Paradoxale vernieuwing

We hebben een merkwaardige verhouding met oud en nieuw, met traditie en verandering. In bewogen tijden is er altijd een hang naar vroeger, naar houvast en tradities – misschien verklaart dat de recente interesse (en financiering) voor erfgoedbehoud en –onderzoek. In de alliantie die wij met Delft en Rotterdam aangaan, wordt bijvoorbeeld ook gewerkt aan een gezamenlijke LDE Center for Heritage – erfgoed heeft de toekomst.
Maar daar tegenover staat een nog veel sterkere nadruk op vernieuwing, verandering, innovatie. Die term zweeft al een poosje rond in de universitaire wereld en omdat ik (dankzij een Vernieuwingsimpuls-subsidie) tijd heb om af en toe een middag naar praatjes te gaan luisteren ging ik deze week naar een symposium met als titel 'De Innovatie-paradox'.
In het kort: de Nederlandse wetenschap blijkt het keer op keer hartstikke goed te doen in alle ranglijstjes van landen en universiteiten. Tegelijkertijd maakt het Nederlandse bedrijfsleven bijzonder weinig gebruik van alle vernieuwde wetenschappelijke inzichten. Excellente wetenschap leidt blijkbaar niet tot veel innovatie in het bedrijfsleven. Om iets aan deze 'paradox' te doen heeft het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het topsectorenbeleid bedacht, om onderzoekers en ondernemers dichter bij elkaar te brengen.
So far so good, zou je zeggen. Maar helaas komt het geld voor die topsectoren voor het grootste gedeelte uit de NWO-pot. Het geld waarmee eerder fundamenteel onderzoek werd gesubsidieerd, via vrije competities, is nu voor toegepast onderzoek. Nadat eerste geldstroom-fondsen van de universiteiten naar NWO verschoven, worden ze nu ingezet als R&D voor het bedrijfsleven.
Kortom: excellente fundamentele wetenschap wordt financieel gekort omdat het bedrijfsleven niet genoeg innoveert. Dat is pas paradoxaal. Tenzij je fundamenteel wetenschap als linkse hobby ziet, en onderzoek in de eerste plaats als innovatiemotor voor het bedrijfsleven beschouwt, zoals één van de sprekers verduidelijkte.
Wat ook paradoxaal is, is de nationalistische houding die spreekt uit het beleid van Economische Zaken, althans zoals die op het symposium werd uitgelegd door een vertegenwoordiger van dat ministerie. Onderzoek is er om economische en maatschappelijke uitdagingen te kunnen aangaan, en om de positie van de 'BV Nederland' te promoten. 'Maatschappelijke opgaven van vandaag zijn de markten van morgen', werd ons verteld. Die uitdagingen tellen blijkbaar alleen mee als ze in geld uit te drukken zijn, en zich in Nederland afspelen. Alsof de grootste uitdagingen zich netjes aan landsgrenzen houden. En alsof het nationale Nederlandse belang dienen de voornaamste drijfveer van onderzoekers is. Natuurlijk denkt een ministerie in termen van het nationale belang. Maar voor wetenschappers draait het juist om internationale samenwerking, om intellectuele uitwisseling over landsgrenzen (en Europese grenzen) heen, om mondiale of zelfs galactische vraagstukken.
Nog afgezien van politieke schaal is het interessant dat 'innovatie' en 'maatschappelijk belang' als synoniemen worden gehanteerd. Zo lijkt innovatie (in het bedrijfsleven) vanzelfsprekend het maatschappelijke belang te dienen, en dat belang kan schijnbaar ook niet zonder innovatie gediend worden.
Maar er zijn toch talloze voorbeelden van economische innovatie te noemen die het maatschappelijk belang duidelijk schaden. De buitengewoon innovatieve Amerikaanse wapenindustrie bijvoorbeeld, of de biotechnologische innovaties van agrarische multinational Monsanto, waardoor zowel biodiversiteit als kleinere boeren het onderspit delven. Maar ook de innovatieve financiële producten die tot de huidige economische crisis leidden, bijvoorbeeld de financiële innovaties waardoor de woningbouwcorporatie Vestia twee miljard tekort kwam, nu werknemers ontslaat en de huren opschroeft.
Eén van de praatjes was van de Rotterdamse viroloog Ron Fouchier, bekend van zijn grieponderzoek, dat om biosecurity-redenen aanvankelijk niet mocht worden gepubliceerd. Hij sprak over dual use research, onderzoek dat zowel ten goede als ten kwade kan worden aangewend: data over een virusmutatie zijn nuttig voor zowel de WHO als bioterroristen. Misschien zou het goed zijn als onze ministeries wat meer aandacht besteedden aan het dual use- karakter van innovatie.

Rivke Jaffe
Universitair docent culturele antropologie

Deel dit bericht: