Column: Spuitband

Tim Meijer

Vorige week ben ik naar het Spinozahuis in Rijnsburg geweest. Tijdens een college over Spinoza vertelde Herbert de Vriese, de dienstdoende docent, dat het Spinozahuis slechts twintig minuten fietsen was vanaf de faculteit. Toen een bijdehante student opmerkte dat er ook een bus voor de deur stopte, keek de Vriese hem even streng aan en zei: ‘Naar Spinoza, ga je op de fiets.’
Dus vorige week stapte ik op mijn fiets. Nu was dat in het geheel nog niet zo eenvoudig. Ik woon namelijk in Amsterdam en heb geen fiets in Leiden, en het leek me niet zo netjes om helemaal bezweet aan te komen. Gelukkig was mijn vriend Joris bereid om met me mee te fietsen. We hadden op Koningsdag in een dronken bui besloten dat we volgend jaar de marathon van Rotterdam wilden gaan lopen en dit zou onze eerste training worden.
Omdat Joris even geen huis heeft, pikte ik hem op bij zijn ouders in Overveen. Vanaf daar konden we door de duinen naar Noordwijk rijden en eenmaal in Noordwijk waren we al bijna in Rijnsburg en dus bijna bij Spinoza. Voor diegenen onder u die nog nooit op een racefiets heeft gezeten; tot 35 kilometer per uur gaat het best maar daarboven is het aardig aanpoten. Voor diegenen onder u die heel vaak op een racefiets zitten; boven de vijfendertig gaat het u waarschijnlijk ook nog gemakkelijk af, maar ik moet daar dus flink voor doortrappen.
Het eerste stuk reden Joris en ik om beurten voorop, waarbij de voorste zo lang mogelijk de veertig vast probeerde te houden totdat hij inzakte, zodat de ander kon inhalen en de veertig weer aangetikt werd. Bij een snackbar tussen Zandvoort en Noordwijk hielden we pauze. Buiten adem en druipend van het zweet stelde ik voor om het iets rustiger aan te doen. Joris zag er niet veel beter uit dan ik en stemde in. Dus even later reden we weer om beurten met veertig kilometer per uur op kop.
Even na Noordwijk merkte ik dat Joris niet meer achter me reed. Ik keek om en zag hem langs de kant van de weg staan naast zijn fiets. Even twijfelde ik, als ik nu doorreed was ik eerder bij het Spinozahuis en stond het 1-0 in onze wedstrijd, waarvan we allebei ontkenden dat we eraan meededen. Maar we moesten nog veel vaker samen trainen om ooit die marathon te kunnen lopen, dus ik keerde om.
‘Spuitband.’, zei Joris, toen ik aan kwam fietsen. Nu heb ik geen idee wat een spuitband is, maar veel lucht zat er zo te zien niet meer in. Gelukkig heb ik altijd een extra binnenband bij me en nadat we de band verwisseld hadden konden we verder.
Een half uur later waren we bij het Spinozahuis. Met rood aangelopen hoofden, zwarte handen en stinkend naar zweet klopten we op de deur. De man die de bovenste helft open deed leek even niet te weten wat hij met ons aan moest, maar deed toen toch ook de onderste helft van de deur open en liet ons binnen. Afgeleid door mijn eigen geur, de zwarte vlekken voor mijn ogen en de constante neiging om over te geven heb ik weinig meegekregen van zijn uitgebreide rondleiding. Maar zoals gezegd, er stopt ook een bus voor de deur.

Help Tim inburgeren en mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Deel dit bericht:

Voorpagina

Effe lekker rellen

Vrijwillig vechten tegen ME’ers in opleiding is een populair uitstapje onder …

Achtergrond

Hij raadt je pincode

Victor Mids voltooide afgelopen jaar zijn studie geneeskunde. Nu is hij illusionist. …

Wetenschap

Rubrieken

Stemmen!

Aanstaande maandag gaan de universiteitsraadsverkiezingen weer van start. Mare sprak alle …

English page