Opinie: Niet slaan, maar stimuleren

Maatregelen zijn desastreus voor verenigingsleven

De plannen om het studierendement te verhogen straffen de actieve student ongenadig hard, betoogt Stijn van den Wijngaard. Universiteiten zullen verworden tot schoolse leerfabrieken die grijze gediplomeerden afleveren.

tenverenigingen', kopte Metro deze week. De drieduizend euro boete die elke student die te lang over zijn studie doet boven het hoofd hangt, spreekt tot de verbeelding – terecht, maar er is meer. Naast de langstudeerboete krijgen studenten te maken met de afschaffing van de studiefinanciering voor de masterfase. In het Catshuis staat naar verluidt ook de basisbeurs voor de bachelor op de tocht.
Gelukkig is staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs de beroerdste niet: Hij helpt studenten graag een handje om sneller te studeren. Door de onderwijskwaliteit en de begeleiding te verbeteren? Welnee, Zijlstra sluit een akkoord met de koepel van universiteiten, VSNU, waarmee hij hen dwingt het studierendement te verhogen op straffe van financiële represailles.
In Leiden bleek de staatssecretaris aan het juiste adres. Het college van bestuur presenteerde prompt een plan om het bsa voor eerstejaars te verhogen en het ook in het tweede jaar in te voeren. Rector Van der Heijden maakt zich er geen zorgen over dat dit negatieve gevolgen zal hebben voor het studentenleven. In zijn rede ter gelegenheid van de dies natalis rekent hij de actieve student voor dat er naast een 40-urige studieweek nog genoeg tijd overblijft voor 'slapen, chillen, facebooken, besturen' en andere onbenullige bezigheden.
Hiermee ontkent Van der Heijden het professionele karakter van veel nevenactiviteiten. Studentenverenigingen zijn volwaardige bedrijven en het draaiende houden ervan vergt een voortdurende inspanning. Ook de organisatie van grote evenementen en het in elkaar zetten van een almanak is niet op een achternamiddag gebeurd. De gevolgen van deze miskenning zijn potentieel desastreus: Wie weet dat één onvoldoende hem of haar fataal kan worden, laat het wel uit zijn hoofd om zich in te zetten voor de studentenwereld.
Voltijdbesturen worden hard geraakt door de voorgestelde maatregelen. Tegelijkertijd mag niet worden vergeten dat het grootste deel van alle extracurriculaire activiteiten in Leiden wordt georganiseerd door studenten die dit in hun vrije tijd doen en daarnaast gewoon veel studiepunten halen. Ook die studenten, die de dag nadat ze een groot evenement hebben neergezet 's ochtends weer in de collegebanken zitten, zouden ongenadig hard worden afgestraft door de nieuwe bsa-eisen. Wie zich net iets té hard inzet om er een mooi symposium of feest van te maken en zijn studieboeken een weekje links laat liggen, kan zomaar van zijn opleiding worden gegooid.
Niet meer dan normaal, want studenten moeten studeren en niet zo zeuren? Wie zich op dat standpunt stelt, moet zich realiseren dat symposia, feesten, lezingen, borrels en studiereizen studenten de gelegenheid bieden zich inhoudelijk en sociaal te verbreden. En dat die nu in hun voortbestaan worden bedreigd. De rector magnificus kan staatssecretaris Zijlstra dan de hand schudden, want de studierendementen zullen ongetwijfeld hoger zijn dan ooit.
Tegelijkertijd laat hij bij zijn vertrek in 2013 een academische gemeenschap achter die veel minder te bieden heeft dan bij zijn aantreden. Dat betekent onherroepelijk minder breed georiënteerde en geïnformeerde studenten én afgestudeerden. Het label 'academisch geschoold' levert dan aan betekenis in. Een universiteit die hoog opgeeft over het belang van zelfontplooiing, moet daar niet ondertussen alle ruimte voor wegnemen. Een staatssecretaris die Nederland in de top vijf van kenniseconomieën wil krijgen, moet instellingen daar op zijn beurt niet met prestatieafspraken toe dwingen.
Niemand zal ontkennen dat excessen moeten worden aangepakt. Wie iets langer over zijn studie doet, omdat hij de moeite heeft genomen om het leven van honderden medestudenten te verrijken is echter geen exces. Zonder deze mensen en mét alle rendementsverhogende plannen uit Den Haag en Leiden, zal de academische gemeenschap snel aan kleur inboeten. De Nederlandse universiteiten, de Leidse niet in de laatste plaats, zullen verworden tot schoolse leerfabrieken, die grijze gediplomeerden afleveren.
Dat is jammer, want het kan ook anders. Samen met de PKvV presenteerde de universitaire SGL/CSL-fractie een alternatief plan, waarin studenten niet worden geslagen maar gestimuleerd, onder meer door betere begeleiding.
Een staatssecretaris die economisch nut centraal stelt, zou bovendien blij moeten zijn met studenten die niet alleen maar in de boeken hebben gezeten, maar ook hebben geleerd om aan te pakken. Dat hij zich dat niet realiseert is tot daaraan toe. Dat ons college van bestuur geen tegenwicht biedt aan dit sloopwerk, is des te triester.

Stijn van den Wijngaard
h.t. Assessor Politiek van het Dagelijks Bestuur der Plaatselijke Kamer van Verenigingen (PKvV)

Deel dit bericht: