Schatzoekers tussen de nonnen

Boekwetenschappers op expeditie in een Limburgs klooster

Joey Roberts

Door Marleen van Wesel

Vijftien studenten van de master-opleiding Book and Digital Media Studies trokken deze week naar de abdij van Rolduc in Kerkrade. In de bibliotheken zochten ze onder meer naar handschriften uit de Middeleeuwen. ‘Kijk, kindertekeningen uit de zeventiende eeuw!’

Op de zolder van het klooster klinkt muziek van Iron Maiden. Tussen eeuwenoude boeken, kandelaars, kruisbeelden, schilderijen, zwart-witfoto’s van paters, sigarendoosjes en zelfs een vervallen krokodillenschedel, slingeren MacBooks, sjaaltjes en handtassen van H&M.
Studenten laten elkaar hun vondsten zien. Iedereen vindt hier zijn eigen schatten. Carola van der Drift (22) bladert door een handgeschreven boek met gregoriaanse hymnen uit de zeventiende eeuw. ‘Halverwege verandert het handschrift en de kwaliteit van de inkt. Misschien was de ene schrijver ontslagen, of overleden.’ Het is het enige handschrift dat de studenten tot nog toe gevonden hebben in de abdijbibliotheek. Van der Drift: ‘Ooit zijn alle handschriften meegenomen naar het stadsarchief van Maastricht. Daar gaan we deze week ook kijken. Dit handschrift hebben ze waarschijnlijk over het hoofd gezien.’
Docent Jef Jacobs laat intussen een atlas zien uit dezelfde tijd. ‘Die ligt hier gewoon in een archiefkast, maar volgens mij is zo’n boek veertigduizend euro waard.’
Jacobs is degene die de Leidse studenten naar Kerkrade heeft gebracht. Momenteel is hij gastdocent in het Kroatische Zagreb, maar voor dit project kwam hij graag een week terug naar Nederland. ‘De directeur van Rolduc leerde ik kennen via de Limburgse bedevaart naar Lourdes. Ik kwam hier eens op bezoek en vond direct dat er iets moest gebeuren met al deze boeken. De toestand waarin ze staan, is erbarmelijk. Vooral hier op de zolder is het veel te warm. Het perkament in de kaften krimpt daardoor, met als gevolg dat de boeken open gaan staan. Soms is dat nog te herstellen. Tegelijkertijd is het een mooie kans voor studenten boekwetenschap om in de praktijk te beleven wat ze op college geleerd hebben.’
De studenten onderzoeken vooral boeken uit de zestiende en zeventiende eeuw, waarbij de kaft is vervaardigd uit de perkamenten bladzijden van middeleeuwse handschriften. ‘Die geschreven handschriften waren na de uitvinding van de boekdrukkunst niet zoveel meer waard. Hele bladzijden werden daarom hergebruikt als kaft, en kleine reepjes als versteviging. Rond 1650 stopte dat. Misschien begon die enorme voorraad op te raken. En in die tijd begon men opnieuw interesse te krijgen in oude handschriften’, vertelt docent Erik Kwakkel in de seminariebibliotheek, de enige die nog officieel in gebruik is. ‘Al komt ook hier nauwelijks nog iemand.’ Tussen het stof en de vergeten boeken grijpt hij regelmatig naar zijn smartphone. ‘Ik vertel op Twitter voortdurend over ons onderzoek. Een soort minicolleges in 140 tekens.’ Promovendus Jenny Weston knikt enthousiast: ‘Ze worden geretweet door populaire boekenblogs, waardoor duizenden mensen lezen wat we hier doen. We zijn de populairste schatzoekers ooit, in een bibliotheek althans.’
Carola van der Drift en haar studiegenoten Marjolein Vos (23) en Daphne Wouts (22) voeren op hun laptops intussen gegevens in van de gevonden boeken. Vos: ‘We proberen de herkomst van de stukken perkament te achterhalen. Uiteindelijk lukt dat bij tachtig procent. Soms zelfs vrij gemakkelijk: door de tekst in te typen op Google Books kom je kopieën op het spoor. Soms is het lastiger en een enkele keer heb je een volledig onbekend werk in handen.’ Van der Drift: ‘Vandaag vonden we vier verschillende boeken, waarvan de kaft bestond uit volledige vellen uit hetzelfde manuscript. Dat is heel fijn, maar vaker gaat het om snippers. Of we kunnen slechts fragmenten zien, op plekken waar de kaft een beetje loslaat. We mogen de kaften niet verder openscheuren, al is de verleiding er soms wel.’ De studenten vinden vooral resten van religieuze handschriften, maar ook van rechtsdocumenten. Wouts: ‘Meestal zijn ze in het Latijn geschreven, maar een enkele keer in het Middelnederlands of een andere taal. Vanmorgen vonden we trouwens geld in een van de boeken.’ ‘Eén euro twintig’, verduidelijkt Vos. ‘Blijkbaar komen hier soms nog wel mensen.’
In de Rococobibliotheek is docent Paul Hoftijzer iets bijzonders tegengekomen. Hij laat het titelblad zien van een keurig bewaard boek over Vesalius. Een pagina terug staan poppetjes getekend, met rondjes als gezicht en harkjes als armen en benen. ‘Kijk, kindertekeningen uit de zeventiende eeuw!’ Deze prachtige ruimte wordt nog gebruikt voor concerten en bruiloften. ‘De boeken hier staan er vooral voor de sier. Ze onderscheiden zich eigenlijk alleen van de andere boeken, doordat ze toevallig een mooie kaft hebben. Resten van middeleeuwse manuscripten kom ik hier wel tegen, maar niet zoveel.’
Zelf houdt Hoftijzer zich meer bezig met gebruikerssporen uit de zestiende en zeventiende eeuw, die hij in deze bibliotheek des te meer vindt. Ook toen krabbelde men uit verveling al droedels in de kantlijn. ‘Maar we vinden ook aantekeningen, namen en opdrachten.’ Hij laat een boek zien met voorin een persoonlijke boodschap, voorzien van een hartje. Soms vindt hij een oude brief, ooit gebruikt als bladwijzer, daarna vergeten. ‘We komen ook regelmatig censuur tegen: in sommige boeken zijn namen doorgestreept of portretten, bijvoorbeeld van Erasmus, uitgescheurd. Achterin zo’n boek zit vaak een pagina waarop staat dat het boek door de censor uiteindelijk is goedgekeurd. Dat moest in de Zuidelijke Nederlanden. Door al die sporen raak je nieuwsgierig naar de verhalen achter de boeken, hoe ze hier gekomen zijn, wie de eigenaars waren. Maar eigenlijk hebben we geen tijd om daar lang bij stil te staan, we moeten zoveel mogelijk registreren en fotograferen. Analyseren doen we in Leiden wel.’
De abdij van Rolduc was in het verleden uitzonderlijk rijk. Visvijvers, een watermolen en ook de Rococobibliotheek lieten de status zien van de augustijner koorheren die hier tot de Napoleontische tijd woonden. Jacobs: ‘De nonnen die je ziet lopen, werken hier, maar ze komen uit Duitsland. Er wonen hier nog een paar seminaristen, maar de abdij heeft al heel lang geen echte kloosterfunctie meer.’
In Nederland zijn wel meer van dergelijke boekencollecties te vinden, maar dat studenten en onderzoekers er zo gemakkelijk kunnen rondsnuffelen is uniek voor de abdijbibliotheek van Rolduc. Hoftijzer: ‘Katholieke instellingen als deze lopen op hun laatste benen. Er ligt een schat aan boeken in de bibliotheek, maar de kloosterlingen weten niet wat ze ermee aanmoeten. Misschien kan de abdijbibliotheek een museale functie krijgen. Wij kunnen helpen met kleine tentoonstellingen, adviezen, kennis over wat waarde heeft en hoe het bewaard kan worden en lezingen. Ik zou graag de restorator van de Leidse Universiteitsbibliotheek hier mee naartoe meenemen.’

Deel dit bericht: