Een door God gegeven kans

Hoe Atjeh opkrabbelde na tsunami

Herdenkingsmonument voor de slachtoffer van de tsunami in Atjeh.

Door Vincent Bongers

In de Indonesische provincie Atjeh vielen acht jaar geleden maar liefst 160.000 doden als gevolg van een zeebeving. Maar overlevenden noemen de ramp een ‘kans’, die vrede en toeristen bracht. ‘De tsunami was een katalysator.’

‘Baaaam! We hoorden een explosie, ik keek naar links en naar rechts. En toen zag ik het water, als een slang om ons heen. Ik liet mijn jongere broertjes en zusje los en ging rennen. Het was ieder voor zich. Om mij heen waren er mensen die niet konden rennen, ook kinderen. Zij zeiden: “Help me, mevrouw!” Maar wat kon ik doen? Ik dacht dat dit het einde van de wereld was.’ (Aldus de 18-jarige overlevende ‘Dita’)

Op tweede kerstdag 2004 vond er zo’n 160 kilometer voor de kust van het Indonesische eiland Sumatra een zware zeebeving plaats. Door de aardschok ontstond een tsunami die dorpen en steden in Azië van de kaart veegde, en slachtoffers maakte tot in Afrika. De Indonesische provincie Atjeh werd het zwaarst getroffen. Naar schatting stierven er 160.000 mensen in de vloedgolven die op sommige plekken tien meter hoog waren. Tweederde van de hoofdstad Banda Atjeh werd met de grond gelijk gemaakt.‘Er zijn zo ongelofelijk veel slachtoffers, dat is niet te bevatten’, zegt de Leidse antropologe Annemarie Samuels. Ze onderzocht de nasleep van de ramp, de fysieke wederopbouw en het geestelijke herstel van Atjeh. Vorige week promoveerde ze cum laude. Aan de hand van interviews schept Samuels een beeld van het getroffen gebied vlak na de tsunami. De geïnterviewden gaf ze, zoals gebruikelijk in de antropologie, gefingeerde namen. De getuigen beschrijven bergen naakte lichamen, zwart van de modder, uitgeteerd in de hete zon. Ze liggen opgestapeld als gedroogde vis. Het zout in het water zorgde er voor dat de lijken niet zijn gaan stinken. Maar op de stapels liggen niet alleen doden. Een zwaargewonde vrouw werd al in een lijkenzak gelegd, met haar laatste krachten wist ze zich nog met haar stem te redden.

‘Ze hadden al gezocht naar mijn familie, maar niemand had mij nog gevonden. Misschien hadden ze mij wel gezien, maar niet herkend. Mijn gezicht zat namelijk vol met modder en wonden. Mijn lichaam zat onder de sneeën en zweren van het water. Plots schreeuwde ik. Daar schrokken de omstanders van. “Deze leeft nog, deze leeft nog”, hoorde ik toen.’ (Aldus overlevende ‘Rania’)

Overlevenden waren op zoek naar familieleden en vonden die meestal niet. Samuels: ‘Lijken kwamen over de hele stad terecht en verdwenen in twee gigantische massagraven. Van veel doden is nooit vastgesteld wie het zijn. Voor de rouwverwerking is dat extra moeilijk.’Na de chaos begon de opbouw. ‘Je begint bij nul, zo zeggen de Atjeeërs dat ook. Dat heeft een bijna esthetische component: letterlijk vlak en plat, als het land na de tsunami.’In 2007 ging Samuels voor het eerst naar het rampgebied. ‘Banda Atjeh was toen al voor een groot deel herbouwd. Veel gevluchte mensen waren teruggekeerd naar nieuwe huizen. De meeste hulporganisaties zaten er nog.’Het gaat niet alleen om de doden, gewonden, uit elkaar gerukte families en materiële schade. ‘De structuur is ook weg. Dorpshoofden en andere bewoners die de leiding hadden, zijn dood.’Veel vluchteling keerden toch terug naar hun oude dorpen. ‘De oude structuren werden heel vlug weer opgepakt. Echt ongelofelijk. Bewoners die alles kwijt waren, hertrouwden heel snel. Er liepen al weer allemaal kleine kinderen rond. Het is in de cultuur van Atjeh moeilijk om alleen te blijven. Alleenwonende mannen zeggen meteen: “Ik heb een vrouw nodig.” Die snelle huwelijken lopen overigens lang niet altijd goed.’De hulpverlening richtte zich sterk op het bouwen van nieuwe woningen. ‘Huizen zijn natuurlijk belangrijk. Het werd echter erg gepolitiseerd. Huizen kun je tellen. Hoe meer huizen, hoe succesvoller de wederopbouw, aldus de overheid.‘Er is te weinig aandacht besteed aan het opbouwen van de economie. Dat werd meteen na de ramp al duidelijk. “Een huis kun je niet eten”, zeggen de Atjeeërs. Ze kregen wat rijst, olie en vis in blik van hulpverleners. Maar de draad moet weer op worden opgepakt. Ook door mensen die verder alles kwijt zijn. Sommigen verdienden wat geld met het opruimen van troep. Maar ze zetten ook zelf handeltjes op: pisang goreng verkopen langs de kant van de weg of werken in een restaurant. Atjeeërs zeiden tegen mij: “We werken om te vergeten. Als je de hele dag in een tent zit is het veel moeilijker.” Dat hulpverlening mensen alleen maar afhankelijker zou maken, dat is onzin.’‘Er is goed werk gedaan, maar er was ook veel geld beschikbaar: zeven à acht miljard dollar voor een provincie met vier miljoen inwoners. Daarvan bleef er veel te weinig over bleef voor structurele economische investeringen.’

'Het is nu vijf jaar geleden, maar er is in Atjeh nog niemand geweest die zelfmoord heeft gepleegd omdat hij niet kan stoppen met denken aan overleden familieleden, of omdat hij niet weet waar het graf van een kind is, of niet weet waar zijn gestorven kinderen zijn. Misschien komt het omdat we zo sterk zijn, God weet dat. Hij gaf deze ramp aan Atjeh omdat de Atjeeërs zo sterk zijn dat we het aan kunnen.' (Aldus overlevende 'Cut Marliani')

Samuels sprak ook overlevenden over hoe zij alle ellende proberen te verwerken. 'De islam is daar heel belangrijk in. Mensen zijn heel gelovig in Atjeh. Maar ze hebben geen fatalistische instelling. Alles is door God gegeven, dus ook de tsunami. Je hoort ook mensen zeggen: "Dit is een door God gegeven kans om het beter te doen." Zo'n verschrikkelijke ramp als een kans zien, daar schrok ik in het begin een beetje van. De overheid had ook heel erg die retoriek: "Dit is een opportunity." Toen bleek dat de getroffen bevolking er wel hetzelfde over dacht.'
Voor de ramp was Atjeh gesloten voor de buitenwereld. Het Indonesische leger streed tegen rebellen die een onafhankelijke staat wilden. Het conflict sleepte zich al tijden voort en zorgde naast veel leed ook voor economische malaise. Buiten Indonesië werd de kwestie genegeerd.

Tot na de tsunami. 'Eindelijk kwam er aandacht van de rest van de wereld, vertelden Atjeeërs. Sterker nog: "God gaf de ramp om het conflict te stoppen."' En er kwam ook bestand. 'De vrede houdt nog steeds stand. Je kunt nu ook naar Atjeh toe, dat was vroeger onmogelijk. Er komen ook steeds meer toeristen. Er waren al stappen in de richting van een bestand gezet. Maar de tsunami was een katalysator. Het is voor ons navrante ironie dat een ramp het gebied ontsloot. Maar de bewoners zien dat anders.'
In 2009 werd de heropbouw van Atjeh officieel beëindigd. 'Er is grote angst onder de Atjeeërs dat het conflict weer oplaait, met name omdat de sociaaleconomische problemen nog zo groot zijn. Nu de hulpverleners zijn grotendeels zijn vertrokken dreigt er weer isolatie. "Hoe moet het verder", zeiden bewoners, "nu de wereld ons niet meer ziet?"
Annemarie Samuels,

Annemarie Samuels, After the Tsunami. Promotie was 29 november

Deel dit bericht: