Mare Nummer 08     22 oktober 2009

08
Detail uit het Academiegebouw. 'Deze in Ikea-verhulling gestoken vitrinezaal bekritiseert het academisch decorum: toga's horen in een museum met 'spotlicht'(in alle betekenissen)'
FOTO: Marc de Haan
Ikea

Ikea

Het Leidse Academiegebouw is gerestaureerd. Dat moest ook: het dak was aangevreten door kevers. Maar het is niet bij een technische restauratie gebleven, het is ook verbouwd en heringericht. Allereerst enkele positieve, gelukte kanten: de balken en muren van het Klein Auditorium op de eerste verdieping zijn herbeschilderd in een soort quasi-middeleeuws, gotisch patroontje, dat zijn historische rechtvaardiging vindt in hervonden originele muurbeschilderingen. Lichtelijk zoet, maar gerechtvaardigd. Ook verdient de eregalerij van borstbeelden in wat vroeger buiten was, een glimlach. Dat alles is met liefde en goede zin voor esthetiek gedaan; een aanwinst. Maar dan de Ikea-invloed! Daaronder valt de inrichting die zo verrassend in ontwerp en zo handig in het gebruik wil zijn en bijgevolg sneller verouderen zal dan een geplukte appel. Deze invloed is onontkoombaar en begint al bij aankomst: de bruin omrande mededelingsborden (Geen rijwielen plaatsen!) en de houten klapdeuren uit de dertiger jaren zijn weggegooid. Ze waren blijkbaar niet functioneel genoeg naar de zin van de binnenhuisinrichter. Kaal gestuukte wanden moeten nu de bezoeker een authentieke gewelvensfeer meegeven; de strak in staal uitgevoerde omlijstingen van de doorgangen ondersteunen deze zin voor gemaakte soberheid, waar alleen het Boeddhabeeld en de geurkaars ontbreken. Deze zoete en tegelijkertijd zo praktische invloed laat zich het sterkst gelden in het botte feit dat álle negentiende-eeuwse collegebanken op de eerste verdieping verdwenen zijn. Waar zijn ze gebleven? Op de vuilnisbelt, op Marktplaats? In het Klein Auditorium zit het publiek nu op verchroomde, lui zittende stoeltjes; niet een houten collegebank is blijven staan. De voorheen intensief gebruikte collegezaal van burgerlijk procesrecht was een imponerende ruimte met kerkbanken en een podium voor de docent. Nu is deze zaal op hoogtijdagen een grote verkleedkamer voor professoren en als deze er op alledaagse dagen niet zijn, hangen hun toga’s op knaapjes in glazen vierkante kasten. Ten spijte van de stadhouderlijke schilderijen die uit de bibliotheek zijn gehaald (daar hangt nu niets meer), bekritiseert deze in Ikea-verhulling gestoken vitrinezaal het academisch decorum: toga’s horen in een museum met ‘spotlicht’(in alle betekenissen). Waarom moest het onderwijs uit het hart van de universiteit verdwijnen? Waarom is de herinrichting aan de binnenkant niet wát terughoudender uitgevoerd, met meer eerbied voor eerdere inrichtingen? Waarom hebben modieuze argumenten ten behoeve van de uitbating van het gebouw zo’n grote invloed gehad? De zogenaamde representativiteit waar een bezoeker nu op vergast wordt, is de standaard van Ikea-kabouters die de Arbodienst willen plezieren. De restauratie van het Academiegebouw en dan met name ook van het dak is in technisch opzicht kundig uitgevoerd en stemt vrolijk. Echter, de Ikea-invloed op de binnenhuisinrichting is droevig. 

Ik mis mijn streng zittende collegebanken, waar studenten college kregen van professor Meijers, de ontwerper van het Nederlands Burgerlijk Wetboek.

Ik mis ze heel, heel, heel erg.


Emile van Brakel
Promovendus Duits


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook