De flirt van de lipstickterrorist

Portrettenreeks over vrouwelijke terroristen

Door Thomas Blondeau

Ze worden Amazone van Allah, ontaarde moeder of stout buurmeisje genoemd. Maar wie zijn ze? Leidse hoogleraar Beatrice de Graaf beschreef tien vrouwen die als terrorist door het leven gingen. Vier van hen zijn Nederlands.

Aanvankelijk probeert ze het getinkel van haar mobiel nog te negeren. Na een half uur van verwoede belpogingen, kijkt Beatrice de Graaf op het oplichtende schermpje. 'Hilversum,' zegt ze. Als blijkt dat de redacteur niet van opgeven weet, neemt ze toch maar op. 'Tanja Nijmeijer heeft weer een interview gegeven', verduidelijkt ze.
Even later hangt Pauw &Witteman aan de lijn. De Somalische terreurbeweging Al-Shabaab heeft gewaarschuwd voor 'grote gevolgen' als Nederland het verbod op godslastering afschaft. De Graaf, hoogleraar conflict- en veiligheidsgeschiedenis en verbonden aan het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme, was vorige week al te gast in het programma. Ze bracht er haar nieuwe boek Gevaarlijke vrouwen onder de aandacht.
Op toegankelijk en soepele manier beschrijft ze daarin tien vrouwelijke terroristen. Of vrouwen die ooit dat label opgeplakt kregen door de overheid. Nijmeijer staat er ook in. Al gruwt De Graaf van de Guevara-romantiek die om deze Nederlandse terroriste wordt gedrapeerd. 'De Volkskrant laatst, die deden het wel goed. Nijmeijer kwam aan het woord. Maar daarna werden ook slachtoffers van het FARC geïnterviewd.'
Aan media-aandacht voor De Graafs werk schort het niet. Toch twijfelde ze over het schrijven van dit boek.

Waarom?
'Voor de visitatiecommissie maakt dit soort publicaties niet uit. Het wordt niet meegerekend in citaties, het telt niet echt. Bovendien moet je ook opletten voor wat in geschiedeniskringen 'Het Maarten van Rossem-effect' wordt genoemd. Ik respecteer Maarten zeer en heb met plezier met hem samengewerkt, maar als je op tv komt, word je door vakgenoten minder serieus genomen.'

En dan toch het boek schrijven.
'Ja, ik had er gewoon zin in. Naast alle zwaar-wetenschappelijke werk, wil ik ook spectaculaire geschiedenisverhalen vertellen. Verhalen raken mensen. Ik ben historicus en vind het superboeiend om in de huid van personages te kruipen, het archief in te duiken, mensen te spreken. Ik ben voor mijn academische werk ook wel in de weer met allerlei politieke modellen maar ook in verhalen kun je eveneens abstracte en ingewikkelde kwesties blootleggen.'

Hoe ver gaat u om terroristen te spreken?
'Ik ben geen onderzoeksjournalist, ik ga ze niet opwachten. Bij Lidwina Janssen (Nederlandse vrouw die eind jaren zeventig in Israël werd gearresteerd wegens haar banden met een Palestijnse terreurbeweging, red.) heb ik meermaals naar haar adres geschreven maar als ze dan niet wil reageren, dan houdt het voor mij op. Als zij met rust gelaten wil worden, moet je dat ook respecteren.'

Vrouwelijke terroristen worden door pers en politie anders behandeld dan hun collega's van het andere geslacht, valt u op.
'Je merkt dat het beeld van vrouwelijke terroristen een eigen dynamiek krijgt. Ze worden feller of juist meer vergoelijkend behandeld. In dat laatste geval worden ze niet als terrorist bekeken, maar meer als een meeloper of de vriendin van. Daardoor kunnen ze langer hun gang gaan.
'Of ze worden al als terrorist geframed nog voor ze daadwerkelijk gevaarlijk worden. Ulrike Meinhof (1934 – 1976, lid van de links-extremistische Rote Armee Fraktion die verschillende aanslagen in vooral Duitsland pleegde, red.) is zo'n voorbeeld - misschien wel een van de bekendste terroristen die er is. Mensen denken dat ze een van de gevaarlijkste vrouwen uit die tijd was. Maar dat was helemaal niet zo. Voor ze zich bij de RAF aansloot, was ze gevierd schrijfster en moeder. Als journaliste had ze een paar rechtse politici flink de stuipen op het lijf gejaagd. Toen ze meehielp met de ontsnapping van een lid, had ze nog helemaal geen geweld gebruikt. Maar meteen de volgende dag verscheen haar foto overal met een flinke prijs op haar hoofd.
'Haar ex had ook het gerucht verspreid dat ze hun tweelingdochters naar Palestina had ontvoerd om ze daar in een wezenkamp te laten opgroeien – niets van waar. Een verhaal dat dertig jaar is blijven rondzingen. Maar ja, Meinhof was nu eenmaal de ontaarde moeder. Dat was het beeld.'

Maar worden mannelijke terroristen niet al even clichématig neergezet? De jihadi met het kromzwaard, de lone wolf à la Breivik...
'Zeker, maar het komt minder vaak voor. Als je kijkt wat er over Breivik of Bin Laden wordt geschreven, merk je dat het vooral gaat om wat ze doen. Niet over hoe ze eruit zien of over hoeveel kinderen ze hebben. Over vrouwelijke daders wordt altijd meer stereotiep gedacht. Misschien omdat ze nog altijd in de minderheid zijn en daardoor bekeken worden als iemand die alle grenzen van het vrouwelijke rolpatroon hebben overschreden: ze laat haar kinderen achter, ze geeft geen leven meer, ze neemt nu levens... Een soortgelijk fenomeen zie je ook bij vrouwelijke politici. Hun mannelijke tegenhangers krijgen veel minder vaak vragen over hun gezin of uiterlijk.
'Ik pretendeer ook niet enorm vernieuwende inzichten te brengen met deze verhalen. Maar wat betreft het bestrijden van terrorisme lijkt het me aangewezen dat veiligheidsdiensten zich bewust zijn van deze manier van denken. Zodat ze het gegeven van een vrouwelijke terrorist zonder emotie kunnen bekijken en efficiënter aan de slag kunnen gaan.'
U schrijft hoe de patriarchale cultuur van sommige terreurbewegingen ervoor zorgt dat vrouwen in de minderheid zijn bij dergelijke organisaties. Maar sowieso zijn vrouwen zeer zelden frontpersonen van terroristische groeperingen. Hoe komt dat?
'Daar heb ik geen specifiek onderzoek naar gedaan. Maar uit wetenschappelijke literatuur weten we dat überhaupt het aantal geweldsdaders hoofdzakelijk man is. Fysiek kan een man de terugslag van een AK-47 gewoonweg beter aan. Maar in verhouding met de krijgsmacht of de georganiseerde misdaad is het vrouwelijk aandeel onder terroristen veel groter. Bij sommige linkse groeperingen is het zelfs veertig procent.'

Hoe bepaalt u of iemand een terrorist is? In uw boek heeft u het over Angela Davis, ooit door Nixon gelabeld als staatsgevaarlijk, nu een gevierde academica.
'Ik heb gekeken naar mensen die op een bepaald moment door politie en justitie zo zijn benoemd. Ik heb niet zelf een definitie bedacht en toegepast. Zo kan het gebeuren dat iemand soms wel en soms niet als terrorist wordt gezien.
'Kijk maar naar de Nederlandse vrouw Soumaya S.: een paar jaar geleden werd zij tot vier jaar veroordeeld door haar contacten met Samir A.. Nadat ze haar straf had uitgezeten, is het vonnis vernietigd. Nu is het nog maar de vraag of het Openbaar Ministerie haar weer wil vervolgen. Dan ben je opeens met terugwerkende kracht geen terrorist meer.'

Slechts in een paar jaar van terrorist naar misschien wel onschuldig. Het kan snel gaan.
'Ja, eng is dat. Het pendelt van rechts naar links. Je kunt ook niet volhouden dat de rechtspraak zich in een vacuüm voltrekt. De rechters luisteren toch naar wat in de samenleving speelt. Als rechter ben je de laatste schakel van een heel proces. De angst leeft onder het volk, het parlement eist een wet, justitie gaat achter die mensen aan en als rechter moet je dan een afweging maken. Nu, een paar jaar later kun je overwegen die terrorismewet weer bij te stellen.'

Kunt u een onderscheid maken tussen gerechtvaardigd en ongerechtvaardigd geweld?
'Goede vraag. Ik merk dat ik steeds vaker teruggrijp naar politieke filosofen om te kijken wat zij daarover hebben gezegd. Maar een sluitend antwoord heb ik nog niet gevonden.'

Beatrice de Graaf, Gevaarlijke vrouwen,Tien militante vrouwen in het vizier,
Boom, EUR 24,90,
280 pagina's

Deel dit bericht: