Mare Nummer 17     24 januari 2008

17
Goalgoochelaars
Magie, corruptie, omkoping en etnische voortrekkerij bepalen het voetbal in Afrika

Een doorsnee voetbalwedstrijd in Afrika: trainer en scheidsrechter worden omgekocht en tientallen magiërs bemoeien zich met de ploegen. Arnold Pannenborg onderzocht wat twee voetbalclubs in Kameroen er allemaal voor over hebben om te winnen. ‘De coach heeft te veel gedronken.’

DOOR FRANK PROVOOST Het duurde nog negentig minuten voordat de halve finale van de Afrika Cup, in Mali 2002, zou beginnen. En toch moest de oproerpolitie al keihard optreden. En wel vanwege één persoon die zich achter een van de doelen ophield. Hij werd zonder aarzeling naar de omringende atletiekbaan gesleurd en voor het oog van de toeschouwers in elkaar gemept, geboeid en afgevoerd.

Ging het hier om een aanstichter van supportersgeweld? Was hij een opperhooligan, die had geprobeerd vooraf de tribunes op te hitsen?

Nee, de dader was Thomas Nkono, voormalig ‘Afrikaanse speler van het jaar’ en nu keeperstrainer voor Kameroen, een van de teams die zo meteen moesten aantreden. De reden van de snoeiharde charge: de politie had gezien dat hij iets op het veld gooide. Dat moest wel een amulet of een ander magisch voorwerp zijn. En dat zou ongetwijfeld de uitkomst van wedstrijd beïnvloeden. Nkono was op heterdaad betrapt bij het uitoefenen van muti of juju.

Dit voorval mag dan zes jaar geleden zijn, ook bij de 26e editie van de Afrika Cup die vorig weekend is begonnen speelt magie nog steeds een grote rol. En niet alleen daar. Afrikaanse spelers en supporters zijn ervan overtuigd dat zwarte magie ook buiten hun continent wordt gebruikt. Om een voorbeeld te geven: hoe kon de Braziliaanse spits Ronaldo, net voor de WK-finale tegen Frankrijk in 1998 opeens een mysterieuze black out krijgen? Dat moest het werk zijn van een wonderdokter.

Afhankelijk van het belang van een wedstrijd gaat het in Afrika om zo’n vijf tot zeven per team per wedstrijd. Zogeheten witch doctors worden door de officials van de Afrikaanse voetbalbond opgespoord, ingehuurd en betaald. Sommigen verrichten hun hekserij vanaf het thuisadres, anderen worden ingevlogen om de teams persoonlijk te bewerken.

Arnold Pannenborg, onderzoeker van het Afrika Studie Centrum, beleefde dit mee toen hij maandenlang in Kameroen veldwerk verrichtte naar zo’n beetje alle krachten achter het voetbal, ook de stille. Hij beschreef het in zijn boek How to win a footbal match in Cameroon.

Het onderwerp magie ligt gevoelig, wist Pannenborg. Men ziet het ‘als een Afrikaans geheim dat ze niet met blanken willen of mogen delen’. Om toch dit vertrouwen te winnen, probeerde hij zoveel mogelijk participerende observatie te verrichten. Door mee te trainen bij twee teams en ze overal te volgen, kwam hij beetje bij beetje meer te weten en leerde hij een witch doctor kennen.

Sinds 1990 spelen de allerbeste voetballers uit Kameroen elders in de wereld (zie kader), zo ook die van het nationale elftal, ook wel The Indomitabel Lions geheten. Dat team viel daardoor af als mogelijk onderzoeksgroep voor Pannenborg. Alle meevoetballende beroemdheden waren het niet alleen onbereikbaar, ze kwamen ook slechts af en toe samen om te trainen. In de stad Buea, in het Zuidwesten van Kameroen, kon de onderzoeker twee middenmoters wél van dichtbij volgen uit achtereenvolgens de eerste en tweede divisie: Olympique de Buea en Buea Boys.

Maar ook deze werkwijze vereiste nog het nodige geduld. ‘Pas na een paar maanden in het veld, toen mijn vriendschap met voetbalspelers Essomba en Ashu zich begon te ontwikkelen hoorde ik de eerste verhalen over wedstrijdvoorbereidingen in de locale competitie.’

Tot die tijd trakteert Pannenborg de lezer op hilarische taferelen, bijvoorbeeld als de president van Olympique na een zesde nederlaag op rij (uitgerekend van de aartsrivaal) meteen na afloop van de wedstrijd woedend het veld oploopt, om de coach een paar klappen te verkopen. De eerstvolgende training is de coach ontslagen en vervangen door een dikke, drinkende voetballeek. ‘Niemand heeft ooit van hem gehoord. Zal wel een vriendje van de president zijn’, vermoedt een van de spelers. ‘Deze man heeft te veel gedronken. Die kan niet eens tegen een bal aantrappen.’

Het moge duidelijk zijn: voetbal in Afrika is vervlochten met corruptie, omkoping en nepotisme. De minister van Sport houdt zich geregeld bezig met de opstelling van het nationale team en ontslaat daarbij de ene trainer na de andere. De bemoeienis van bobo’s bij de uiteindelijke selectie heeft ook nog een etnische oorzaak, schrijft Pannenborg. Er is sprake van tribalisme: kortweg etnische voortrekkerij, waarbij niet de kwaliteit maar de connecties de doorslag geven bij het selecteren van een speler. Het nationale team uit 1990 dat de grote verrassing van het WK werd, bestond bijvoorbeeld voor negentig procent uit Bassa. En nog steeds zijn de economisch en politiek machtige stammen oververtegenwoordigd. Die verhoudingen zijn ook terug te zien in de voorzieningen die de verschillende clubs wel of niet hebben: van spelersbus tot stadions.

Wat grote of kleine clubs wel gemeen hebben, is dat een aanzienlijk deel van het budget opgaat aan het omkopen van de scheidrechter of het inhuren van witch doctors, die met hun magie de uitkomst moeten bepalen. Opmerkelijk is dat de onderzoeker– na de eerste ontmoeting met zo’n witch doctor – niet langer die term wil gebruiken, maar de functieomschrijving spiritueel adviseur verkiest. Een soortgelijk jargon lijkt de boekhouder van Olympique er op na te houden. Daar heet het ‘psychologische voorbereiding’. Maar onder die post stond dan ook voor één wedstrijd FCFA 2.325.000,- (= € 3.544,-) weggeschreven.

Wat witch doctors voor die bedragen doen, kan enorm varieren. Ze voeren magische riten uit, begraven voorwerpen in of rond het veld of ‘bereiden’ – zoals dat heet - de spelersshirts ‘voor’. Onmogelijke opdrachten worden ook gegeven, bijvoorbeeld het 90 minuten in de mond houden van een kleine bal. Maar soms gaat hun hekserij ook niet veel verder dan op een Europees sportveld. Dan zegt een witch doctor enkel tegen het team dat hij ‘in hun hoofd zal meestrijden’. ‘Het gaat erom dat ze je geloven’, verklapte een van hen aan de onderzoeker. ‘Het zit allemaal in hun hoofd.’

Hekserij wordt niet alleen ingezet om de tegenstander zwakker te maken of de eigen ploeg te versterken. Het wanbeleid van de clubs en de omkoping van trainers (voor basisplaatsen) versterken de haat en nijd binnen de teams. Dat leidt tot de merkwaardige situatie dat spelers ook elkaar met magie gaan bestoken. Immers: een ziekte of blessure bij een concurrerende spits of keeper kan dan alsnog een basisplaats opleveren.

Het leidt tot ‘een vicieuze cirkel van corruptie en hekserij’. Er is eigenlijk maar één situatie waarin alleen de 22 spelers op het veld nog de beslissende factor in een voetbalwedstrijd kunnen vormen, stelt Pannenborg treurig vast. ‘Dat is als de scheidsrechter door beide partijen voor hetzelfde bedrag is omgekocht en de twee spirituele adviseurs van gelijke kracht zijn.’


Arnold Pannenborg, How to win a football match in Cameroon, An anthropological study of Africa’s most popular sport, African Studie Centre, 214 pgs, € 15


Afrika zou zijn ontploft

Tijdens het WK van 1990 brak Kameroen door als voetballand. In de openingswedstrijd van het toernooi wisten The Indomitabel Lions een van de belangrijkste favorieten, Argentinië, te verslaan. ‘It’s thanks to football that a small nation could became great’, zei Roga Milla, de veteraan die – mede dankzij zijn karakteristieke buikdans met de cornervlag – uitgroeide tot de opvallendste speler van het toernooi.

De cijfers bewijzen het effect dat het WK van toen heeft gehad. Na 1990 begon de uittocht van voetbaltalenten naar Europa: de zogeheten leg drain. Voorheen voetbalden alle ‘African Players of the Year’ bij Afrikaanse clubs, maar vanaf dat moment waren alle bekroonde voetballers in dienst bij Europese clubs.

Dat Kameroen destijds in de kwartfinale verloor van Engeland was de wil van God, zou Milla verkondigen. ‘I’ll tell you something: if we had beaten England, Africa would have exploded. Ex-plo-ded. There would even have been deaths. The Good Lord knows what he does. Me, I thank him for stopping us in the quarter final. That permitted a little pliancy.’



Deel op Facebook

Deel op Facebook