Mare Nummer 05     07 oktober 2010

05
Een medewerkster van de Amerikaans snackbar Heart Attack Grill. Mensen boven de 160 kilo eten er gratis en worden na de maaltijd met een rolstoel naar hun auto gebracht. Op het menu staan onder andere de Quadruple Bypass Burger en filterloze sigaretten.
FOTO: Wayne Parham Photography
Van puur vet word je niet dik
Grip krijgen op obesitas met vetgemeste muizen

Door muizen vet te mesten, wist een Leidse voedingswetenschapper de ongezonde effecten van vet vast te pinnen op één enkel vetzuur.

DOOR BART BRAUN Soms ben je echt wat je eet. Als je maar genoeg worteltjes eet, word je oranje. Teveel suiker, en je urine wordt zoet. En van te veel vette happen krijg je zelf vetrolletjes.

Maar ligt dat dan aan het vet, of aan het veel? Er zit relatief veel energie in een gram vet, dus als je op je calorieën wil letten, is vet een goed begin. Een volwassen vrouw heeft volgens het Voedingscentrum een energiebehoefte van 2000 kilocalorieën. Als ze na het stappen een kapsalon wegwerkt, zit ze al grofweg op de helft.

Maar stel nou dat je op de lijn let, maar wel vet wil eten? Netjes precies die tweeduizend kcal opeten, maar wel voor een groot gedeelte in de vorm van vet? Kan dat kwaad?

‘Kijk eens in de vakliteratuur hoeveel bewijs er is dat diëten met veel vet obesitas veroorzaken’, vertelt voedingswetenschapper Sjoerd van den Berg. ‘Dat is er niet. De onderzoekers roepen welles-nietes tegen elkaar, en de resultaten van epidemiologie en laboratoriumonderzoek spreken elkaar tegen. Als je alleen maar puur vet zou eten, word je niet dik.’

Bij gebrek aan makkelijk verbrandbare koolhydraten gaat je lichaam dan vetmoleculen in kleine stukjes breken, en die verbranden. Dat proces heet ketose, en het was de voornaamste truc achter het Atkins-dieet. Wetenschappers zijn er nog niet uit of dat nou echt ongezond is, maar ze zijn het wel eens over het feit dat je ervan gaat stinken naar aceton. ‘Pas als je veel vet en veel koolhydraten eet, dan ben je slecht bezig.’

Van den Berg promoveerde deze week op zijn onderzoek naar vetrijke voedingspatronen bij muizen.

In één van zijn proeven liet hij twee groepen muizen verschillende soorten vet eten. De ene groep kreeg muizenvoer met palmolie, de andere groep kreeg muizenvoer met rundervet. Bij allebei kwam 45 procent van de calorieën uit vet. Een derde groep muizen kreeg standaard muizenvoer. Van allebei de vetrijke diëten werden de muizen dikker, en van allebei ruwweg even dik. De muizen die palmolie aten, vertoonden echter meer insulineresistentie.

‘Insulineresistentie is een voorloper van diabetes type 2’, legt Van den Berg uit. ‘Het is onbekend vanaf welk punt het onomkeerbaar is, maar om diabetes te krijgen, moet je eerst insulineresistentie hebben.’ Ongeveer een kwart van de mensen met obesitas ontwikkelt suikerziekte. ‘Ernstig overgewicht is niet alleen een probleem voor hart- en vaatziekten, maar ook voor diabetes.’

Toch wil het resultaat volgens hem niet zeggen dat palmolie ongezonder is dan rundervet. ‘Dat laatste zorgt ervoor dat specifiek de lever resistent wordt voor insuline. Ze zijn allebei ongezond, maar op verschillende manieren.’

Twee soorten vet, twee verschillende resultaten. De volgende vraag is wat er nu precies in die vetten zit dat daarvoor zorgt. Rundervet is niet één stof; het bestaat uit zeven verschillende vetzuren, en minstens twintig verschillende triglyceriden, de bouwstenen van vetzuren.

Van den Berg koos één vetzuur dat vooral voorkomt in dierlijk vet: stearinezuur. Het is een verzadigd vetzuur, met een relatief lange keten. Dat bleek dezelfde gevolgen te hebben als de verzamelde vetten in rundervet of reuzel: blijkbaar was het die stof die het dierlijke vet zo ongezond maakt. ‘Een vetzuur dat veel voorkomt in onze voeding, veroorzaakt bij muizen obesitas en insulineresistentie van de lever.’ Of het ook voor mensen opgaat, heeft hij niet aangetoond, en ook niet of al die andere vetzuren en triglycerides gezonder of juist schadelijker zijn. Wie er alvast mee aan de slag wil, moet minderen met dierlijke vetten. Rustig aan dus met die kapsalons.


Afvalpil blijft risky business

In 1989 werd in London een meisje geboren dat er gezond en normaal uitzag. Voor even. Ze at alles dat haar voor de mond kwam, en huilde als het eten op was. Toen ze zes was, woog ze 65 kilo, en waren haar dijen zo dik dat ze haar voeten niet meer plat op de grond kon zetten. Haar ouders zetten sloten op de keukenkastjes, maar ze at rauwe vissticks uit de vriezer en friet uit de afvalbakken op straat. Ze had simpelweg altijd honger.

Normaal gesproken heeft het menselijk lichaam een complex team van hormonen die ervoor zorgen dat je op tijd honger krijgt, en hormonen die zorgen dat je weet dat je vol zit als je genoeg hebt gegeten. Het meisje kon één van die stoffen niet aanmaken. Er bestaat een muizenstam met precies dezelfde mutatie; in vaktermen de ob/ob-muis. Hoe ouder ze worden, hoe vetter ze groeien. Uiteindelijk blijft een levend balletje bont over. ‘Soms moet je ze prikken met je vinger om te zien wat de voorkant is’, aldus Van den Berg.

Dankzij onderzoek aan de muizen kon vastgesteld worden welke stof het meisje miste: leptine. Geef die muizen leptine, en ze veranderen in een gewone muis. Het meisje is inmiddels een vrouw van normaal postuur.

En als je leptine aan andere dikke mensen geeft? Dan gebeurt er geen moer. Met dikke mensen is vrijwel altijd wat anders aan de hand dan met die muizen.

Dat betekent niet dat de muizen nu geen nut meer hebben. Ze kunnen gebruikt worden om andere eetlustremmers op te testen, bijvoorbeeld. Bij een muis met heel veel eetlust zijn de effecten duidelijker zichtbaar.

Van den Berg deed zo’n proef. Hij gebruikte een stof met de welluidende naam N-(5-adamantaan-1-yl-methoxy-pentyl)-deoxynojirimycine. Die grijpt aan op een ander hormoon in het honger- en verzadigingsteam: PYY. Het werkt: de ob/ob-muizen werden minder dik als ze het pilletje kregen.

Dikke lezers hoeven niet teveel hoop te hebben: het merendeel van de stoffen die waar dan ook tegen helpen bij muizen, komen nooit op de markt voor mensen omdat ze teveel bijwerkingen hebben. En de afvalpillen die wèl op de markt kwamen, hoorden daar lang niet allemaal thuis. Van Fen-phen kreeg je hartproblemen, van Rimonabant zelfmoordneigingen.

‘Het nadeel van pillen is dat ze tussen je oren werken. Ze zorgen ervoor dat je niet meer blij wordt van eten, maar je mist ook de blijheid die je zou krijgen van je hond of je vrouw. Pillen zullen soms helpen om af te vallen, maar altijd maar op zekere hoogte’, aldus Van den Berg.

‘Zo’n onderzoek als dit is prima om wetenschap mee te bedrijven: het helpt je begrijpen van PYY precies doet. Maar ik zou niemand aanraden om chemisch af te vallen.’

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook