Mare Nummer 13     04 december 2008

13
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Ik heb niet echt de fysiek van een klimmer.’
FOTO: Gelya Bogatishcheva
‘Ik word steeds meer kitsch’
Ilja Leonard Pfeijffer (40) fietste naar Genua ‘als een koe die over een klimrek werd getrokken’

‘Strijd blijft altijd leuk’, zegt dichter Ilja Leonard Pfeijffer die op zijn veertigste al een verzameld werk heeft verdiend. ‘Al had ik maar één lezer, dan is het niet vergeefs geweest.’

DOOR THOMAS BLONDEAU ‘Waarover had ik het ook alweer? Ik drink teveel. Ik vergeet zelfs de namen van quizzen die ik heb gewonnen. Maar denkt u dat het voor mij leuk is? Al tien jaar sta ik naakt voor u en ik vraag u: heb mij lief.’

Dat schreef voormalig universitair docent en oud-Mare-columnist Ilja Leonard Pfeijffer in het voorwoord van zijn verzamelbundel De man van vele manieren. Een meer dan zeshonderd pagina’s dik werk, de vrucht van tien jaar dichterschap, aangevuld met drie nieuwe bundels en verspreid werk. Op de achterkant prijkt hij in zijn blote glorie.

Pfeijffer was het afgelopen decennium een vaste verschijning in het Leidse stadsdecor. Maar eerder dit jaar stapte hij op de fiets en trapte samen met zijn vriendin naar zijn huidige residentie in het Italiaanse Genua. Daar legt Mare een van de meest intertekstuele dichters van zijn generatie wat citaten voor.


‘We kunnen bij wijze van spreken van de ene op de andere dag besluiten om alles achter te laten en naar Italië te vertrekken om onszelf te zoeken.’ (Uit: Het ware leven, een roman van Ilja Leonard Pfeijffer)

‘Toen ik dat schreef, wou ik een ironische parodie maken op die mensen die op reis gaan om zichzelf te zoeken. Types zoals Rosita Steenbeek. En nu doe ik het zelf. Ik word steeds meer kitsch. Maar dat vinden van jezelf, gaat zoals alles in Italië, behoorlijk traag. De kunst is ook het zolang mogelijk uit te stellen.’


‘Een opengeplofte aardappelbovist.’ (Zo zei ex-coureur Peter Winnen zich te voelen na het winnen van de touretappe op de Alpe d’Huez, in Van Santander naar Santander, Brieven uit het peloton)

‘Zo voel ik mij elke ochtend als ik uit bed kom. Maar mijn vriendin en ik hebben niet de fout gemaakt om zoals Winnen zo snel mogelijk een berg op te fietsen. We hebben ons best gedaan om bergen zoveel mogelijk te vermijden. Dat lukte niet altijd. Zodra ik ten zuiden van Leuven kwam, begonnen de echte heuvels. Na mijn eerste beklimming voelde ik me als een koe die over een klimrek was getrokken. Ik heb niet echt de fysiek van een klimmer.’


‘Drink niet tegen mij op. Ik zal vermorzelen.’ (Uit de inleiding van De man van vele manieren)

‘Dat is toch sympathiek van me dat ik mijn collega-dichters waarschuw? In het literaire veld blijft het van belang om je weerbaar op te stellen. Het is ook leuk om te doen. Ik vind het nog steeds nodig om mijn stekels op te zetten. Bovendien is het bijna kerst dus ik wou iets extra’s doen voor de mensen.’


‘Ik weet zelf altijd zo ontzettend goed waar de sterke en zwakke punten liggen.’ (Uit: interview met de Volkskrant)

‘Dat heb ik toen heel juist geformuleerd. Ik trek me niets aan van kritiek. Als ik een negatieve recensie krijg, kan ik mijn schouders ophalen omdat ik dan zie wat ze niet begrepen hebben. Bij een positieve kan ik dat evengoed.’


‘Ilja Leonard Pfeijffer valt samen met zijn ironische creaties. Zijn gedichten laten zich daardoor alleen nog maar lezen als die van een woordillusionist. Hij geeft de adembenemendste trucs ten beste, maar het publiek zal nooit geloven dat het écht is.’ (Recensent Gaston Franssen afgelopen vrijdag in NRC Handelsblad)

‘Ja, dat was een schandalig stuk. Ik heb toen de krant gebeld. Iets wat ik normaal gezien nooit doe. Dat stuk was zo slecht; dat had niet gepubliceerd mogen worden. Die recensent levert kritiek op wat ik net in mijn inleiding heb proberen te weerleggen. Hij levert geen enkel argument aan. Het ging om een nieuwe jongen die zich waarschijnlijk even wilde profileren.’


‘Tegen wie zeg je dit eigenlijk allemaal?’ (Uit de nieuwe bundel Doka)

‘Laat ik antwoorden met een anekdote. Ik kwam terug van een optreden en liep langs een snackbar. Een nogal ongure man - zo’n getatoeëerd type met blote armen - liep op me af. Ik bedacht me al welke aikido-technieken ik zou moeten toepassen. Hij zei: “Ben jij die gast van dat baggerboek (Pfeijffers roman over een baggeraar, red.)?”. Ik knikte. “Goed boek”, zei hij. Al had ik maar één zo’n lezer, dan is het niet vergeefs geweest.’


Ilja Leonard Pfeijffer, De man van vele manieren, De Arbeiderspers, 624 pgs., € 29,95


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook