Mare Nummer 26     02 april 2009

26
Kurt de Belder: 'De organisatie is inderdaad strakker geworden'
FOTO: Marc de Haan
‘Wij vinden het ook moeilijk’
UB-bibliothecaris vergelijkt het nu met overgangsfase naar drukpers

Universiteitsbibliothecaris Kurt de Belder zit midden in de digitale revolutie en moet de komende jaren een miljoen bezuinigen.

DOOR ARJEN VAN VEELEN In 1993 werkte Kurt de Belder bij een deelbibliotheek van New York University. Hij stelde zijn baas voor om een website te bouwen ter vervanging van de bestaande Gopher (een primitieve voorloper van het web). Zijn baas gaf fiat, mits die Gopher-site absoluut zou blijven. De Belder: ‘Daarna heeft nooit meer iemand naar die Gopher gevraagd. Dan zie je hoe snel dingen kunnen lopen. En dat mensen zich kunnen verkijken op wat achteraf gezien mode blijkt te zijn, en wat niet.’

Volgens de bibliothecaris zitten we nu in eenzelfde soort mistige periode als tijdens de overgang van manuscripten naar de drukpers. In de geschiedenisboekjes staat er dan simpel dat de drukpers zorgde voor democratisering en Verlichting. Maar wie inzoomt op die periode rond 1500, zegt de bibliothecaris, ziet chaos. Sommige innovaties bleken later een modegril, anderen juist doorslaggevend; zoals het kostenbesparende cursief en het kleine octavo-formaat.

Niemand weet precies hoe de toekomst van wetenschappelijke publicaties er uit zal gaan zien. Wel dat de traditionele manier van specialistische boeken uitgeven te duur wordt. ‘Het probleem is nu dat uitgeverijen kwalitatief hoogstaande manuscripten binnenkrijgen, die de peer review hebben doorstaan, maar dat er geen werkend business model meer is om ze gepubliceerd te krijgen.’

Dus zullen er nieuwe modellen moeten komen, denkt De Belder. Zoals bijvoorbeeld de Digital Repositories, opslagplaatsen van boeken en artikelen, grotendeels gratis beschikbaar via open access. Geld wordt dan onder meer verdiend via een printing on demand-optie. De Leidse Repository haalde onlangs de veertigste plaats op een wereldwijde ranglijst. De kinderziekten – zoals auteursrechtkwesties – spelen nog, zegt de bibliothecaris.

De digitalisering verandert ook het karakter van een wetenschappelijke publicatie. Nu zijn digitale publicaties nog vaak weinig anders dan een pdf-versie van het papieren boek of artikel. ‘Maar er bestaat ook een heel andere trend van publiceren, met gebruik van alle digitale mogelijkheden: wiki’s, weblogs, multimedia-uitgaven met tekst, data, beeld, video. Het bestaande format van een wetenschappelijk artikel - met een titel, abstract, body, notenapparaat – gaat helemaal opengebroken worden.’

Dat levert overigens een nieuw probleem op: de opslag van die verrijkte publicaties, de zogeheten e-curation, ‘één van de grootse uitdagingen’ op dit moment, zegt De Belder. Dode links zijn de e-variant van inktvraat.

Digitalisering kan ook besparen. De Belder denkt dat bijvoorbeeld het catalogiseren veel goedkoper kan. Nu gebeurt dat met de hand, straks kan het geautomatiseerd, ongeveer zoals je computer via internet informatie over een cd kan binnenhalen.


Als we inderdaad nog maar aan het begin staan van de digitale revolutie waarvan de afloop ongewis is, hoe kunt u dan beleidskeuzes maken?

‘Door niet op één paard te wedden. We zijn bezig met repositories en open access; we onderhandelen stevig met uitgevers over big deals voor gelicenseerde tijdschriften, databases, e-books. We trainen ons bibliotheekpersoneel intensief op het gebied van web 2.0 applicaties. En inderdaad, morgen kan er een revolutionaire technologische doorbraak zijn die alles weer anders maakt. Je kunt weinig anders doen dan de ontwikkelingen volgen en betrokken blijven.’


Bij de opening van Informatiecentrum Huygens, 7 april, is er ook een Hyves-workshop. Wat heeft dat met de UB te maken?

‘We gaan niet uitleggen hoe Hyves werkt, hoor. De workshop gaat over de vraag hoe de UB wetenschappelijke informatie beschikbaar kan maken in de nieuwe wereld van sociale netwerken en web 2.0. En hoe de UB er aan kan bijdragen dat het internet niet alleen maar een afvoerbakje is van oprispingen van Jan en alleman.’


Wordt de UB steeds meer uitgever?

‘De rol van de bibliotheek gaat veranderen, maar de uitgeeffunctie moet je plaatsen bij een club die er echt iets van af weet. Daarom hebben we een Leiden University Press.’


U heeft een fikse reorganisatie voor de boeg, waarbij 18 voltijdsbanen verdwijnen. Hoe gaat u de rust bewaren?

‘Door heel veel te communiceren en heel veel te praten met de mensen. Zo hadden we gisteren onze eerste van een serie informatiebijeenkomsten met bibliotheekmedewerkers, en we informeren bijvoorbeeld via intranet.’


De klacht van sommige medewerkers was juist dat er te weinig is gecommuniceerd
.

‘Dat was ook voor ons een dilemma: ons plan moest door meerdere gremia: college van bestuur; bestuursberaad, universiteitsraad. De afspraak was: het plan wordt eerst daar besproken en daarna met de medewerkers. Dat vinden wij ook moeilijk, dat we met plannen bezig zijn waar we de medewerkers op dat moment nog niet over kunnen informeren.’


Is het niet vreemd dat de Kern-bibliotheek niet wist wat de toekomst was?

‘Zo zwart-wit was het niet. Met de bibliotheken die gaan verhuizen waren er al veel besprekingen geweest toen die reorganisatie bij de faculteit Letteren speelde.’


Het perspectief dat u aan o.a. Kern biedt - de opbouw op de tweede verdieping, de Asian Library - is nog onzeker. Is dat niet lastig: u biedt ze iets wat voorlopig nog een luchtkasteel is…

‘Die bibliotheek komt inderdaad in de lucht, en ik hoop dat het een kasteeltje zal worden, haha. Nee, kijk, met al dit soort trajecten heb je te maken met onzekerheid. Het college heeft de opdracht gegeven aan Vastgoed om onder meer te onderzoeken hoeveel die opbouw gaat kosten. Ik hoop binnen een paar maanden uitsluitsel te hebben.’


Klopt het dat er ook een plan is om de gebouwen aan weerszijden van de UB te slopen en er één groot overkoepelend gebouw van te maken?

‘Die ideeën bestaan, maar dan zijn we weer een heel aantal jaren verder. Dat is nog lang niet concreet.’


U heeft een andere bestuursstijl geïntroduceerd, zeggen sommige medewerkers. Strakker, hiërarchischer. En u let bijvoorbeeld op hoe lang medewerkers pauze nemen.

‘Het is niet noodzakelijkerwijs hiërarchischer, maar de organisatie is inderdaad strakker en misschien een stukje zakelijker geworden. In 2005 was hier nog nooit een resultaat- en ontwikkelingsgesprek gevoerd en was er geen werkoverleg tussen leidinggevenden en medewerkers.’


Is het overigens officieel beleid dat medewerkers niet met Mare mogen praten?

‘Nee. De afspraak is dat vragen over het beleid van de UB bij mij terecht komen. Vragen specifiek voor individuele medewerkers: ga je gang.’


En die pauzes? Dat levert misschien een kwartiertje per dag op en zorgt wellicht voor weerstand bij het personeel.

‘Het scheelde veel meer dan een kwartiertje. En er waren ook veel mensen die zich verplicht voelden op pauze te gaan; er was een organisatiecultuur waarin men massaal op pauze ging. In mijn geheugen staat gegrift dat op mijn allereerste werkdag er om vijf uur op de deur werd geklopt: “Het is vijf uur, u moet het gebouw verlaten”. Dat had ik nog nooit meegemaakt. In de vide zag ik massaal de bibliotheek leegstromen. Dat kán toch niet? Maar dit is verleden tijd.’


Baart het u zorgen dat bij Geesteswetenschappen specialisten zijn ontslagen op het gebied van talen als Javaans en Sanskriet? Straks is er niemand meer die de bronnen kan lezen in uw bibliotheek liggen en vraagt Indonesië de collectie terug.

‘Ik denk niet dat het zo’n vaart loopt. En deze universiteit doet niet meer hetzelfde onderzoek als jaren geleden. Dat evolueert. Overigens merken we dat de bijzondere collecties intensiever gebruikt worden. De hoeveelheid fellows die hier werkt, groeit. De expertisegebieden bij Geesteswetenschappen worden inderdaad anders geconfigureerd, maar zijn er nog altijd.’


U gaat wel bezuinigen op vakreferenten.

‘We hebben een taakanalyse gedaan waaruit bleek dat vakreferenten een deel van hun tijd besteden aan taken als catalogiseren en baliewerk. Dat hebben we uit elkaar getrokken.’


Binnenkort is de feestelijke opening van het Huygens Informatiecentrum. Is dat niet cru: een feestje als er 18 banen verdwijnen?

‘Ja, uiteraard heb ook ik hierbij gemengde gevoelens. Tegelijkertijd moeten we ook deze belangrijke momenten markeren. Maar wat betreft het mogelijk verdwijnen van banen is het wel belangrijk te realiseren dat voor de bezuiniging de nulmeting op 31 december 2007 geldt. Inmiddels zijn er mensen die een andere baan hebben gevonden of met pensioen zijn gegaan; veel van die vacatures staan nog open. De bezuiniging is inderdaad 18 fte, maar het effect is minder groot; een deel van de mensen die mogelijk hun functie kwijt raken kan intern aan de slag. Hoeveel gedwongen ontslagen er vallen, kan ik nu niet zeggen.’

Wie is Kurt de Belder?

Kurt de Belder (Antwerpen, 1961) studeerde summa cum laude af in de Germaanse filologie op een scriptie over het surrealisme in de Vlaamse literatuur. Kwam in 2005 naar de UB. Was daarvoor hoofd Elektronische Diensten van de UvA-bibliotheek. Werkte eerder o.a. voor New York University en de University of California. Leest momenteel: After Tamerlane. The Rise and Fall of Global Empires 1400 -2000 van John Darwin en The New Asian Hemisphere: The Irresistible Shift of Power to the East van Kishore Mahbubani. Eén van zijn favoriete collectiestukken: Melchior Lorichs’ Prospect van Constantinopel (1559).


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook