Rechten wil omstreden regeling niet schrappen

Faculteitsbestuur: toch vierjaarstermijn
Door Vincent Bongers
21 November 2013

De faculteit Rechten wil vasthouden aan het vervallen van tentamencijfers van studenten die langer dan vier jaar over hun bachelor doen. De universiteitsraad, de Tweede Kamer en de Minister van onderwijs hebben zich inmiddels al met de vierjaarstermijn bemoeit.

De universiteitsraad vindt dat faculteit zich aan het model Onderwijs en Examenregelingen (OERen) moet houden. Dit om te voorkomen dat faculteiten teveel hun eigen plan trekken. 

De regeling bij rechten is een stap te ver, blijkt uit een advies onlangs van de universiteitsraad aan het college van bestuur: ‘Deze regeling is in strijd met het model-OER en kent nadelige ethische en praktische elementen. Het model geeft aan dat elk individueel tentamen een geldigheidsduur van tenminste vier jaar moet hebben. En dat geldt voor alle opleidingen, vindt de raad. Dus het vervallen van alle cijfers behalve die van de propedeuse na vier jaar bachelor, is gewoon niet toegestaan. En dat moet zo blijven.’

Minister Bussemaker verplichtte de faculteit zelfs om de 25 weggestuurde studenten alsnog de kans te geven hun studie te redden. Een deel van de vastgelopen studenten gaat dat ook doen. Het rechtenbestuur houdt echter haar poot stijf en is niet van plan om de regeling aan te passen, bleek tijdens de faculteitsvergadering maandag.

‘We zijn in gesprek met het college over de geldigheidsduur van tentamens’, zei Alex Geert Castermans van het rechtenbestuur. ‘Wij vinden dat het aan het faculteitsbestuur met instemming van de faculteitsraad is om dit te bepalen. En zo is dat ook vastgesteld in de Wet Hoger Onderwijs. Het is een hele goede regeling die zijn vruchten afwerpt.

‘Er is een enorme sprong gemaakt in het aantal studenten dat in vier jaar zijn bachelor afrondt. Van het 2007 cohort redde 38 procent het in vier jaar. Van het 2009 cohort is dat 59 procent. Dat sterkt ons idee dat het een juist besluit is geweest. We hebben de studenten die met de maatregel te maken kregen, steeds geïnformeerd. Brieven gestuurd met daarin: “Pas op, Pas op.” En dat hielp.’

De faculteitsraad wilde weten of de studenten die nu met de bsa in het tweede jaar te maken krijgen ook de vierjaarstermijn krijgen opgelegd. Castermans: ‘Wat ons betreft blijft de regeling gelden voor studenten met en zonder bsa in het tweede jaar.’ Pas als blijkt dat de studenten met bsa in het tweede jaar snel door de studie rollen, wordt mogelijk voor hen de vierjaarstermijn afgeschaft.

Deel dit bericht: