Niet alles is te koop

Geert van Istendael strijdt tegen de gevaarlijke almacht van de markt

Door Vincent Bongers

De Belgische schrijver, essayist en dichter Geert van Istendael (1947) leerde lopen in Nederland en bleef altijd van de polder houden. Vrijdag  geeft hij de Huizinga-lezing. ‘Liefde is belangrijker dan economie.’

Uw lezing heeft als titel De Parochie van Sint-Precarius. Wat is dat voor een merkwaardige heilige?
'Ruim voor de huidige economische crisis, in 2004, ontstond er in Milaan een beweging onder hoogopgeleide jongeren. Al snel was deze parochie ook in andere landen in Zuid-Europa te vinden. Deze jonge mensen maken zich zorgen over de hoge werkloosheid. Ze moeten de totale triomf van de markt ondergaan en zijn overgeleverd aan de grillen en willekeur van bedrijven. Hen wacht een onzeker en precair bestaan. Sint-Precarius is de patroonheilige van deze beweging. Ik vrees dat wij als het zo doorgaat allen toetreden tot deze parochie.'

U verzet zich tegen het huidige economische systeem?
'Ik ben niet tegen de markt. Het probleem is dat de marktwaarde van een product belangrijker is geworden dan de gebruikswaarde. Dat idee heeft Karl Marx natuurlijk al in Das Kapital beschreven, een heel vervelend boek overigens. Maar niet alles is te koop. Als ik hier in Brussel rondkijk in mijn kamer, zie ik veel dingen die ik nooit zou verkopen. Mijn werktafel, geërfd van mijn vader, doe ik echt niet van de hand. Tenzij ik van de honger dreig te sterven.
'Vrijwel alles wordt tegenwoordig herleid tot het marktdenken. In de taal zie je dat ook terug. Als twee geliefden uit elkaar gaan, hoor je een opmerking als: "Ik heb te weinig geïnvesteerd in de relatie." Dat is van een droefheid. De liefde en de eros zijn belangrijker dan economie. Het gaat er om de eerste plaats om of u "graag iemand ziet".
'Onderwijzers op de lagere school "sluiten contracten" met leerlingen van zes tot twaalf jaar. Wij kregen gewoon les. De een leerde wat beter dan de ander. En dat was het. Nu bereiden ze kinderen voor om hun plaats op de markt in te nemen.'

Uw roman De Zwarte Steen (2003) schetst een gitzwart toekomstbeeld van Europa. Opnieuw scheidt een muur het continent: nu is er echter een barrière opgeworpen tussen arm en rijk.
'Dat boek is fictie. Ik hoop dat ik geen profeet ben. Want dan is het wel een heel sombere profetie. Maar het is wel zo dat ik mij zorgen maak. De Europese Unie legt het marktdenken op en dat verontrust mij zeer.
'Nog gevaarlijker is de vernietiging van de verzorgingsstaat. De sociale zekerheid is een van de belangrijkste pijlers onder Europa. Die wordt omver getrokken door regeringsleiders en Europese instanties. De solidariteit valt hierdoor weg en hele volkeren raken zo aan de bedelstaf. Het is onzinnig en gevaarlijk beleid. De bevolking wordt onzeker en bang, waardoor het consumentenvertrouwen nog verder inzakt. En dat tast dan weer de groei aan. In Duitsland is de sociale zekerheid nota bene door een socialistisch-groene coalitie deels afgebroken. Een onbehoorlijk percentage van de bevolking is verarmd.
'Voormalig bondskanselier Gerhard Schröder, een sociaaldemocraat, schepte er in 2005 bij de economische wereldtop in Davos nog over op dat Duitsland een van de beste lagelonensectoren had opgebouwd in Europa. De creatie van een onderklasse is niet iets om trots op te zijn.'

Door drastisch in te grijpen kan Europa de concurrentie weer beter aan, is de redenatie.
'Aan wie wil Duitsland dan zijn producten gaan verkopen? Niet aan de Duitsers zelf dus. Aan Frankrijk en Spanje? Dat wordt ook moeilijk.'

Voorlopig is het meer een kwestie van het overeind houden van Zuid-Europa.
'In die discussie stoort mij de toonzetting. Er wordt gedaan alsof de Grieken, Spanjaarden en Italianen luiwammesen zijn die rustig op een terrasje ouzo en wijn drinken. Dat is gewoon niet waar. De Griekse werkweek is langer dan die in Duitsland. Dat er enorm geprofiteerd is van de handel met Zuid-Europese landen, wordt ook vergeten. Denk maar aan de Duitse auto's in Italië. Datzelfde Duitsland zit ook diep in de Spaanse vastgoedbubbel en verkocht grote hoeveelheden wapens aan Griekenland.'

Wat moeten de Unie en haar lidstaten wel doen?
'De sociale zekerheid niet afbreken, maar juist een offensieve politiek voeren om deze te behouden en te exporteren naar andere landen, bijvoorbeeld naar Brazilië of China. Voeg de beste elementen van de verschillende verzorgingsstaten samen en verspreid deze. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het minimumloon en verstandige pensioensregelingen. Sociale zekerheid zou bij het Unesco werelderfgoed moeten horen.
'De onverkozen technocraten in Brussel gedragen zich als verlichte despoten. Het heeft haast religieuze aspecten. Als ik sommigen van hen hoor praten, denk ik: "Ik sta hier voor een zendeling. Ik moet bekeerd worden." Het is bijna een taboe om kritiek op de EU te hebben. Dan word je ingedeeld in het kamp van verschrikkelijke extremisten. Terwijl ik een centrum-linkse figuur ben - althans dat vind ik zelf.'

In Tot het Nederlandse Volk (2010) stak u ons – na de moorden op Fortuyn en Van Gogh – een hart onder de riem. Gaat het inmiddels weer wat beter met Nederland?
'Nederland is uit zijn as herrezen. Ik ben een van de zeldzame Belgen die van Nederland houdt. Dat zijn er echt niet veel. Ik heb in Utrecht leren lopen, praten en fietsen. Ik heb het land heel graag. Ik vind het bijzonder knap dat Rutte en Samsom over de tegenstellingen zijn heengestapt en dit mirakelkabinet hebben gevormd. Indrukwekkend.'

Het kabinet is wel slecht gestart.
'Maar het bestaat nog. Hopelijk krijgt het vier jaar de tijd om zich te bewijzen.'

En in België?
'Ik vind dat we een uitstekende regering hebben, met Elio Di Rupo als een hele goede premier. Hij is een zoon van een Italiaanse mijnwerker en hij is ook nog eens openlijk homoseksueel. Ik denk niet dat dat in veel Europese landen mogelijk is. Hij doet heroïsche pogingen om Nederlands te leren. Helaas is hij niet begaafd in de talen.'

En zijn beleid?
'Hem wordt een gebrek aan visie verweten over de toekomst van België. Maar hij is er in geslaagd om een begroting op te stellen die Europees is goedgekeurd. Ik vind dat op dit moment belangrijker dan een visie.
'De regering krijgt vooral van de Nieuw-Vlaamse Alliantie (de Vlaamse nationalisten, red.) veel kritiek, Ik vind deze kritiek hol en niet terecht. Bart De Wever (de politiek leider van de N-VA, red.) zoekt steeds de confrontatie. Terwijl compromissen al sinds het ontstaan van België in 1830 een burgeroorlog voorkomen. De Wever trekt niet alleen de Vlamingen en Walen uit elkaar maar verscheurt zo ook de Vlamingen. En als het er echt om gaat, onttrekt de partij zich. Bij het vormen van de regering was dat zo; ze waren er niet bij. De overeenkomst over de splitsing van Brussel, Halle en Vilvoorde; ze waren er niet bij. De Wever wordt nu burgemeester van Antwerpen. Blijkbaar kan hij in zijn eigen stad wel compromissen vinden. We zullen zien of ze werken.'

Valt België uit elkaar?
'Ik geloof er geen bal van. Er is wel iets anders aan de hand. De natiestaten die we kennen, verdwijnen al. Driekwart van de wetgeving komt uit Brussel. Nederland, België en andere landen lossen op als suikerklontjes in de Uniekoffie. Maar dat betekent niet dat nationale identiteiten verdwijnen. De inwoners van Beieren zijn nog altijd heel Beiers.'

U heeft wel eens geschreven: "Ik haat 1830."
'Ik blijf er bij dat 1830 een fatale datum was. Maar je kunt nu geen 182 jaar geschiedenis meer uitwissen. Het was een goede zaak geweest als de Nederlanden nooit uit elkaar waren gevallen. De Benelux zou het rijkste land van de unie zijn en met 27 miljoen inwoners veel invloed hebben gehad in Brussel.'

Huizinga-lezing

De Huizinga-lezing wordt jaarlijks in samenwerking met NRC Handelsblad en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde georganiseerd als eerbetoon aan de historicus Johan Huizinga (1872-1945). Hij was hoogleraar algemene geschiedenis aan de Leidse universiteit Leiden en geldt als een van de meest invloedrijke Nederlandse historici. In 1919 publiceerde hij het boek Herfsttij der Middeleeuwen waarmee hij wereldberoemd werd. In zijn functie als rector magnificus maakte hij in 1933 bezwaar tegen de aanwezigheid van de Duitse wetenschapper Johann von Leers bij een internationaal studentencongres, vanwege de antisemitische teksten die Von Leers publiceerde.
Sinds 1972 wordt er elk jaar een Huizingalezing georganiseerd. Bekende sprekers waren onder andere Simon Schama, Harry Mulisch en Noam Chomsky.
De lezing is vrijdagavond 14 december in de Pieterskerk. Kaarten kosten € 19,95 en zijn hier verkrijgbaar

Deel dit bericht: