Weer wordt de vete uitgevochten

De rugbyderby Leiden-Delft

Maarten Hartman

Door Marleen van Wesel

Zaterdag speelde het Leidsch Studenten Rugby Gezelschap (LSRG) de finale van de Nederlandse studentenbeker tegen het Delftse DSR-C. ‘Telkens denk ik: nog één wedstrijd… Mijn vrouw gelooft dat inmiddels niet meer.’

Met een luid ‘Hee pik, waar is je das?’ begroeten de spelers elkaar zaterdagmiddag voor de Leidse koffiezaak Lebkov. 'Rugby is a gentleman’s sport’, verklaart geschiedenisstudent Hans Nielsen (20). De stropdas, die je moet verdienen, is heilig. De glimmende auto’s, soms zelfs met kinderzitjes, waarmee LSRG naar Utrecht afreist, verraden dat niet alle leden nog studeren. Teamoudste en dertiger Paul Langereis: ‘Rugby is geen sport die je in vier of vijf jaar volledig beheerst. Er zijn enorm veel regels en bovendien is het handig om wat oudere, bredere kerels in je team te hebben.’ Ergens wil hij na veertien jaar wel eens stoppen. ‘Telkens denk ik: nog één wedstrijd… Mijn vrouw gelooft dat inmiddels niet meer. Maar hier wordt een oude vete uitgevochten.’ Nielsen: ‘Dit is een klassieke vedettepot.’

In de poulefase verloor Leiden nog nipt van DSR-C, dat een klasse hoger speelt. ‘Maar vandaag kunnen we best winnen’, voorspelt Langereis als hij onderweg de ruitenwissers van zijn Lexus nog eens aanzet. ‘Bovendien wordt het een prachtige, zonnige dag,’

Onlangs ging LSRG nog op trip naar Wales. Nielsen: ‘Daar speelden we tegen woeste kale reuzen. Wij waren kleiner, maar wel sneller.’ Rechtenstudent Wout Schrama (20): ‘Het mooie aan rugby is dat er altijd een sfeer van wederzijds respect hangt. Je hoort niemand schelden, zeker niet tegen de referee. Hoe hard we ook op elkaar tekeer gaan, in de derde helft zijn we allemaal kameraden.’

Onder een dreigende lucht vangt de finale aan. Toegebruld door hun supporters grijpen de Leidenaren de bal na een line out, waarbij beide teams een speler in de lucht gooien om een ingeworpen bal te vangen. Verrassend snel belandt de bal met een dropkick tussen de Delftse palen, waardoor LSRG met 3-0 voor staat. Nadat de bal even later ook nog over de tryline wordt gedrukt, staat het 8-0. Dan breekt de zon door en vervolgt het spel onder een helblauwe lucht. Die voorspelling van Langereis klopt alvast. Schrama kan enige verbazing nauwelijks onderdrukken. ‘Zou het dan toch?’

Even later komt de bal gevaarlijk dicht bij de tryline van Leiden. Met een maul, waarbij de speler met de bal omringd wordt door teamgenoten en de groep als een traag maar robuust geheel over het veld schuifelt, probeert LSRG een score door Delft te voorkomen. Tevergeefs, de eerste helft eindigt met 8-5. Schrama, zijn gezicht weer in de plooi, is tevreden. ‘Nog niemand van ons is het veld uitgeslagen. Dat is mooi.’ Een aantal supporters op krukken illustreert dat fysiotherapeute Anne Cruijsen (23), die altijd met het team meegaat, soms echter hard nodig is. Cruijsen: ‘Ik studeer fysiotherapie en een studiegenoot wees me tijdens 3 October op deze functie. De volgende ochtend kon ik ineens de handen uit de mouwen steken tussen veertig brede gasten.’ Schrama: ‘Meestal wrijft ze een paar keer over de zere plek en dan is het weer goed. Geen idee hoe ze dat doet.’ Voorlopig hoeft de enige dame van de Leidse afvaardiging alleen aan te moedigen.

Na de rust lopen Delftse aanvallen richting de tryline aanvankelijk uit op penalty’s voor Leiden. Al snel staat het 13-5, even later 20-5. Maar de tegenstanders ruiken wraak. Her en der slingeren ze LSRG’ers bruut door de lucht. Geheel volgens het motto ‘Wij slopen’ op hun shirts, gesponsord door een klusbedrijf, stevenen ze af op de Leidse tryline. Na een scrum wordt het 20-10, daarna 20-15 en al snel 20-17. Tien minuten voor het einde van de wedstrijd weet LSRG met een dropkick de voorsprong iets te vergroten tot 23-17. Schrama haalt opgelucht adem. ‘Nu zit er minimaal een try tussen.’ De opluchting is maar van korte duur. Delft slaat terug. Een try (de rugby-variant van een touchdown) maakt het 23-22 en vier minuten voor het einde van de wedstrijd, haalt Delft Leiden in met 23-24.

Het laatste fluitsignaal dat de ondergang bevestigt, lijkt maar niet te komen. De Leidenaren klampen zich vast aan de benen van DSR-C’ers en laten zich meters voortsleuren door het gras en de modder. Nu en dan wordt een DSR-C’er vakkundig het veld af gejonast. Met enig resultaat: een laatste penalty voor Leiden.

De penaltynemer bukt om zijn veters tergend langzaam te strikken. Voor het eerst in de wedstrijd verstomt en het gebrul langs de zijlijn. Onder een doodse stilte schopt hij de bal. Net langs de verkeerde kant van de paal.

Terwijl de spelers van LSRG zich verbijsterd laten neerstorten in het gras, kijkt Nielsen even op zijn telefoon. ‘Jongens, het kabinet is zojuist met ons ten onder gegaan!’

Nadat iedereen is opgekrabbeld vormen de LSRG’ers, met bebloede knieën, hun witte sportbroeken onder een laag modder, een erepoortje voor DSR-C. Nielsen: ‘Dit was een pot voor in de boeken. Volgens mij voelen we deze klap morgen pas.’ Schrama: ‘Nu gaan we fucking veel vlees eten. Misschien winnen we de derde helft nog wel.’

Terwijl de spelers afdruipen naar de kleedkamers staat de fysiotherapeute al in de kantine te barbecueën met de reserves en de supporters, die zich op grote kannen bier storten.

In een hoek zet de rockband Huub Hefner and the Sex Offenders een nummer van de Stones in. Twee leden van de Utrechtse Studenten Rugby Society, die als derde eindigde, springen op tafel en trekken onder een bierdouche en luid gezang van de rest van de zaal hun kleren uit. ‘Dit is de zumba’, verklaart Schrama. ‘Nadat je voor het eerst gescoord hebt, verdien je zo je stropdas.’ In Leiden gaat het er nog wat ruiger aan toe. ‘Daar rennen we altijd naakt een rondje om het Rapenburg.’

Deel dit bericht: