B

16 Januari 2014

Twee grote stroomstoringen zetten de bèta’s aan het denken over noodvoorziening.

In 2013 kregen de gebouwen van de bètafaculteit twee grote stroomstoringen voor de kiezen. In januari kroop de stroom langzaam op naar 290 volt, eind juni was er een stroomuitval. Op allebei de dagen werden de gebouwen ontruimd.
Bij de faculteitsraadvergadering van afgelopen maandag kwam de evaluatie van de twee incidenten langs. De ontruimingen verliepen prima, en de verzekeraar dekt de materiële schade van ongeveer een ton. Het oplossen van stroomproblemen duurt wat langer dan op andere plekken, omdat het gebied achter het station als het ware een eindstation is van de elektriciteitsvoorziening; de stroom kan niet via een omweg aankomen. Over dat laatste wordt gesproken met stroomboer Liander.
De storingen zetten de bèta’s wel aan het denken over hun kwetsbaarheid. Monsters moeten koud blijven, proefdieren moeten geventileerd, en dat soort dingen hebben elektriciteit nodig. ‘Kunnen we daar wat aan doen?’, vroeg directeur bedrijfsvoering Gert-Jan van Helden zich hardop af. ‘Ja, dat kan. Willen we dat ook? Je zou kunnen overwegen een gezamenlijk diepvriespark aan te leggen, met een backup-generator. Dat betekent wel een andere manier van werken voor veel onderzoekers.’
Als de instituten zo’n park willen, valt daar dus over te praten. Het kan er sowieso niet onmiddellijk komen, want de faculteit is druk bezig met de nieuwbouw. ‘Dit kan later ook. We moeten vooral vertraging van de eerste fase van de nieuwbouw voorkomen’, benadrukte decaan Geert de Snoo. BB

Deel dit bericht: