Het onverwachte

Ze kreeg Anne toen ze negentien was. De naam leidde – ondanks de roze kleertjes – tot verwarring: was het een jongen? Iemand opperde dat kinderen als Anne aan verstandelijk gehandicapten worden gegeven, om zo te testen of ze in staat zijn een kind op te voeden. Een ander vermoedde dat ze zwanger was, en zo alvast kon oefenen. Maar ze was niet verstandelijk gehandicapt, en – godzijdank – ook niet zwanger. Ze werd gechanteerd voor studiepunten, al was ze zelf de enige die dit niet doorhad. De pop ging overal mee naar toe.
Op haar lichaam zaten grote stickers en zwarte draden. Als het kind huilde, zou haar hartslag oplopen, het stressniveau stijgen, misschien. Als het kind huilde, begonnen wij uitgebreid te zuchten en te steunen. 'Kan je niet ergens anders heen met dat pokkekind?' Haar wangen kleurden rood, meer om ons dan om de baby.
We namen Anne mee uit wandelen en zaten met haar in de zon. Als Anne begon te janken waren er eigenlijk maar drie opties. Ze wilde eten, poepen of boeren. Het leven had nog nooit zo simpel geleken. We gaven haar de fles (een magneetje), een schone luier (een magneetje) en klopten op haar schouders (met een magneetje). Als je goed oplette zag je hoe ze de starende blikken soms vergat. Met vlakke hand klopte ze het plastic kind op de rug. Het plastic gaf niet mee.
Toen ik een blauwe maandag psychologie studeerde was Anne gelukkig nog niet van de partij. Maar ook ik bracht vele uren door in de benauwde hokjes. Voor de wetenschap, eigenlijk voor de studiepunten, meer nog voor het geld. Zodra je de deur doorliep wist je dat je werd voorgelogen en bedonderd. Om 'sociaal wenselijk gedrag' te voorkomen, is bij psychologische onderzoekjes namelijk niets wat het lijkt en onbeschoft gedrag geoorloofd. Ik moest geld delen met mensen die ik sprak via de computer. Ik kon alles zelf houden, het eerlijk delen of weggeven. Zelf houden is asociaal, bij weggeven ligt het er te dik bovenop. Ik deelde alles eerlijk. Ondertussen ging er op de gang iemand onderuit. Het werkelijk onderzoek draaide natuurlijk om de bereidheid deze persoon te helpen. Ben je braaf ijsjes aan het verkopen, aan het onderhandelen of scorelijsten aan het invullen? Die geniepige onderzoekers interesseert het eigenlijk niets. Verwacht het onverwachte.
De vraag van de week was dus ook wat Anne werkelijk aan het licht moest brengen. Vol argwaan bekeken we het ding. Toen haar tijdelijke moeder even weg was trokken we aan haar been, maar ze gaf geen kik. Toen we Anne hard aan haar hoofd schudden, begon ze te huilen. Haar tijdelijke moeder snelde dichterbij: 'Blijf van mijn kind!'
Toen we ons afvroegen of Anne ook kon verdrinken besloot ze dat een weekendje weg met veertig mensen misschien toch niet zo'n goed idee was. Het liefste had ze deze dagen in rust doorgebracht. Na elke huilbui had ze moeten invullen hoeveel mensen er in de buurt waren geweest. Wat een toevalligheid. Veertig te veel voor een rustige hartslag.

Deel dit bericht: