Verscherpte controle geschrapt

14 Februari 2013

De onderwijsinspectie gaat geen universitaire studies keuren. Dat blijkt uit een brief die minister voor Onderwijs Jet Bussemaker aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Den Haag wil niet alweer met nieuwe regels komen.

Zij zet dan ook een streep door een voorstel van haar voorganger staatssecretaris Zijlstra. Die wilde dat naast opleidingenkeurder de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) ook de inspectie zich intensiever met het hoger onderwijs ging bemoeien. Het voorstel kwam tot stand als reactie op het geknoei met diploma’s en opleidingen bij hogeschool Inholland.

De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, en de Tweede Kamer hadden zo hun twijfels bij dit ‘risicogerichte toezicht’. De twee diensten gaan elkaar mogelijk in de weg lopen en dubbel werk verrichten. Daarnaast zijn er de laatste jaren al de nodige maatregelen getroffen om de kwaliteit van studies in de gaten te houden en daar waar nodig te verbeteren.
Bussemaker vroeg ook Actal, het adviescollege toetsing regeldruk, om te kijken of meer overheidsbemoeienis in het hoger onderwijs een goed idee is. Ook deze regelspecialisten adviseren om eerst eens af te wachten of recentelijk ingevoerde controlemechanismen werken, alvorens weer met nieuwe regels te komen.
Ook stelt het college dat universiteiten bij voorkeur zelf met oplossingen moeten komen om de kwaliteit van hun opleidingen in de gaten te houden. Voorlopig is een wetsverandering helemaal niet nodig.
De minister neemt de ideeën van Actal over en ziet af van de invoering van risicogericht toezicht door de inspectie. ‘De rol van de inspectie blijft beperkt tot het toezicht op het stelsel, de naleving van wet- en regelgeving en de financiële rechtmatigheid.’
De minister legt in de brief grote nadruk op het belang van de examencommissie als kwaliteitshoeder. ‘Ik zie een onafhankelijke examencommissie als een must om haar verantwoordelijkheid en taak goed te vervullen’, schrijft ze. Bussemaker wil met de instellingen afspreken dat leden van de examencommissie geen lid zijn van het universiteitsbestuur en dat zij ook geen financiële verantwoordelijkheid dragen binnen de instelling. Verder ziet zij het ‘als een positieve ontwikkeling als er in elke examencommissie een externe deskundige zitting heeft.’ VB

Deel dit bericht: