Mare Nummer 05     07 oktober 2010

05
Elitaire kutstudent

Het is drie oktober, het jaarlijkse PauperFest is weer aan de gang, en wij studenten zitten op de eerste rij aapjes te kijken. Zomaar een bloemlezing: ‘Zijn de sociale werkplaatsen gesloten?’, ‘Kijk, de lokale bevolking wordt weer eens uitgelaten’, en mijn persoonlijke favoriet: ‘Mijn god, het is net een eiland hier.’

Door de fantastische timing – de dag nadat het CDA-congres met een door Wilders geleid minderheidskabinet instemde – had de stoet Leienaren dit jaar ook iets weg van een overwinningsparade. Het volk heeft gesproken, en wij weldenkende studenten hebben het nakijken.

Oh paupers, waarom toch Wilders? Ik ging op onderzoek uit. Was het moeilijk een op Wilders stemmende Leienaar te vinden? Nee. De eerste persoon die ik aansprak, in Café De Trechter, was een buschauffeuse. ‘En als er dan iemand in mijn bus stapt met zo een boerka aan dan weet ik echt niet wat er onder zit. Zou zo maar een bom kunnen zijn!’

Een ijzersterke redenering. Toen ik daartegenin bracht dat moslimterroristen nog nooit daadwerkelijk iets in Nederland gedaan hadden, riep ze met overslaande stem dat ik onder een steen leefde. Toen ze toegaf dat ze nog nooit een boerka in haar bus had mogen ontvangen, beschuldigde ze me ervan dat ik een elitaire kutstudent was.

Touché. Elitair genoeg om me onwillekeurig even een wereld voor te stellen waar dit soort mensen geen stemrecht hebben.

Dat maatschappelijke randverschijnselen als boerkadragers zulk heftige reacties kunnen oproepen is sinds de jaren ’70 onder de noemer ‘morele paniek’ uitgebreid gedocumenteerd. Dit fascinerende verschijnsel ontstaat als een klein groepje mensen in beeld komt dat ogenschijnlijk de sociale orde bedreigt. Daar kunnen wij natuurlijk niet mee omgaan, met als gevolg dat we opeens overal pedofielen, terroristen of satanische sekten zien, terwijl er in feite niets bijzonders aan de hand is.

Aan deze rasechte en aan morele paniek lijdende Leidse pauper moest ik denken, toen ik op twee oktober een kennis tegenkwam. Ademloos vertelde het blonde Minerva-meisje me dat ze niet over straat durfde in haar geliefde jaarclubbomberjack, uit angst voor reacties van de lokale bevolking. Dat zou natuurlijk een mooie ironie kunnen zijn: paupers zijn bang voor terroristen, maar ondertussen terroriseren ze zelf weerloze jaarclubjes. Ware het niet dat het Minerva-meisje zichtbaar genoot van haar benarde situatie. Met ogen groot van opwinding memoreerde ze hoe een aantal Leienaren haar dubieuze opmerkingen toewierpen, naar aanleiding van haar clubnaam.

‘Aandacht!’ leek ze te willen roepen. ‘Eindelijk aandacht van echte mannen, in plaats van die verwijfde studenten!’

Misschien ook niet. Maar laten we eerlijk zijn: paupers zijn wel fascinerend. Niet alleen op drie oktober weten ze te entertainen, ook doordeweeks houden programma’s als ‘Jersey Shore’ en ‘Oh Oh Cherso’ ons op de bank, om te griezelen van de ongelooflijke stupiditeit die de deelnemers tentoonstellen. Vergeet die terroristen. Dit is pas een groep die onze sociale orde bedreigt!

Wat een onzin. Voor mijn stage heb ik een tijd meegereden met een vuilniswagen. Sommigen konden niet eens lezen en schrijven. Maar het waren stuk voor stuk fantastische mensen, die de meest ingewikkelde theorieën over duurzame ontwikkeling konden volgen, als ik maar de juiste woorden gebruikte.

Programma’s die gemaakt zijn om te laten zien hoe dom sommige mensen zijn, zijn meer voer voor onze morele paniek dan dat ze iets met de realiteit te maken hebben. Maar goed, ze worden er niet minder leuk om. Als we maar in het achterhoofd houden dat we vooral naar onszelf aan het kijken zijn.


Benjamin Sprecher is student Industrial Ecology

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook