Mare Nummer 30     26 mei 2011

30
‘Je kunt nog met een gerust hart de varkens op de kinderboerderij een aai over de bol geven.’
FOTO: Taco van der Eb
Boosdoener in dikke darm
Bacterie die ziekenhuisinfectie veroorzaakt ook teruggevonden in varkenstallen

De bacterie Clostridium difficile maakt onnodig veel slachtoffers in ziekenhuizen in Nederland en andere Europese landen. Bovendien is hij ongevoelig voor de meeste antibiotica. ‘De huidige situatie is niet te verbeteren, alleen te handhaven.’

DOOR BERIT SINTERNIKLAAS Je bent minder menselijk dan je zelf denkt. In je lichaam zitten namelijk meer dan tien keer zoveel bacteriecellen als menselijke cellen. Alleen al op je huid zitten er tussen de vijf- en tienduizend per vierkante centimeter. De hele wand van de dikke darm is bedekt met ruim een kilo bacteriën. En dat is maar goed ook. Ze produceren vitamines en breken stoffen af die het lichaam zelf niet kan afbreken.

Alleen: niet alle bacteriën doen goed werk. Sommige veroorzaken infecties. Clostridium difficile is zo’n boosdoener. Ed Kuijper, arts en microbioloog, is hoofd van de afdeling experimentele microbiologie in het Leids Universitair Medisch Centrum. Samen met zijn onderzoeksgroep bestudeert hij Clostridium difficile. De bacterie, die overal voorkomt, wordt meestal tijdelijk gevonden in het darmkanaal van zowel mensen als dieren. De ziekte die de bacterie bij mensen kan veroorzaken is het meest bekend als een ziekenhuisinfectie.

Kuijper: ‘In een ziekenhuisomgeving voelt een bacterie zich niet helemaal op zijn gemak. Hij denkt: “Verdorie, ik ben aan het uitdrogen”. In reactie daarop maakt hij een overlevingsvorm van zichzelf met een hele dikke wand, waardoor hij niet kwetsbaar is: een spore. Die kan maanden tot jaren blijven bestaan en is niet vatbaar voor schoonmaakmiddelen die in ziekenhuizen worden gebruikt. Bij mensen die toch al vatbaar zijn kunnen die sporen makkelijk een infectie veroorzaken.’

Na besmetting met deze bacterie krijgen patiënten last van diarree. Een risicofactor voor het oplopen van zo’n infectie is het gebruik van antibiotica. In het maagdarmkanaal zit een enorm bonte verzameling van allerlei bacteriën. Die verhouding tussen goede en slechte bacteriën wordt verstoord door antibioticagebruik – en na een antibioticakuur kan die verstoorde darmflora drie maanden aanhouden. Tijdens deze kwetsbare periode verliezen de goede bacteriën hun plaatsje op het slijmvlies. Deze plek wordt ingenomen door andere, slechte bacteriën, zoals de Clostridium difficile.

Als de bacterie eenmaal in de darmwand is genesteld, gaat ze gifstoffen produceren. Een menselijke darmcel krijgt zijn vorm doordat er een soort skelet in zit. De toxines die door de bacterie worden gemaakt, vallen dit skelet aan. Gevolg: de hele cel stort in elkaar. Bij een hele ernstige infectie verdwijnt soms het hele slijmvlies van de dikke darm, dat heel belangrijk is voor de opname van water uit de ontlasting. Als deze opname wordt verstoord, krijg je waterige ontlasting. Oftewel, diarree.

Deze infectie is lastig te bestrijden met de reguliere middelen. Clostridium difficile is namelijk ongevoelig voor de meeste soorten antibiotica. De antibiotica waartegen de bacterie resistent is, breekt ze af met een eigengemaakte stof – zelfs als de bacterie het antibioticum al heeft opgenomen. Een andere overlevingsstrategie is het ondringbaar maken van de celwand, waardoor de antibiotica niet kan binnenkomen.

Er zijn slechts twee soorten antibiotica die wel werken. Kuijper: ‘Het gevaar is dat die straks ook niet meer werkzaam zullen zijn. Als de bacterie resistent wordt tegen deze middelen, hebben we echt een groot probleem. We verbazen ons erover dat dit nog niet is gebeurd. De huidige situatie met betrekking tot voor alle antibiotica ongevoelige bacteriën, is niet meer te verbeteren. We kunnen het alleen maar accepteren en handhaven op het niveau zoals het nu is.’ Het enige advies dat Kuijper heeft om de ontwikkeling te stabiliseren is het terugdringen van onnodig antibioticagebruik bij zowel dieren als mensen in Europa. Oplossingen zijn nog niet bedacht. ‘Het is een angstvallige ontwikkeling’, aldus de onderzoeker.

Op het gebied van het bestrijden van de infectie ziet Kuijper nog wel verbeterpunten. Nederland zit rond het Europese gemiddelde wat betreft infecties met Clostridium difficile in ziekenhuizen. Van elke tienduizend mensen die worden opgenomen in een ziekenhuis, raken er tussen de vijftien en twintig besmet. Vijf procent van de patiënten overlijdt aan de infectie. Dit percentage is veel hoger dan het aantal mensen dat jaarlijks overlijdt aan andere bacteriële ziekenhuisinfecties. Kuijper denk dat op dit vlak in Nederland en Europa nog een hoop te winnen is. ‘Het hoge aantal sterfgevallen is te wijten aan onvoldoende aandacht voor deze infectie in de ziekenhuizen. Veel overlijdensgevallen zijn te voorkomen’, aldus de onderzoeker.

Maar waar komt de bacterie vandaan? Het vermoeden bestaat dat de bacterie over wordt gedragen van varken op mens of andersom. Uit onderzoek in varkensstallen in Nederland bleek dat bijna alle varkens de bacterie bij zich dragen. Vooral jonge biggetjes zijn er ziek van, die krijgen echt diarree. ‘Het blijkt uit ons onderzoek dat de bacterie die bij de varkens wordt gevonden genetisch bijna identiek is aan de variant die bij mensen wordt gevonden. Dat kan bijna geen toeval zijn. Een direct verband tussen het eten van varkensvlees en een uitbraak van ziekte onder mensen hebben we echter nog niet aangetoond. Onderzoek van voedselproducten leverde ook geen aanwijzingen op. ‘Je kunt nog met een gerust hart de varkens op de kinderboerderij een aai over de bol geven’, aldus Kuijper.

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook