Mare Nummer 28     22 april 2010

28
‘Als iemand tegen me begint te schreeuwen, weet ik: die persoon is niet boos op mij, maar op zichzelf.’
FOTO: Taco van der Eb
Achter de microfoon vandaan
Radiomaker wilde niet meer over, maar met probleemjongeren praten

Hij was een bekroond programmamaker voor de Wereldomroep maar besloot het roer om te gooien. Nu is Max Ohlenschlager (32) jeugdwerker en studeert hij pedagogiek in Leiden. ‘Je moet tegen een stootje kunnen.’

DOOR FRANK PROVOOST ‘Ik wilde een documentaire maken over Somalische ama’s, alleenstaande minderjarige asielzoekers die begin jaren negentig naar Nederland waren gevlucht. Ik was benieuwd hoe het met ze ging, tien jaar na aankomst. Maar hoe vertel je het verhaal van zo’n grote groep in een radiodocumentaire? Ik vond twee meiden die op hun eigen manier beschreven hoe de oorlog hen naar Nederland had gedreven. Een kwam er uit Mogadishu: zij hoorde de bommen letterlijk op straat vallen. De ander woonde op het platteland en snapte helemaal niet wat er gebeurde. Toen ze groepen mensen naar de bergen zag vluchten, is ze er achteraan gegaan. Zo krijg je een totaal ander beeld van dezelfde oorlog.

‘Het heeft me heel wat energie gekost om dat verhaal vol emoties en trauma’s eruit te krijgen. Zulke gesprekken vereisen intimiteit. Het praat makkelijker onder vier ogen dan met allerlei mensen (regisseur, cameraman, geluidsman) om je heen. Radio is wat dat betreft perfect. Je bent extreem onafhankelijk. Een recordertje heb je nodig en dat is het.

‘Uiteindelijk had ik uren materiaal. Na eindeloos knippen en plakken werd het de uitzending waarop ik het meest trots was. Toen belde mijn baas, ik vergeet het nooit. Hij zei: “Je hebt een award gewonnen van de Asian Broadcasting Union. Heb je zin om die in Japan te gaan ophalen?” Dat had ik wel. In Tokio daalde ik voor een volle zaal van een showbizztrap af. Na de uitreiking traden er bekende Japanse artiesten op. De ceremonie werd op televisie uitgezonden.

‘Weet je wat bizar is als je voor de Wereldomroep werkt? Dat je fanmail krijgt uit plekken waarvan je nog nooit hebt gehoord. De meeste Nederlanders kennen ons enkel van de camping in Frankrijk, om even het laatste nieuws te luisteren. Maar er zijn heel wat mensen in het buitenland die behoefte hebben aan een onafhankelijke zender. Die kiezen vaak voor de BBC World Service, maar ook het Engelstalige Radio Netherlands heeft een belangrijke stem. Ons jongerenprogramma Roughly Speaking had luisteraars over de hele wereld, voornamelijk Afrika en India. Uit brieven van truckchauffeurs bleek opeens dat we in Canada na de reguliere programmering op de FM werden uitgezonden. Een verpleegster schreef dat ze altijd tijdens haar nachtdienst luisterde.

‘Toen ik die prijs had gewonnen, ging ik reflecteren. Ik was 24 en had kennelijk talent om radio te maken. Welke uitzendingen waren er werkelijk blijven hangen? Dat bleken de reportages te zijn over jongeren die het moeilijk hadden. Moest ik dat blijven doen? Het was namelijk heel macro: ik zond met één microfoon uit naar de wereld. Ik wilde micro: niet over maar met probleemjongeren praten, een op een met ze werken. Ik moest achter die microfoon vandaan.

‘Zo kwam ik terecht bij een kamertrainingscentrum in Rotterdam. Dat is een huis voor tieners die niet meer thuis kunnen wonen. Ik werd hun mentor en leerde ze om op tijd op te staan, koken, wassen, administratie doen, stage zoeken. Tegelijkertijd begon ik aan de hbo-opleiding sociaal pedagogische hulpverlening. Maar daar miste ik de verdieping. Daarom ben ik pedagogiek in Leiden gaan doen.

‘Ik ben blij dat ik werk en studeer tegelijk. De kennis in mijn studie kan ik kwijt in de praktijk en mijn praktijkervaring maakt het studeren makkelijker. Ik had laatst een keuzevak over kindermishandeling. Hoe vaak komt het voor? Wat zijn de risicofactoren? Die kennis neem ik dan weer mee naar mijn werk. Inmiddels ben ik gezinsvoogd van kinderen die onder toezicht staan van Bureau Jeugdzorg. Het beeld is dat we vooral kinderen uit huis plaatsen. Dat zijn de verhalen die de krant halen, maar het is niet wat ik dagelijks doe. Het is het allerlaatste redmiddel – als de veiligheid van het kind in het gezin niet meer kan worden gegarandeerd en er sprake is van een bedreigende situatie. We streven er eerst naar het kind bij de familie onder te brengen, bij een oom of tante. Als dat niet lukt, zoeken we een pleeggezin. Soms is er geen ondersteunend netwerk of is de jongere een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving. In dat geval plaatsen we jongeren in een gesloten instelling. Dat is de zwaarste maatregel.

‘Het is mensenwerk. Er komen heel veel emoties bij kijken: angst, woede, onmacht. Vaak is de problematiek meervoudig: een kind gaat niet naar school, vader is alcoholist, moeder een borderliner, er zijn een half jaar lang geen rekeningen betaald. Soms boek ik resultaat. Een kind dat van school was verwijderd, zat al vijf maanden thuis en was dat natuurlijk helemaal zat. Die knul heb ik binnen een paar weken op een andere school gekregen. Dan is iedereen blij, het kind nog het meeste. Vaak gaat het om kleine stapjes: een goede dagbesteding vinden, een geschikte therapie. Het allermooiste is een thuisplaatsing. Als het weer zo goed gaat dat het kind thuis kan wonen, kunnen wij de zaak afsluiten. Maar ik merk dat het lang niet altijd lukt.

‘Bij veel gezinnen bestaat een enorme weerstand tegen “de hulpverlening” en dus ook tegen mij. Dat is zwaar. Soms heb je te maken met intimidatie en bedreigingen. Dan moet je wel tegen een stootje kunnen, figuurlijk dan. Maar als ik mijn werk goed heb gedaan en iemand begint toch tegen me te schreeuwen, weet ik: die persoon is niet boos op mij, maar op zichzelf. Zo glijdt het wat makkelijker van me af. Er zijn ook gezinnen die wél blij zijn. Daar staat de koffie altijd klaar en vraagt iedereen als ik wegga: “Wanneer kom je weer?” Dat houdt het een beetje in balans.

‘Ik heb een systeem gecreëerd om mezelf af te sluiten. Het is een denkproces: ik ben ervoor te helpen bij een probleem. Maar het is niet mijn probleem. Als je het mee naar huis neemt, suddert het door. Je moet jezelf niet aan andersmans ellende koppelen. Bij sommige gevallen zijn de problemen structureel. Het is de kunst om dat te accepteren. Wij zetten de juiste zorg in, het is aan hen om er ook iets mee te doen. Werkt dat niet, dan gaan we weer iets anders proberen.’




Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook