Wie mag het met wie doen?

Een halve eeuw anticonceptie herdacht

Door Thomas Blondeau

De pil is jarig. Het succesvolle anticonceptiemiddel werd vijftig jaar geleden geïntroduceerd in Nederland. ‘Iedereen had ideeën over goede seks.’

In tegenstelling tot Nijmegen, Utrecht of Maastricht beschikt de Leidse universiteit niet over een stevige afdeling gendergeschiedenis. Of moeten we zeggen ‘vrouwengeschiedenis’? Historica Anna Tijsseling verkiest de gendervariant omdat de benaming recht doet aan het verbrede onderzoeksveld waarbij homoseksuelen, machtsverhoudingen etcetera ook onderwerp van onderzoek vormen.
Maar misschien heeft dat ook met haar generatie te maken. ‘Ik heb een tijd in de redactie van het Jaarboek voor vrouwengeschiedenis gezeten. Daar heb ik geen bijval gekregen voor mijn voorstel om de titel te veranderen in het Jaarboek voor gendergeschiedenis. De generatie van de jaren zeventig hecht toch sterk aan die benaming. Ze hebben zich natuurlijk ook moeten invechten.’
In 1962 werd in Nederland een van de meest betrouwbare anticonceptiemiddelen ingevoerd: de pil. Met groot en voortdurend succes. Van de vrouwen tussen 18 en 45 slikt nu ongeveer veertig procent dagelijks de pil. Studium Generale besteedt er een reeks lezingen aan. Aanstaande maandag is het woord aan Tijsseling. Ze gaat het hebben over honderd jaar aan anticonceptie in verhouding tot de twee feministische golven die in die periode plaatsvonden.
‘Ik ben echt fan van de eerste golf. Een razend interessante periode die begint zo rond 1870 wanneer je vrouwentijdschriften krijgt als Onze roeping en Ons streven. De grote voorvrouw daar is Betsy Perk, tante van de dichter Jacques Perk. Vanaf die tijd gaan vrouwen pleiten voor toegang tot de arbeidsmarkt en onderwijs. Dan hebben we het met name over middenklassevrouwen. Arbeidersvrouwen waren namelijk al aan het werk. Het debat over anticonceptie in die tijd ging vooral over het onwenselijke reproductieniveau van de arbeidersklasse. Die had het zwaar en de Neo-Malthusiaanse Bond (NMB) ging zich daarop richten. In het begin heette het ook de Bond ter Voorkoming van Grote Gezinnen. Toen die bond werd opgericht als een vorm van armoedebestrijding, kreeg je een heel debat over wie het met wie mag doen op welk moment. Dat is overigens een constante in de seksualiteitsgeschiedenis. Bij alle ideologieën zie je die vraag terugkomen. Of het nu liberalen, confessionelen of feministen waren: iedereen had ideeën over wat goede seks was. Wat versta je daaronder eens anticonceptie seks loskoppelt van voortplanting?’
De latere man van Aletta Jacobs was een van de oprichters van de bond. Zij zelf had als arts een gratis spreekuur in de Jordaan. ‘Zo geeft ze voorlichting aan arbeidersvrouwen. En ze spreekt op fora en publiceert in kranten. Zij heeft overigens wel wat last gehad van een lastercampagne waarbij ze op haar zedelijke karakter werd gepakt.’
Waarom was er kritiek op anticonceptie? ‘Dat was bijvoorbeeld uit verzet tegen het ingrijpen in de “natuurlijke” of “goddelijke” band tussen voortplanting en seksualiteit. De socialisten waren er dan weer tegen opdat zij dachten dat de revolutie pas plaats zou vinden als er een kritische massa in opstand komt tegen zijn eigen omstandigheden. Kleinere gezinnen betekenden minder grote problemen en geen revolutie. Daar stappen ze pas in het interbellum van af. En veel vrouwen die bezig zijn met stemrecht en dergelijke houden zich verre van alles wat seksueel is. Een Wilhelmina Drucker – naar wie de Dolle Mina’s zich hebben vernoemd – daargelaten. Die pleitte zelfs voor het recht op abortus.’
Tijsseling laat een plaatje zien met gebruikelijke voorbehoedsmiddelen uit die tijd. Behalve het pessarium was er ook een blokkerend sponsje (met touw) dat ingebracht kon worden en een ‘irrigatiesysteem’, een soort sproeistaaf die meer op zijn plek lijkt in een tuinhuisje. Er waren ook condooms maar die waren moeilijk verkrijgbaar en duur. ‘En uit onderzoek bleek ook dat enige kans op genot er totaal mee verkeken was.’
‘Wanneer de pil wordt ingevoerd, is er aanvankelijk veel enthousiasme. Condooms en pessaria waren niet meer de enige middelen. Dat vonden mannen en vrouwen toch wel heel fijn. Maar al snel duikt er ook grote onrust op over de neveneffecten van de pil. Verhalen uit de media of vrouwen die naar hun arts gingen met klachten over vermoeidheid. Of een gebrek aan libido, een toch iets te effectieve vorm van geboortebeperking. En feministen gaan ook al snel de vraag stellen of het niet aan de man is om aan de pil te gaan. Moet je ook maar net genoeg vertrouwen in de man hebben.’
Maakte de pil de tweede feministische golf mogelijk of was het een samenloop van omstandigheden? ‘Een interessante vraag. Kleinere gezinnen en de mogelijkheid om de voortplanting te plannen is zeker bevrijdend geweest maar tegelijk kwam er toen een druk op vrouwen om altijd maar beschikbaar te zijn en alles maar leuk te vinden. En er kwam een taboe op de kinderwens voor jonge vrouwen.’
Gelooft de historica overigens in de vaak aangekondigde derde golf? ‘Ja. Ik vraag me af wanneer we die gaan krijgen. Ik vermoed dat die zal moeten gaan over de stap maken van vrouw naar individu. Het tegengestelde van vrouw is niet man, maar individu. Vrouwen worden nog steeds gekoppeld aan de kinderen die ze moeten grootbrengen of de familie waar ze toe behoren. Bij de CDA-kandidaten voor het lijsttrekkerschap zei iemand dat die vrouwelijke wethouder een dubbelfunctie had omdat ze ook moeder was. Ze reageerde alert door te zeggen dat die vaders dat toch ook hebben.’

De pil en de tweede feministische golf
Anna Tijsseling
Ma 14 mei, 19.30 - 21.00 uur
Zaal 011, Lipsiusgebouw,
Cleveringaplaats 1

Deel dit bericht: