Column: Daar wordt op de beurs beknot

Gisteren was het Pakjesavond. Misschien heb je het met je familie gevierd; misschien met je schoonfamilie. Misschien heb je op je stage lootjes getrokken en voor die ene collega waar je compleet geen mening over hebt uiteindelijk maar een boekenbon gekocht. Misschien heeft een huisgenoot een f les Pastis van papier-maché voor je gemaakt met een dildo erin. Als ik dit schrijf heb ik nog niets gevierd, maar ik vermoed dat ik (zoals elk jaar) gewikkeld in een deken me vol zal proppen met fondant en marsepeinen aardappeltjes, terwijl ik alle Sesamstraat Sinterklaasspecials achter elkaar kijk en doe alsof ik geen volwassen verantwoordelijkheden heb die verder gaan dan het soldaat maken van twee liter glühwein.
Hoe dan ook, ik weet zeker dat noch ik, noch jij, noch wie dan ook, ons nationale kinderfestijn groots en meeslepend gevierd zal hebben. Er is iets gezapigs aan Sinterklaas, iets typisch Hollands.
Toen ik nog legitiem naar Sesamstraat kon kijken, nodigden mijn grootouders een student uit om Sinterklaas te spelen ter lering ende vermaak van mijzelf en de andere kleinkinderen.
Zelf weet ik er weinig meer van, maar de leden van mijn familie die dit feest bewust mee hebben gemaakt mijmeren rond deze tijd van het jaar gelukzalig over deze tragische Sint, zijn baard op half zeven, en zo zat als twintig Zwitsers. Eén der Zwarte Pieten droeg een bruine panty die hij waarschijnlijk van zijn moeder c.q. hospita geleend had. Dat bedoel ik. Zo Hollands.
Dit was allemaal lang geleden; ik was zelf waarschijnlijk niet ouder dan een jaar of vier.
Deze week realiseerde ik me dat dit heilig avondje waarschijnlijk in 1993 plaatsvond. Toevallig besloot Jo Ritzen (die ondergetekende ooit de hand schudde in Maastricht, maar dat terzijde) in 1993 dat het maar eens klaar moest zijn met al dat langgestudeer. Het kabinet kwam met de tempobeurs: studeren deed je maar zo lang je wilde, maar na vijf jaar was het afgelopen met de basisbeurs. Vervolgens werd de OV-studentenkaart in 1994 ook nog teruggesneden tot weekend-of-weekkaart.
Misschien dat Studenterklaas toentertijd daarom maar bijbeunde als alcoholistische priester met spontane alopecia. Het waren moeilijke tijden voor studenten. Sint zou best wel eens eerder dat jaar in Den Haag op de barricade hebben kunnen staan. Stenen en verfbommen; arrestaties en waterkanonnen. In mijn grootouderlijk huis had Sint de moed duidelijk al opgegeven. Ik kan het hem niet kwalijk nemen dat hij en Piet te diep in het glaasje bisschopswijn hadden gekeken.
Bijna twintig jaar later is het vanzelfsprekend dat je of doordeweeks of in het weekend de zakken van de NS vult met je uitgeklede basisbeurs, en dat na vijf jaar de geldkraan zonder pardon dicht wordt gedraaid. Daar kijkt dan ook niemand meer van op. Diezelfde zaken waar mijn Sint toen misschien voor in elkaar werd gemept door een ME'er met een slecht huwelijk staan nu niet meer ter discussie.
Nu hebben we het over langstudeerboetes (oh nee, toch niet! Oh wacht, toch wel! Oh nee, laat maar. Toch niet) en sociale leenstelsels. Over trajectkaarten . Studerend Nederland zou studerend Nederland niet zijn als we niet op onze achterste benen zouden gaan staan op het Malieveld. Soms is de ME er ook weer gezellig bij. Ik vond dat altijd een mooie zaak; aan ons brakke, opbezuinigde lijf geen politieke polonaise. Nu kan ik alleen maar denken aan mijn Sint. Mijn Sint loopt nu tegen de veertig. Uiteindelijk kon hij ook weinig anders doen dan een nepbaard en een mijter kopen. Ik ga in de uitverkoop maar eens een Sinterklaaspak aanschaffen. Voor de zekerheid.

Anne van de Wijdeven, literatuurwetenschapper en docent Engels in opleiding

Deel dit bericht: