Wetenschap
Iedereen is voor, maaaaarrrr??
Om de impasse rond het openbaar maken van wetenschappelijke publicaties te doorbreken, hebben Europese subsidiegevers een radicaal plan bedacht: Plan S. Maar wetenschappers zijn kritisch. ‘Het is een hardnekkig misverstand dat alles gratis wordt.’
donderdag 14 februari 2019

Is Plan S een soort wetenschaps-Brexit?

Daar komt het volgens de critici wel op neer. Te snel, te ondoordacht, het kwalijkst voor de jongere generaties, en de gevolgen laten zich moeilijk overzien. Nu wordt de soep natuurlijk niet zo heet gegeten als hij werd opgediend, maar –

Niet zo snel! Er zijn ook mensen die de discussie amper gevolgd hebben. Welke soep?

Wetenschappers schrijven hun onderzoeksresultaten op in artikelen in vakbladen. Veel van die vakbladen zitten achter betaalmuren. Het onderzoek wordt betaald van belastinggeld, maar vervolgens zijn die resultaten niet openbaar voor de belastingbetaler. Patiënten kunnen niet bij informatie over hun ziekte, journalisten, bedrijven en goede doelen kunnen niet bij onderzoek die hun werk verder zou helpen, en ontwikkelingslanden kunnen hun achterstand niet inlopen. De goede informatie zit achter slot en grendel, en de charlatans en idioten van deze wereld vullen die leemte maar al te graag met slechte informatie.

De overheid wil dan ook al tijden van die betaalmuren af. Onder wetenschappers bestaan er echter uiteenlopende opvattingen over deze beweging naar ‘open access’, en het percentage open artikelen in Europa schommelt al jaren rond de 25 procent.

Waarom werken wetenschappers mee aan betaalmuren?

Zij hebben zelf wel toegang tot artikelen, via hun universiteitsbibliotheken of door gewoon hun collega’s te mailen. Dat de man in de straat niet bij hun artikelen kan is jammer, maar voor hun carrière zijn ze niet van hem afhankelijk. Van wie wel? Van subsidieverstrekkers als NWO, ZonMw en de European Research Council. Beurzen betekenen niet alleen onderzoeksgeld, ze vergroten ook dramatisch de kans op de schaarse vaste aanstellingen.

Als je zo’n beurs aanvraagt, kijkt de beoordelaar niet alleen naar hoe goed je voorstel is, maar ook of jij het soort onderzoeker bent dat dat voorstel kan waarmaken.

Hoe dan?

Door te kijken naar je publicatielijst. ‘Die bepaalt mede je vervolgcarrière, en daarvoor zijn de grote prestigieuze tijdschriften cruciaal’, aldus de Leidse open-access-onderzoeker Thed van Leeuwen van het Centre for Science and Technology Studies (CWTS). ‘De bladen die aan zogeheten niet-hybride open access doen, dat zijn niet degene met het meeste prestige. Ik zeg niet dat ik daar happy mee ben, maar het is wel de realiteit.’

‘Niet-hybride’?

Uitgevers zetten maar al te graag een deurtje in hun betaalmuur, als je maar geld overmaakt. Zulke ‘article processing charges’ kunnen oplopen tot vele duizenden euro’s. In Nederland is vijftig procent van alle wetenschappelijke publicaties open access, en daarvan is weer de helft hybride gepubliceerd. De Nederlandse universiteiten onderhandelen met de grootste uitgevers: in ruil voor abonnementsgeld, zetten zij artikelen met een Nederlandse hoofdauteur op open access. ‘Er is daarnaast een enorme long tail van uitgevers die één tot vijftien bladen uitgeven, het is veel werk om daar allemaal afspraken mee te maken’, verduidelijkt Kurt De Belder, directeur van de Leidse UB.

Dat hybride publiceren kan op allerlei verschillende manieren, en veel daarvan worden door cynici wel aangeduid als ‘double dipping’.

Wat is er mis mee?

Grote uitgeverijen als Elsevier en Springer krijgen universiteitsgeld voor hun abonnementen. Daarin staat onderzoek dat door universiteitsmensen is gedaan, en door universiteitsmensen is gereviewd. En ze krijgen ook nog een keer geld om het openbaar te maken. Ze maken, niet heel verrassend gezien dit businessmodel, winst.

Nou en? De koffieleverancier van de universiteit doet dat toch ook?

Maar niet met een marge van meer dan dertig procent. En als het onze onderzoekers waren die de koffieplanten inzaaiden, de vruchtjes plukten en de bonen roosterden, zouden we ons over die bedrijfstak ook eens achter de oren krabben. ‘Tegelijkertijd zeggen we tegen de regering dat we te weinig geld krijgen’, aldus NWO-voorzitter Stan Gielen.

En daarom wil NWO dat Plan S, toch? Wat houdt het in?

‘Vanaf 2020 moeten alle publicaties die resulteren uit onderzoek dat betaald is met publiek geld van nationale en Europese subsidieverstrekkers gepubliceerd worden in compliant tijdschriften of platforms’, zoals de opstellers (‘COAlition S’) het samenvatten.’

'Compliant'?

Het woord ‘conform’ komt er aardig in de buurt, maar iedereen gebruikt de Engelse term. Waar het op neerkomt: als je onderzoek wordt betaald door een lid van de coalitie, moeten je resultaten in een blad verschijnen dat voldoet aan een lijst met open-access-eisen. Boeken blijven vooralsnog ongemoeid. Het artikel moet direct openbaar zijn, het auteursrecht moet bij de auteurs blijven (‘onder een zogeheten Creative Commons BY-licentie’). De article processing charges mogen niet te hoog zijn, al is nog onduidelijk hoe hoog dan wel. Het belangrijkste: hybride publiceren mag niet meer. De overgangsperiode van vijf jaar begint in januari 2020.

Wie doen er allemaal mee?

Voor onderzoekers aan deze universiteit zijn NWO, haar geneeskundige zusje ZonMw, en de European Research Council het belangrijkst. Ook de opvolger van de Europese beurzenpot Horizon 2020 zal Plan S-compliancy gaan vereisen, en de Bill & Melinda Gates Foundation. Verder doen de NWO’s van veel Europese landen mee - maar niet die van Duitsland.

‘Als je wereldwijd kijkt, dan produceren de onderzoekers die onder Coalition S vallen 3% van de wereldproductie; echt maar een fractie’, valt UB-baas De Belder het speelveld samen. ‘Maar het is wel de fine fleur; in principe zijn het namelijk de beste onderzoekers die deze beurzen krijgen.’

Is dat voldoende om een omslag gedaan te krijgen?

‘Nee, by far niet’, aldus NWO-directeur Stan Gielen op een bijeenkomst over Plan S op 31 januari. ‘We zijn hard aan het werk met grote spelers uit Azië, de VS, enzovoort.’ Hij moet daar geheimzinnig over doen, om lobbywerk van de grote uitgevers te voorkomen, verontschuldigt hij zich.

Maar als de rest van de wereld niet meedoet…

…dan hebben je buitenlandse concullega’s een cv met publicaties in prestigieuze bladen als Science en Cell, en jij niet. ‘Je kan niet tegen mensen zeggen dat ze open access moeten publiceren, én dat ze in Nature gepubliceerd moeten hebben’, zegt De Belder. ‘De stappen die moeten worden gezet, vereisen een totale cultuurverandering in de wetenschap. De huidige criteria spannen met plan S, dus die zullen moeten veranderen. Er moeten nieuwe indicatoren komen van iemands kwaliteit als onderzoeker, en iedereen is bezig met de vraag wat die dan moeten zijn.’

Eerlijk is eerlijk: Plan S benadrukt zelf ook dat het beoordelingsmechanisme voor onderzoekers op de schop moet. Wie nu een beurs of een baan wil, moet cijfers als de h-index en de impact factor op tafel gooien – maten voor hoeveel je werk geciteerd wordt. ‘Van die indicatoren moeten we af’, stelde ZonMw-voorzitter Jeroen Geurts op de Plan-S-dag in Utrecht. Ze zullen niet gemist worden, maar wat gaat ze opvolgen? Daarover houden NWO en ZonMw op 23 mei nog een bijeenkomst.

Is dat niet wat aan de late kant, als dat Plan S al in januari ingaat?

‘Ik ben helemaal niet tegen open access, maar ik ben wel tegen dit plan en dit tijdspad’, aldus scheikundige Ludo Juurlink. Net als vrijwel alle andere onderzoekers van het Leids Instituut voor Chemie tekende hij de petitie tegen Plan S.

Dat juist veel scheikundigen tegen zijn is geen toeval: zij publiceren relatief veel in de bladen van wetenschappelijke gezelschappen. Die organisaties hebben geen winstoogmerk, en worden wel geraakt door dit plan. Het is ook een vakgebied waar het kaf van het koren gescheiden moet worden: je niet wil dat elke jandoedel die een variant op een stofje heeft gemaakt, daarover kan publiceren door maar geld te betalen aan een open access-tijdschrift. Pay to publish zou de balans tussen kwaliteit en kwantiteit niet ten goede komen – een zorg die overigens ook voor andere disciplines opgaat.

Zijn er nog meer bezwaren?

Juurlink: ‘Als ik samenwerk met een Amerikaanse onderzoeker die ons resultaat in Science wil, heb ik straks een probleem. Wil hij dan nog wel samenwerken?’

En dan zijn er nog de jonge onderzoekers, die vaak azen op een prestigieuze postdoc in de VS, Singapore, Duitsland of andere landen die niet meedoen aan Plan S. Komen ze daar nog binnen zonder publicaties in toffe bladen? En, gegeven die angst: zijn we in Europa straks nog wel interessant voor de beste promovendi? Welke jonge onderzoeker die in het laatste jaar van een promotietraject of postdoc zit, heeft tijd om te wachten tot de open access-storm weer is gaan liggen?

Wat vinden de jonge onderzoekers zelf?

Gareth O’Neill, Leids taalwetenschapper en voorzitter van de Europese organisatie Eurodoc voor jonge onderzoekers: ‘Alle gevestigde onderzoekers zeggen hetzelfde over Plan S: “We zijn voor open access, maarrrr…”, en dan zijn ze bezorgd over de promovendi en de postdocs. Niemand vraagt wat wij er zelf van vinden. Ze zijn ook niet op bijeenkomsten zoals die in Utrecht, want ze moeten onderzoek doen.’ Wat willen ze dan? ‘Early career researchers willen open access, en we willen dat het beloningssysteem voor onderzoekers nu veranderd wordt.’

Het verhaal begon met een soep die niet zo heet gegeten ging worden?

Dat was heel erg de boodschap die NWO en ZonMw wilden uitdragen op die bijeenkomst in Utrecht. Het was ze inmiddels al duidelijk dat de Nederlandse wetenschappers niet zo enthousiast zijn over Plan S als zij. ‘We gaan goed luisteren, en we nemen jullie opmerkingen mee naar het overleg in Brussel’, beloofde Gielen. Geurts beklemtoonde dat ‘jonge onderzoekers niet in een niemandsland terecht mogen komen’, al maakte hij niet duidelijk hoe hij dat wil gaan voorkomen.

Ook die overgangsperiode van vijf jaar werd herhaaldelijk onderstreept. ‘Er zal nog een hoop moeite gedaan moeten worden om de vragen en zorgen van de wetenschappelijke gemeenschap te adresseren’, concludeerde NWO in haar samenvatting van de bijeenkomst.

En dat ‘meenemen naar Brussel’?

Plan S is, zoals de naam op zich al suggereert, vooralsnog alleen een plan. Een hoop details zijn nog onduidelijk: hoe ziet die overbrugging er precies uit voor de hybride bladen als Nature, Science en The Lancet? Hoe zit het nou met de zogeheten ‘groene’ open access, waarbij wetenschappers hun werk openbaar maken op een site van hun universiteit, zoals het Leiden Repository? Welke versies uit de brij aan Creative Commons-licenties zijn er goed genoeg, en welke niet?

NWO en ZonMw schuiven daarover aan tafel met hun collega’s uit het Verenigd Koninkrijk, Scandinavië en de rest van de coalitie, die elk precies dezelfde kritiek ontvangen zullen hebben gekregen in hun land. Misschien wel op nog bezorgder toon, want Nederland loopt voor met open access.

Als alles open access is, dan scheelt dat universiteiten miljoenen aan abonnementsgelden, toch?

CWTS’er Thed van Leeuwen: ‘Het is een hardnekkig misverstand dat alles hierdoor gratis wordt. Open access is sympathiek, maar er hangt wel een prijskaartje aan: de article processing charges. Die ga ik niet van mijn vakantiegeld betalen.’

De Belder: ‘De publicatiekosten stijgen elk jaar, om verschillende redenen. Een deel van deze kosten zijn de processing charges voor open access publiceren. Hoeveel Leiden daaraan kwijt is, kunnen we niet zeggen. Een paar jaar terug hebben we dat laten onderzoeken, en toen kwamen we uit op €750.000. Als het goed is, zou dat nu minder moeten zijn, door de onderhandelingen met de uitgevers waarmee we open access deals hebben afgesloten.’

Chemicus Juurlink: ‘De bladen van de wetenschappelijk genootschappen krijgen zo een enorme deuk, terwijl je de Elseviers van deze wereld alleen maar vervangt door een andere slimmerik die publiek geld af weet te romen.’

De uitgevers mogen niet double dippen van NWO. Maar straks doen de universiteiten dat wel, lijkt het.

Als je uit de ruif van de coalitie eet, mag je niet meer in The Lancet publiceren. Maar je wilt het blad nog wel kunnen lezen, en dat kost geld. Er geldt hier geen marktwerking: er is maar één bedrijf dat Lancet-artikelen verkoopt, en dat is Elsevier. Stan Gielen: ‘Ik ga er niet over welke abonnementen de universiteitsbibliotheken afsluiten; dat zullen ze zelf moeten weten.’ In Duitsland en op Harvard durfden ze daar heel radicaal in te zijn, merkt hij op: daar draaiden ze gewoon de geldkraan dicht.

Over radicaal gesproken…

Nou, er is dus een nog niet helemaal ingevuld plan dat een enorme omslag in het beloningssysteem vereist waarvan nog onduidelijk is hoe het eruit moet zien. Het is onduidelijk of het geld gaat kosten, en zo ja, hoeveel.

Het is onduidelijk wat de gevolgen voor de Europese wetenschappers zullen zijn, en voor niet-Europeanen die hier een tijdelijke aanstelling overwegen. Het is onduidelijk wat de gevolgen voor de wetenschappelijke uitgevers en gezelschappen zullen zijn. De discussie wordt al snel saai omdat het gaat over allemaal verschillende kleuren open access (groen, goud, brons, diamant, mirror journals of allemaal?), auteursrechten en de verschillen in publicatiecultuur tussen, zeg, de fysische chemie en de chemische natuurkunde.

Maar het gaat óók over honderden miljoenen euro’s belastinggeld, fundamentele opvattingen over openbaarheid en waar wetenschap voor is, en de toekomst van de slimste mensen van ons continent. Voor Europees wetenschapsbeleid is dit zo radicaal als het maar wordt.

Maar wordt het echt een Brexitesk geval van onszelf in de voet schieten?

Nee. Dat plan lijkt vooral bedoeld om te zorgen dat iedereen eindelijk eens wakker schrikt. Om te laten zien dat het de geldschieters wel degelijk menens is met die openbaarheid, en dat wie betaalt, bepaalt (zie ook: 'Wiens schuld is dit?'). De uiteindelijke versie zal vermoedelijk een stuk trager en braver worden.

O’Neill: ‘Wat wel opvalt in dit debat: de mensen die zichtbaar zijn, zijn de top in hun vakgebieden, en hopelijk ook goede reviewers. Maar in deze discussie bouwen ze stromannen en komen ze met drogredeneringen, en flappen ze van alles eruit.’

Voorbeelden? Open access is niet hetzelfde als predatory open access, waarbij wetenschappers geld uit de zak wordt geklopt voor publicaties in flutblaadjes. Uitgevers zijn geen parasieten: ze leveren een waardevolle bijdrage aan het wetenschappelijk proces, en we kunnen moeilijk van ze vragen dat ze dat gratis doen. Die publish or perish-cultuur waar jonge onderzoekers over klagen, is niet verzonnen door de grote boze uitgevers, maar het gevolg van de hypercompetitie om beurzen waarbij publicaties loodzwaar meetellen. Er kan heel veel beter aan de manier waarop wetenschappelijke kennis nu wordt gedeeld: de soep moet ook weer niet té koud worden.

En tot die tijd?

Er bestaat een illegale website die wetenschapsartikelen ontsluit, nu te vinden op sci-hub.tw. Het is snel, het is gratis en het heeft vrijwel alles. Hebben we ergens gelezen. Maar op de langere termijn is een duurzamere optie uiteraard wenselijk. UB-directeur Kurt De Belder: ‘Een illegaal middel is niet de manier om de internationale wetenschappelijke communicatie te organiseren.’

Door Bart Braun