Opinie: Lekken of publiceren?

Het ?geheime rapport? en de krant

Hoe vond het rapport over kindermisbruik in jeugdhuizen zijn weg naar de media? En waarom staan de Leidse wetenschappers uitgebreid pers te woord als het over vertrouwelijke materie gaat. Peter Vasterman zet vraagtekens bij de gang van zaken.

De Volkskrant kwam dinsdag 1 mei met een opmerkelijke primeur. Uit een uitgelekt onderzoeksrapport van de Universiteit Leiden zou blijken dat ‘kinderen in jeugdhuizen “schokkend vaak” misbruikt’ zouden zijn. Kinderen in pleeggezinnen en tehuizen zouden volgens het nog geheime rapport ‘drie tot vier keer vaker slachtoffer zijn van seksueel misbruik dan jongeren die thuiswonen’.
Bij uit huis geplaatste jongeren met een licht verstandelijke beperking komt dat misbruik zelfs tien keer vaker voor. De rapportage maakt deel uit van het onderzoek van de commissie Samson die in opdracht van de Tweede Kamer seksueel misbruik van minderjarigen in overheidsinstellingen en pleeggezinnen onderzoekt. Het eindrapport komt in oktober van dit jaar, maar nu zijn de rapporten al uitgelekt naar de Volkskrant.
Meteen dezelfde dag nemen andere media zoals ook NRC Handelsblad het nieuws over met een verwijzing naar de Volkskrant. ‘s Avonds besteedt NOS Journaal er aandacht aan, met daarin zowel een van de onderzoekers prof.dr. Rien van IJzendoorn als een woordvoerder van Jeugdzorg. Ook andere onderzoekers die hebben meegewerkt zoals prof.dr. Lenneke Alink komen aan bod in de media.
Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar toch is er iets merkwaardigs aan de hand. De rapporten zijn namelijk nog steeds niet openbaar, zodat iedereen, zowel de journalisten als de woordvoerders van de verschillende organisaties het moeten doen met de samenvatting in de Volkskrant op grond van het uitgelekte rapport.
Een kritische evaluatie van de onderzoeksresultaten - hoe staat het met de representativiteit, hoe is het misbruik vastgesteld, etc.- is onmogelijk. En dat is toch wel problematisch want de afgelopen jaren zijn er regelmatig ‘schokkende’ cijfers de media in geslingerd die bij nader inzien afkomstig waren tamelijk beperkt onderzoek met slechte steekproeven en hele vage definities.
Omdat ik de berichtgeving wilde vergelijken met de inhoud van de rapporten mailde ik zowel professor Van IJzendoorn als Volkskrant-verslaggever, Anneke Stoffelen. Zij antwoordde dat zij het onderzoeksrapport in vertrouwen had gekregen en dat ze bovendien slechts één papieren exemplaar had. De professor mailde dat hij de definitieve versie van het rapport nog niet kon verspreiden, ik moest geduld hebben tot de commissie Samson met haar eindrapport zou komen. In dat mailtje gaf hij ook aan dat hij geen idee had hoe Stoffelen aan de rapporten was gekomen, ze had geen contact gezocht met de onderzoeksgroep.
Op de website van de Universiteit Leiden staat op dezelfde dag als de Volkskrant publiceert meteen een samenvatting met de toevoeging: ‘De bron waarop de journalist zich baseert is inderdaad niet verstrekt door de onderzoekers van de Universiteit Leiden of de Commissie-Samson.’ De onderzoekers van de Universiteit Leiden distantiëren zich dus nadrukkelijk van het uitlekken, maar ze staan vervolgens wel alle media uitgebreid te woord over de resultaten van het onderzoek, die dus nog steeds niet openbaar zijn. Laat staan dat deze in een peer review-procedure, zoals gebruikelijk in de wetenschap, zijn beoordeeld door collega-wetenschappers.
Dan gebeurt er iets vreemds: als ik op woensdag 2 mei in Google ‘misbruik jeugdzorg Leiden’ intik, verschijnen er links naar de twee rapporten (met als datum: 30 april 2012) die als pdf zijn te downloaden.
Het gaat om: Prevalentie Seksueel Misbruik in de Nederlandse Jeugdzorg in 2008-2010 en Prevalentie Seksueel Misbruik bij Kinderen met een Lichte Verstandelijke Beperking in de Nederlandse Jeugdzorg in 2008-2010.
Volgens Google zijn ze daar een één dag voor publicatie in de Volkskrant neergezet. Ook al zegt persvoorlichting van de Leidse universiteit desgevraagd dat ze daar per ongeluk terecht zijn gekomen, rijst toch het vermoeden dat ze op die manier toegankelijk werden gemaakt voor anderen. Met andere woorden: de verdenking is groot dat de onderzoekers de rapporten zelf hebben laten uitlekken. En dat heeft voordelen, niet alleen krijg je grote koppen in de kranten (uitgelekt nieuws is nieuwswaardiger dan ‘gewoon’ nieuws), je voorkomt bovendien dat journalisten en belanghebbenden het rapport kritisch gaan lezen.
Dat heb ik intussen gedaan en dan kom je tot de conclusie dat de onderzoeksresultaten op z’n minst nopen tot enige terughoudendheid, niet alleen vanwege de beperkte representativiteit van de steekproef, maar ook vanwege de zeer kleine aantallen (informanten melden bijvoorbeeld gemiddeld 13 keer per jaar een vermoeden van misbruik met lichamelijk contact) op grond waarvan uitspraken worden gedaan over 46.826 kinderen in de jeugdzorg. En dan heb ik het nog niet over de problemen met zelfrapportages en de definitiekwesties.
Daarnaast is in de beeldvorming in de media de indruk ontstaan dat het vooral de hulpverleners en professionals zijn die misbruik plegen, terwijl het volgens het onderzoek voornamelijk leeftijdsgenoten zijn. Maar meer kan ik er niet over zeggen want professor Van IJzendoorn die de verslaggever van het NOS Journaal te woord stond, mailde me nog het volgende: ‘Intussen kan ik u niet verbieden de rapporten te lezen, maar ik zou u willen vragen ze als vertrouwelijk te behandelen.’
De onderzoekers zelf zijn niet bepaald terughoudend en doen stevige uitspraken doen over de resultaten, die zij ‘schokkend’ en ‘verschrikkelijk’ noemen’ Zou het niet beter zijn om zich te beperken tot de feiten en het onderzoeksrapport openbaar te maken zodat iedereen er zich een oordeel over kan vormen?

Peter Vasterman is mediasocioloog aan de Universiteit van Amsterdam

Deel dit bericht: