettechnologie moeten we de V2-raket nog uitvinden. We zijn in het beginstadium van het beginstadium.'
Volgens Katiraei zijn de zeenaaktslakjes niet zo veeleisend. 'Ze staan in een donkere koelruimte. Omdat er geen daglicht doordringt hebben we in de aquariumzaak speciale daglichtlampen gekocht. Deze bevatten het hele zonlichtspectrum, zodat er nog steeds fotosynthese plaats kan vinden.'
Rauch: 'Je hoeft de slakken nauwelijks eten te geven. Eens per maand zorgen we voor wat vers codium zeewier. De bakjes worden twee keer per week schoongemaakt.' Katiraei vult aan: 'De zorg voor de Elysia's is een aangename afwisseling van mijn andere werkzaamheden.'
Als Katiraei afstudeert neemt Rauch de verzorging over. 'Het is ook wel handig om er een bioloog bij te hebben voor het beest. Ik zit niet alleen maar naar het DNA te staren', zegt ze met een steelse blik naar Katiraei. 'Maar ik vind het wel jammer dat hij straks weggaat. Dan sta ik er helemaal alleen voor.' Katiraei: 'Als je koffie zet wil ik best af en toe langskomen.'

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Lezend de crisis uit

Gastschrijver Willem Jan Otten denkt niet dat hij iemand het vak van schrijver kan leren. …

Wetenschap

Studentenleven

Rubrieken