Column: Vormgevingsdictatuur

Creativity: meaning, mechanisms and models. Het stond er echt. Op een grote poster, samen met andere workshops voor natuurkundigen. Want dat is blijkbaar hoe natuurkundigen met creativiteit omgaan: door een workshop te geven over het model achter creativiteit. Vast niet alle natuurkundigen natuurlijk, maar het zette me wel aan het denken. Als promovendus moet je wat creativiteit betreft compleet schizofreen zijn. Eerst moet je een idee hebben. Een idee dat niet alleen briljant, of op zijn minst publicatiewaardig is, maar ook nog eens een idee dat niet al eerder door een andere wanhopige promovendus is bedacht. Vervolgens moet je vier jaar lang jezelf vastbijten op dat ene idee. Alle andere ideeën die langs dwarrelen, moet je negeren, op straffe van promotievertraging.
Dat bij een promovendus geen creativiteit geduld wordt, zegt natuurlijk niemand ooit hardop. Maar de subtiele tekens zijn niet te missen. Zo mag je af en toe een poster presenteren over hoe ver je met je onderzoek gevorderd bent. Leuk, met plaatjes en tekst, en dergelijke. Maar je poster wordt alleen opgehangen als je je precies aan de regels houdt. Die regels werden mij drie keer gemaild en beslaan ruim twee pagina's.
Bijvoorbeeld: 'De hoofdtekst begint 2mm onder de horizontale streep', of '45mm van links en 3mm beneden de rode lijn plaats je de contactinformatie. Het e-mailadres is blauw.' Aan het einde van die twee bladzijden met vormgevingsdictatuur staat de mededeling dat je automatisch meedingt voor een prijs voor meest creatieve poster.
Daarmee slaat men de plank natuurlijk compleet mis. Creativiteit en creatie. Om iets echt nieuws te maken – en daarmee bedoel ik iets anders dan bestaande concepten door elkaar schudden – moet je oude patronen doorbreken en een element van willekeur er doorheen mengen. Soms werkt het, soms niet. Creativiteit en willekeur.
Maar goed, een workshop dus. Voor natuurkundigen, om het creatieve proces te doorgronden. Op de website van de workshop staat letterlijk: 'The discussions should be guided by the objectives that in the long run, such a theory is implemented as a computer model to validate its logical consistency and is confronted with real people to verify its empirical value.'
Tamelijk bizar natuurlijk; een logisch consistent computermodel bouwen van creativiteit. Het schijnt dat ze tijdens de workshop, die drie dagen duurde, niets mochten opruimen. Rondslingerend papier is blijkbaar een modelparameter. Als we dus creativiteit kunnen indelen op een schaal van 1 tot teringzooi scoor ik met mijn kamer vrij hoog. Mijn bureau op de universiteit is ook niet bepaald opgeruimd. En als ik om mij heen kijk bij collega-promovendi zit het met creativiteit op de universiteit wel goed.
Mijn bureau op het bedrijf dat mijn promotie betaalt daarentegen is als een lege, grijze, plastieken oase van rust, slechts doorbroken door een koffievlek, twee stopcontacten en een netwerkaansluiting, of, zoals ik het mijzelf vaker voorstel, als een weerspiegeling mijn gemoedstoestand als ik over veertig jaar nog steeds aan datzelfde bureau zou werken.
Niet zo creatief dus.
Op mijn eerste dag aanschouwde ik de grijze oceaan van flexplekken en zei tegen een collega: 'If a messy desk is a sign of a messy mind, what does an empty desk say?' Het was een quote van Einstein, en mijn collega vond het niet grappig.
Zowel op de universiteit als bij mijn industrieel partner is men groot voorstander van creativiteit, terwijl ze tegelijkertijd hard hun best doen om alle willekeur uit hun systeem te bannen. Het idee dat je een computermodel van creativiteit kan bouwen, is daar een grappig voorbeeld van.
En laten we eerlijk zijn: zo'n cursus is natuurlijk wel drie dagen gratis zuipen.

Benjamin Sprecher is promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden

Deel dit bericht: