Mare Nummer 27     21 april 2011

27

FOTO:
Het zijn net mensen
Ook zebravinken horen het verschil tussen de verschillende woorden

Een Leidse promovenda die vogelzang onderzocht, ontdekte dat zebravinkjes het verschil kunnen horen tussen de woorden ‘wit’ en ‘wet’. ‘Men zei altijd dat dat uniek was voor mensen.’

DOOR BART BRAUN In een wereldberoemd taalexperiment had het proefkonijn, Alex, moeite met het uitspreken van het woord Apple. Maar hij had al eerder bananen gegeten, en kersen (cherry), en daar kende hij wel de woorden voor. Een appel, dat was wat hem betreft een banerry.

Dat Alex moeite had met het woord is overigens niet verwonderlijk: dat kan je moeilijk uitspreken met een snavel. Hij was papegaai; een grijze roodstaart om precies te zijn. Hij is zo beroemd geworden omdat hij leek te snappen wat hij allemaal zei: hij kon van objecten die hij nog niet eerder had gezien vertellen welke kleur ze hadden, welke er groter was dan de andere en nog een heleboel andere kunststukjes waarvan ouders trots in hun handen klappen als hun kindje het voor het eerst doet.

Toen hij stierf in 2007 was Alex volgens zijn verzorgers ongeveer even slim als een mensenkind van vijf jaar oud. Hij heeft talloze televisieoptredens gedaan, waarbij de toeschouwers keer op keer onder de indruk waren van zijn kunnen. Dat kwam echter ook doordat de papegaai de mensentaal zo goed imiteerde. Als Alex een slingeraapje was geweest dat communiceerde door gebaren te maken met zijn staart, had hij iets net zo slims gedaan, maar vielen de mensen niet van hun stoel.

Alex was 31 toen hij stierf, en dat is jong voor een grijze roodstaart. Het is maar een van de nadelen die papegaaien als proefdieren hebben. Het Instituut Biologie Leiden gebruikt liever zebravinken om onderzoek te doen naar de geluiden die vogels maken. Zebravinken zingen niet vanzelf: ze moeten liedjes horen om later zelf te kunnen zingen. Dat maakt ze geschikt als model voor de taalontwikkeling bij mensen, en samen met taal- en hersenwetenschappers onderzoeken de biologen de overeenkomsten tussen taalontwikkeling bij mensen en zangontwikkeling bij vogels.

Een van die biologen is Verena Ohms, die volgende maand hoopt te promoveren. Om uit te leggen wat ze precies heeft gedaan laat ze een spectrogram zien, een visuele weergave van geluid, in dit geval menselijke spraak. ‘Menselijke taal bestaat uit verschillende frequenties. Sommige daarvan zijn luider dan andere, en die zie je als zwarte banden in je spectrogram. Dat zijn resonanties van het spraakkanaal: de laagste band ontstaat in de keelholte, de tweede ontstaat door resonantie in de mondholte.’ Zulke resonanties heten met een vakterm formanten, en in de menselijke taal bepalen ze vooral de klinkers. ‘De klank “Aa” heeft andere formant-frequenties dan de “Ee” of de “Ii”’, aldus Ohms.

Ze onderzocht hoe vogels zulke formanten produceren en gebruiken, onder meer door naar röntgenfilms van vogels te kijken. ‘Veel vogels produceren een zang die alleen uit pure tonen bestaat, maar bij zebravinken zit er meer structuur in en zijn de geluiden complexer.’ Bij zangvogels resoneert de mondholte; ze kunnen het geluid veranderen door hun snavel verder open of dicht te doen. ‘Zebravinken trekken hun luchtpijp samen voordat ze gaan zingen, maar tijdens de zang gebeurt er niets. Bij mijn andere proefdieren, monniksparkieten, beweegt er juist heel veel; zij kunnen ook daarmee formanten produceren.’

Ohms is voorzichtig als ze het over het gebruik van formanten moet hebben. ‘Mensen gebruiken ze niet alleen om klanken te produceren, maar ook om bijvoorbeeld te bepalen hoe groot iemand is. Vrouwen vinden mannen met lage formanten aantrekkelijker, dus formanten geven ook informatie over hoe geschikt iemand is als partner. Hetzelfde zie je bij het burlen van edelherten. Je zou dus verwachten dat formanten bij zebravinken ook een rol spelen, maar dat hebben we nog niet vast kunnen stellen. De grote vraag is ook in hoeverre dieren controle hebben over hun klanken. Wij kunnen dat, maar die herten gaan niet met hun klanken spelen, en er informatie aan koppelen. Maar als er dieren zijn die dat wel kunnen, dan zijn dat heel waarschijnlijk zangvogels en parkieten. Zelf zou ik Alex beschouwen als bewijs dat vogels geluiden kunnen koppelen aan informatie.’

In elk geval zijn vogels wel goed in het onderscheiden van formanten. Als twee mensen dezelfde zin uitspreken, klinkt dat heel anders en ziet het er in een spectrogram ook heel anders uit. Dat maakt echter weinig uit, want onze hersenen zijn heel goed in het filteren van de dingen die juist wel hetzelfde zijn, zoals de verhouding tussen de lage en de hoge formant.

‘Men zei altijd dat dat uniek was voor mensen’, vertelt Ohms. Met een experiment bewees ze het tegendeel. Zebravinkjes kunnen het namelijk ook: als je ze traint om het verschil te horen tussen de woorden “wit” en “wet”, kunnen ze dat ook als iemand die ze nog nooit eerder gehoord hebben die woorden uitspreekt.

Bij parkieten en papegaaien speelt de tong een veel grotere rol bij het maken van geluid dan bij zebravinken. Dat komt onder meer omdat zebravinken een smal en stevig tongetje hebben. Die van papegaaien is breder en flexibeler, meer als die van mensen. Door je tong te bewegen verander je de grote van de mondholte, en zo vormen verschillende formanten. Om menselijke spraak na te kunnen doen is het overigens niet essentieel; kraaien en kauwtjes kunnen ook ‘praten’, ondanks hun smalle en stijve tongen.

Zo’n tong ontstaat evolutionair gezien niet om mee te praten, maar als aanpassing op het voedingspatroon. Pas als je de tong hebt, kan verdere evolutie spraak mogelijk maken. Ter vergelijking: chimpansees hebben ook een lange en redelijk flexibele tong. Ze kunnen er wel mee tongzoenen, maar niet mee spreken of zingen. ‘Een chimpanseetong heeft veel minder bewegingsruimte in de mond dan die van mensen’, aldus Ohms. ‘Zelfs als ze zouden willen praten, kunnen ze het niet.’


Verena Ohms, Speech across Species, promotie op 3 mei

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook