De aanhouder wint

Asielbeleid werd helemaal niet steeds strenger, betoogt historicus
Door Vincent Bongers

Er gaapt een gat tussen papier en praktijk van het Nederlandse asielbeleid. ‘Het is een soort spel’, zegt historicus Tycho Walaardt. ‘Stoere taal en een humanitaire uitkomst gaan vaak samen.’

 Asielzoekers met een lange adem krijgen, ondanks de stoere taal van politici, toch vaak toestemming voor verblijf in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van historicus Tycho Walaardt (1975), die deze week promoveert op een studie naar het gat tussen papier en praktijk bij asielaanvragen tussen 1945 en 1994.

'De Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) wijst veel asielzoekers af en wacht dan af wat er verder gebeurt', zegt Walaardt die in 2000 en 2001 aan deze dienst verbonden was. 'De sfeer van de gesprekken is vaak negatief. Bij de IND probeer je door het verhaal van de asielzoeker heen te prikken. Veel asielzoekers huilen tijdens de verhoren, maar daar leer je mee omgaan. Troost ze eerst, maar daarna moet het verhaal wel op papier. Het geeft ethische dilemma's. Soms weet je dat iemand liegt, maar hoe schrijf je dat op in mijn rapport? Dat doe je natuurlijk wel, maar tegelijkertijd weet je dat het vaak zielige mensen zijn. Dat een asielzoeker uit een ander land komt dan hij zegt, betekent natuurlijk niet dat hij geen goede reden heeft om asiel aan te vragen. Asielzoekers vertellen ook wat ze denken dat de IND wil horen. Maar dat is wel te begrijpen.'
Voordat hij bij de IND werkte, was Walaardt vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk. 'Toen gaf ik adviezen aan asielzoekers die nog een nader gehoor bij de IND moesten ondergaan. Door deze achtergrond werkte ik anders dan veel van mijn collega's bij de dienst.'
Na een afwijzing van de IND, volgt vaak een lang en slopend debat. 'De analyse daarvan is de kern van mijn proefschrift. Er ontstaat op een gegeven moment een patstelling tussen asielzoeker, advocatuur, rechters, ambtenaren en mensen die zich inzetten voor de asielzoekers, en personen die juist brieven schrijven om asielzoekers niet toe te laten.'
Is het niet jammer dat zijn onderzoek ophoudt in 1994? Wallaardt: 'Ik werk vooral met persoonsdossiers van Justitie en en had alleen toegang tot die dossiers tot aan dat jaar. Latere dossiers kon ik alleen gedeeltelijk inzien. Het gaat mij vooral om het debat tussen de voorstanders en de tegenstanders van toelating. Ik wilde ook de brieven van hen die opkomen voor asielzoekers of juist niet kunnen bekijken.'
Volgens Walaardt heeft Nederland altijd op papier een streng asielbeleid gevoerd: alleen echte vluchtelingen worden toegelaten. 'Het beleid wordt ook niet steeds aangescherpt, zoals sommige politici willen doen geloven. Het was altijd al lastig om als vluchteling erkend te worden. Toch vinden asielzoekers vaak een manier om zich in Nederland te vestigen. Er zit dus een gat tussen beleid en praktijk.'
Er worden steeds andere manieren gezocht en gevonden om mensen in Nederland toe te laten. 'In de periode van de Wederopbouw trok de arbeidsmarkt aan. Niet geloofwaardige en niet vervolgde asielzoekers, in de ogen van Justitie dan, kregen toch toegang omdat ze werk vonden.' Begin jaren zeventig ging het economisch slechter en werd er een andere manier gevonden om ze hier te houden. 'We zagen het belangrijker worden van humanitaire redenen en zichtbaar was een invloedrijke lobby, onder meer van kerken. Het is een soort spel waarin de aanhouder wint en uiteindelijk is dat vaak de asielzoeker.'
Hij geeft een voorbeeld van een Tamil uit Sri Lanka. Die was in de jaren tachtig, zoals veel Tamils, naar Nederland gekomen. Hij woonde in Lochem en kreeg geen asiel. Uitzetting naar Duitsland, het land waar hij eerst was terechtgekomen en eigenlijk asiel had moeten aanvragen, dreigde. Een plaatselijke kerk ving hem op en gaf hem onderdak. Hij werd na veel pijn en moeite uitgezet. Hij keerde weer terug naar Nederland omdat hij trouwde met een vrouw die hij in de kerk had ontmoet. 'Maar er zijn natuurlijk ook asielzoekers die het wachten zat werden en vertrekken.'
Ook in de jaren vijftig was officieel het beleid dat alleen echte vluchtelingen asiel kregen. De realiteit was anders. Eind jaren vijftig kwamen er drie Tsjechen tegelijkertijd via Duitsland Nederland binnen: een student, een vrouw en een zakenman. Ze hadden een vergelijkbare achtergrond en vroegen om toelating als vluchteling. 'De vrouw trouwde met een Nederlander en kon op die manier blijven. De zakenman vond via zijn netwerk een baan en kreeg op economische gronden een verblijfsvergunning. De student, die volgens de Binnenlandse Veiligheidsdienst diep in het verzet zat en dus een echte reden had om te vluchten, werd uitgezet naar Duitsland. Juist de actieve anticommunist kwam er niet in.'
Uitzetting wordt pas echt lastig als de lokale gemeenschap en de media zich ermee gaan bemoeien. Dat leidt dan tot dossiers vol kindertekeningen. 'Toen het verzoek van een echtpaar met kleine kinderen uit Sri Lanka werd afgewezen, dienden ze op andere gronden een nieuwe aanvraag in. Er verscheen een brief van een familielid waarin stond dat zij werden gezocht in Sri Lanka. "Je kunt niet terugkomen", luidde de boodschap. School, buurt en media gingen zich er vervolgens mee bemoeien. Klasgenootjes stuurden tekeningen naar de IND. De buurt liet in een brief weten dat de Sri Lankanen zich aangepast hadden en waren verwesterd. Uiteindelijk mocht de familie op humanitaire gronden blijven.'
Het is een geval dat lijkt op de zaak van het Afghaanse meisje Sahar in 2011. Zij woont al tien jaar in Nederland en mocht uiteindelijk blijven. 'Dat had niets meer te maken met de oorspronkelijke reden waarom de familie asiel vroeg. Maar minister Leers stond zo onder druk dat hij haar moest laten blijven. Het lijkt een aanrader: "Pas je aan. Bouw een netwerk op." Dat is een effectieve strategie. Al is dat wel moeilijker geworden omdat vluchtelingen steeds vaker in asielzoekerscentra belanden. Dat begon midden jaren tachtig met de Tamils. Daarna werd dat algemeen beleid. Daar bouw je uiteraard moeilijker contact op met Nederlanders. Het was een soort ontmoedigingstactiek.'
In de meeste asieldossiers lopen de spanningen niet zo hoog op. 'Dat had bij de zaak Mauro ook gekund. Het ministerie had in mijn optiek naar manieren moeten zoeken om zijn zaak geruisloos op te lossen. Maar de oplossing is ook typisch Nederlands: Niet het volle pond geven. Niet uitzetten en ook geen vluchtelingenstatus geven. Iedereen proberen tevreden te houden.'
De praktijk van het beleid is wel veranderd de laatste jaren.'De procedure gaat bijvoorbeeld sneller. Een grotere groep krijgt vlot te horen waar ze aan toe zijn. Asielzoekers kunnen hun zaak rekken, door een tweede aanvraag in te dienen.'
Er keren nu ook gedwongen asielzoekers terug naar bijvoorbeeld Irak. 'Dat was tot voor kort ondenkbaar. In de periode voor 1994, de periode waarover mijn onderzoek gaat, werden er wel mensen uitgezet, maar dan alleen naar België en Duitsland, indien zij door die landen waren gereisd, maar zelden naar hun herkomstlanden. En dat ging al met veel drama gepaard. Nu wordt er een vliegtuig gehuurd en een hele groep asielzoekers wordt onder begeleiding van de marechaussee teruggevlogen naar het land van herkomst. Maar als een land van herkomst de mensen niet terugwil dan wordt uitzetten moeilijk. Ambtenaren van de IND dragen asielzoekers voor bij hun ambassade om papieren te krijgen zodat ze kunnen worden uitgezet.'
Er veranderde in de periode 1945-1994 best veel, constateert Walaardt. Maar er bleef ook veel gelijk. 'Politici en beleidsmakers bepleitten een streng beleid, maar de praktijk was vaak milder. Stoere taal en een humanitaire uitkomst gingen vaak samen. De ambtelijke beslissers hoopten dat de uiteindelijke inwilliging geruisloos zou kunnen zijn, maar er was juist veel kabaal voor nodig voordat ze over stag gingen.'

Tycho Walaardt Sacré van Lummel, Geruisloos inwilligen, Argumentatie en speelruimte in de Nederlandse asielprocedure, 1945-1994. Promotie was dinsdag 24 april

Deel dit bericht: