Opinie: Wij hebben niet gelekt

‘Kinderen in jeugdtehuizen ‘schokkend vaak’ misbruikt’, zo luidde de kop van een artikel op de voorpagina van de Volkskrant van dinsdag 1 mei. De verslaggeefster Anneke Stoffelen citeert uitgebreid uit een uitgelekt concept-rapport over onderzoek naar de prevalentie van seksueel misbruik in de jeugdzorg. Verderop in de krant volgt nog een artikel met de titel ‘Jeugdzorg blokkeerde onderzoek’, over de strubbelingen tussen de onderzoekers en de koepel Jeugdzorg Nederland, en een aangrijpende casusbeschrijving van een misbruikte pupil.
Soms loopt het nieuws op de feiten vooruit. Dat was hier het geval. De Volkskrant verraste en verbaasde ons als auteurs van het rapport met haar berichtgeving over een voorlopige versie. Verrast omdat er ondanks enkele vage geruchten tot twee dagen voor de krantenartikelen geen enkele concrete aanwijzing was voor een lek. Verbaasd vanwege het risico dat de krant nam om tot publicatie over te gaan van bevindingen uit een voorlopig onderzoeksrapport zonder de auteurs daarbij te raadplegen en de feiten te toetsen.
Anneke Stoffelen en de Volkskrant hadden geluk. Het uitgelekte rapport had dan nog wel de status van concept, maar de definitieve versie waarvoor de onderzoekers tekenen zal slechts op details afwijken van dit concept. De belangrijkste bevindingen zijn en blijven: seksueel misbruik met lichamelijk contact vindt inderdaad 2 tot 4 keer zo vaak plaats in de jeugdzorg vergeleken met misbruik in gewone gezinnen. Vooral in de residentiële jeugdzorg (tehuizen, instellingen) is er meer misbruik dan buiten de jeugdzorg. Dat is een ramp voor de betrokken kinderen die na een turbulente periode in hun  leven een veilige haven zoeken maar een bedreigende zorgomgeving aantreffen.
De auteurs van het rapport hadden pech. Zij hadden zich voorgenomen in alle rust nog verbeteringen aan te brengen in hun verslag, mede op basis van een laatste ronde commentaar van de begeleidingscommissies, om dan volgens afspraak een eindrapport aan de opdrachtgever, de commissie Samson, te overhandigen. Dat zou een mooie afsluiting geweest zijn van een hels karwei waarbij het onderzoeksteam ruim 2.600 telefoontjes pleegde en meer dan 44.000 km aflegde om de gegevens bij de 329 kinderen en de 368 informanten te verzamelen.
Onvoorbereid kregen we op dezelfde dinsdag waarop het drieluik in de Volkskrant verscheen een ware lawine van verzoeken om interviews over ons heen. De commissie Samson was ‘not amused’ over de gang van zaken. Samson was van plan ons rapport samen met nog zeven andere studies om te vormen tot een samenhangende visie op seksueel misbruik in de jeugdzorg. Die visie zal begin oktober aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Nu ons rapport is uitgelekt stelt menigeen zich de vraag of er dan nog langer gewacht moet worden met de bestrijding van misbruik in de jeugdzorg.
Die vraag wordt uit onverwachte hoek en in bedenkelijke richting beantwoord in ons universiteitsblad Mare, en wel door Peter Vasterman, mediasocioloog van de UvA. In het artikel ‘Lekken of publiceren’ (24 mei 2012) oppert Vasterman de verdenking dat de auteurs ‘de rapporten zelf hebben laten uitlekken’. Hij verzuimt daarvoor feiten aan te dragen (overigens een geval van smaad). De redactie van Mare verzuimde op haar beurt het relaas bij de verdachten op juistheid te checken. Ook andere onjuistheden in het stuk (zoals de datum waarop de stukken zogenaamd via internet beschikbaar zouden zijn geweest) gaan zonder aarzeling ter perse.
Erger is dat de verdachtmaking vervolgens uitloopt op een ongefundeerde bagatellisering van het probleem van seksueel misbruik in de jeugdzorg. Wat Vasterman betreft is er goed beschouwd geen probleem en dus ook geen verandering in de jeugdzorg nodig. Dat er twee- tot viermaal zoveel misbruik plaatsvindt in de jeugdzorg als in de gewone populatie – volgens hulpverleners en volgens de jeugdigen zelf – lijkt hem, comfortabel in de leunstoel van de beschouwende mediasocioloog gezeteld, niet te deren.

Rien van IJzendoorn, Lenneke Alink, Marian Bakermans-Kranenburg
Algemene en Gezinspedagogiek, Universiteit Leiden

Deel dit bericht: