Column: Haantjes en broedkippen

Toen ik in Leiden kwam werken, kende ik de universiteit vooral als bolwerk van tradities. Maar al gauw werd mij duidelijk: dat is één en al theater. Eigenlijk is er maar één traditie die er toe doet. Dat is de alleroudste, tevens het motto van de universiteit: Praesidium Libertatis, Bolwerk der Vrijheid. Door Willem van Oranje aan de stad Leiden gegeven in 1575 nadat zij stand had gehouden tegen een slopende Spaanse belegering. (Rond 3 oktober worden we nog subtiel aan dit akkefietje herinnerd.)

De oudste universiteit van Nederland kent een geschiedenis vol genieën, vrijdenkers en controversiële wetenschappers. In tegenspraak met haar ouderwetse imago, staat Leiden nog altijd voor een moderne interpretatie van vrijheid. Zo zijn islamkritische en eurosceptische wetenschappers hier nog relatief veilig. En sinds dit voorjaar geven we het ‘homohuwelijk’ een wetenschappelijk fundament met de nieuwe leerstoel Comparative Sexual Orientation Law van prof.dr. Kees Waaldijk. Ook een prestatie is het, dat Leiden de meeste vrouwelijke hoogleraren heeft van Nederland.

Het aandeel vrouwen in toga schommelt alsnog slechts rond een magere 17 procent, maar toch: de wetenschap is niet zo geëmancipeerd. De vele gender-leerstoelen en vrouwenstudies ten spijt, de universiteit is vooral het domein van mannelijke haantjes en vrouwelijke broedkippen. Is onder studenten en promovendi nog een meerderheid vrouw, naarmate de carrière vordert, keldert dat percentage als een aandeel-Facebook.

Deels is er vast zoiets als een glazen plafond of een old boys network. Heel onrechtvaardig allemaal. Maar vrouwen die vanuit hun ‘slachtofferschap’ mannen oproepen om daar iets aan te veranderen zijn irreëel. Die mannen hebben wel wat beters te doen!

Deels heeft het vrouwelijke afhaakgedrag een demografische verklaring. Een medepromovenda vertelde me eens dat haar begeleidster haar op het hart had gedrukt dat de promotietijd de beste tijd is om kinderen te krijgen. Je bent nog jong, je kunt zelf je tijd indelen en de werkdruk is lang niet zo hoog als in het academische leven erna. Blijkbaar wordt niet afgewogen of het onderzoek – dat zoveel passie opwekt en dat zo’n groot wetenschappelijk en maatschappelijk belang dient – zomaar door voortplantingsdrift van de eerste plaats moet worden verstoten.

De kern van het probleem zit vermoedelijk in het fundamenteel gebrekkige zelfvertrouwen van hoogopgeleide vrouwen. Allerlei studies tonen aan dat het impostor syndrom – het bekende gebrek aan zelfvertrouwen van jonge professionals (‘help, ze hebben me door!’) – voor hen veel meer geldt. Mannen hebben het ook, maar weten dat ze een spel spelen. Ze doen quasi-achteloos een gooi en banen zich in ogenschijnlijke nonchalance een weg naar de top. Vrouwen daarentegen blijven hangen in een voortdurende staat van twijfel en onzekerheid.

Conclusie: ook dit academisch jaar moeten vrouwen hun eigen vrijheid blijven bevechten. Baas in eigen buik, baas in eigen hoofd!

Geerten Waling promoveert en doceert bij geschiedenis

Deel dit bericht: