Gedoe over sociaal leenstelsel

GroenLinks wil uitstel voor masterstudenten, minister niet
26 September 2013

Er is grote verwarring ontstaan over de invoering van het sociaal leenstelsel in de masterfase. Die stond gepland voor 2014, maar de Volkskrant schreef maandag dat het stelsel er pas een jaar later komt. Minister van Onderwijs, Jet Bussemaker, ontkent echter dat haar plannen vertraagd zijn.

Het stelsel voor de bachelor was al eerder uitgesteld tot 2015 om studenten aan het idee te laten wennen.

Het kabinet heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer en moet dus op zoek naar steun voor zijn plannen. Bussemaker heeft haar oog laten vallen op D66 en GroenLinks en is al een tijd zonder resultaat in overleg met deze partijen over het afschaffen van de basisbeurs.

Bram van Ojik, fractievoorzitter van GroenLinks, wil alleen akkoord gaan met het vervangen van de beurs door een leenstelsel als de minister haar plannen flink aanpast. De partij wil de ov-kaart behouden, kleinere collegegroepen en betere docenten. ‘In de Miljoenennota wordt daar geen geld voor uitgetrokken’, aldus Van Ojik in de Volkskrant. ‘Terwijl wij daar wel op aangedrongen hebben. Dan komt het moment dat we zeggen: we moeten studenten niet langer in onzekerheid laten.’ Volgens de partij moet de minister nog maar een jaar extra nadenken over het plan.

Bussemaker ziet niets in uitstel en benadert de uitspraken van Van Ojik positief. Blijkbaar vindt hij dat ‘het sociaal leenstelsel er moet komen’. De minister wacht verder de bespreking van het voorstel in de Tweede Kamer af.

In het Nationaal Onderwijsakkoord, dat het ministerie vorige week afsloot met de onderwijsvakbonden is veel aandacht voor het stelsel. In het akkoord staat dat de ondertekenaars afspreken ‘dat indien tot een sociaal leenstelsel wordt besloten , zij de opbrengsten in het bijzonder willen aanwenden voor het hoger onderwijs inclusief het direct met het onderwijs verbonden onderzoek in hbo en wo, zodat ze ten goede komen aan de kwaliteit van het onderwijs aan de studenten.’

Bij investeringen in de kwaliteit van het hoger onderwijs wordt onder meer gedacht aan gerichte studiekeuze, onderwijsbegeleiding en nieuwe onderwijsvormen.

Verder wordt er 135 miljoen tot 2017 uitgetrokken om de teruggang in de bekostiging afgesproken in het Regeerakkoord te compenseren. Dit geld is gekoppeld aan de prestatieafspraken die de universiteiten en hogescholen met het ministerie gemaakt hebben.

Studentenvakbond LSVb ondertekende het onderwijsakkoord overigens niet omdat zij tegen het sociaal leenstelsel is. (VB)

Deel dit bericht: