‘Dit gaat niets oplossen’

Raad van State uit forse kritiek op halvering collegegeld eerstejaars

22 Maart 2018

Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs heeft een wets­voorstel om het collegegeld voor eerstejaars te halveren naar de Tweede Kamer gestuurd. De Raad van State vindt het een slecht plan. Ook gaat de minister een maximum stellen aan het collegegeld voor een tweede studie.

Door Vincent Bongers Het kabinet heeft besloten dat het collegegeld voor alle eerstejaars gehalveerd wordt. Studenten die een lerarenopleiding volgen, betalen ook in hun tweede jaar de helft. Van Engelshoven wil dat de regeling al aanstaande september ingaat en heeft een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd.

 
De Raad van State, een belangrijk adviesorgaan van de regering, kraakt het plan echter. De Raad ziet het grote belang van toegankelijk hoger onderwijs in. Maar volgens het kabinet is de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op zichzelf al goed. Alleen specifieke groepen gaan niet studeren vanwege de studiekosten. ‘Waarom verlaagt de regering dan toch het collegegeld voor álle studenten in het eerste jaar?’, vraagt de Raad zich af. ‘Het grootste deel van het geld dat de maatregel kost, komt dan terecht bij de studenten die toch al zouden gaan studeren. En niet bij de groep voor wie het is bedoeld: de studenten die zonder deze halvering níet naar het hoger onderwijs zouden gaan.’

 
Ook het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) is zeer kritisch. ‘De Raad van State laat zien wat wij al dachten: deze maatregel gaat niets oplossen voor studenten’, aldus een persbericht van de organisatie. ‘De basisbeurs wordt niet teruggebracht en de rente voor studenten wordt verhoogd. Studenten worden gelokt met een korting van duizend euro, om het vervolgens aan het einde van de rit zelf weer terug te betalen.’

 
Studentenvakbond LSVb noemt de maatregel ‘symboolpolitiek.’

 
Van Engelshoven wil verder een maximum stellen aan het collegegeld voor een tweede studie. Voormalig minister van Onderwijs Ronald Plasterk besloot dat een student slechts voor één bachelor en één master bekostiging van de overheid krijgt. Dat betekent dat het volgen van een tweede studie veel duurder is geworden. Studenten betalen voor een tweede bachelor niet het wettelijk collegegeld van 2.006 euro maar het door de universiteit vastgestelde instellingscollegegeld. En dat kan oplopen: Een tweede bachelor kost bij de meeste studierichtingen in Leiden 9.500 euro en een master 14.900. Er zijn echter ook duurdere opleidingen. Een bachelor bij wiskunde- en natuurwetenschappen kost dertien mille een master zestien. Een geneeskundemaster is met 22.400 euro de meest prijzige Leidse opleiding. Maar bij andere universiteiten zijn er uitschieters naar boven de 30.000 euro.

 
De Kamerfracties van D66 en GroenLinks stellen in een motie dat ‘sommige instellingen voor het instellingscollegegeld meer vragen dan de bekostiging’ van een opleiding door de overheid. De partijen willen dat daar een einde aan komt. Ze vinden dat studenten ook voor een tweede studie het wettelijk collegegeld moeten betalen.

 
Volgens Van Engelshoven is dat laatste niet haalbaar: dat kost de overheid namelijk 180 miljoen euro per jaar. Wel heeft de minister de Kamer beloofd maximumtarieven in te gaan stellen voor het instellingscollegegeld. De gevraagde bedragen mogen niet hoger zijn dan de bekostiging door het ministerie.

Deel dit bericht: