Lekker harken door het zand

Leidse artsen crossen door Kenia

Een week lang reden de Leidse medici Rob Alkemade en Werner van der Wolf op hun mountainbike door Kenia, ten bate van AMREF Flying Doctors. Voor Mare hielden ze een logboek bij. ‘De Masai-kinderen lachen ons naar boven.’

Dag 1. Zoals de hele week staat het ontbijt om 06.00 uur klaar. Daarna wordt alle bagage op de daken van de bussen geladen. Voor de mountainbikes van alle honderd deelnemers is er een aparte vrachtwagen. Schuddend vertrekken we naar het zuid-oosten van Kenia. Onderweg flitst het Afrikaans landschap voorbij. We hebben prachtig uitzicht op de Kilimanjaro.
Eenmaal uitgeschud, pakken we onze fietsen en doen ons strakke pakje aan. Klaar voor de eerste etappe: 25 kilometer rondje Kibwezi. Dat is hetzelfde rondje dat een social health worker daar zelf elke dag aflegt op een ‘normale’ fiets. We zijn hier voor AMREF Flying Doctors. Zoals alle deelnemers hebben we het afgelopen jaar 5000 euro voor de organisatie opgehaald, door sponsoren te zoeken en tegen een vergoeding bloeddrukken te meten. De reis (en mountainbike) hebben we zelf betaald.
Fietsen in Kenia is niet hetzelfde als fietsen in Nederland. Ten eerste ligt er vrijwel geen asfalt en als het er al ligt, is de kwaliteit bandenslopend. Het merendeel van onze tochten leggen we af door mul zand (zwaar!) of een combinatie van rode aarde en stenen. Door het wasbordpatroon trillen je ingewanden uit je lichaam.

Dag 2. We rijden verder naar het zuid-oosten, richting Mombassa. Het is verschrikkelijk warm gedurende de tocht van 65 km langs Baob-bomen. Tel daarbij een gemiddelde hoogte van 950 meter op en je weet: we worden lekker gekookt. Blijven drinken en eten dus. Van de lokale bevolking horen we dat het hier twee jaar niet heeft geregend. De ‘landbouwgronden’ liggen er ook angstvallig verlaten bij. De kinderen hebben nog nooit zo’n groep blanken gezien, laat staand voorbij fietsend. Hun blijdschap is hartverscheurend.

Dag 3. Na de eerste twee rustige etappes begint het klimmen. Een relatief korte etappe van 50 km door Masai gebied leidt naar 1900 meter hoogte. De Kilimanjaro moet deels worden beklommen. Tenminste, dat was het plan. Maar in Afrika weet je het nooit. Niet alleen zijn onze fietsen zijn 5 km te vroeg afgezet. Een van de bussen krijgt twee lekke banden. Pas om 14.00 uur kunnen we starten. Over vier uur is het donker, en in het donker fietsen wordt afgeraden. Dan moet je wel erg hard de berg op. Als het dan ook nog eens goed gaat regenen, is het feest compleet. Maar de deelnemers blijven positief. De Masai-kinderen lachen ons naar boven, en schreeuwen.

Dag 4. Na een koele nacht in de schaduw van de Kilimanjaro keren we terug naar het noorden. Vandaag fietsen we 95 km langs de pipeline: het door de Engelsen vroeger aangelegde watersysteem dat water van Kilimanjaro naar Nairobi vervoert. Rob krijgt de nodige uren pech te verduren. Na twee lekke banden rijdt hij tegen een steen en verliest daarbij het achterschakelsysteem.
Onderweg bezoeken we een ziekenhuis van AMREF Flying doctors waar opvallend veel vrouwen werken. Behalve directe medische ingrepen wordt hier ook veel bereikt door te praten met conservatieve dorpsleiders en de oude garde van de Masai. Hierdoor komt vrouwenbesnijdenis hier minder voor. Maar ook trachoma (een oogziekte) wordt hier op een effectieve manier aangepakt. De bevolking krijgt voorlichting over hygiëne, wat te doen na geboorte van een kind, hiv. AMREF Flying Doctors zet de bevolking in om zichzelf beter te maken. Dit maakt dat de organisatie zeer succesvol is. Toiletten bij scholen neerzetten en het leren de handen te wassen daarna is nu een gewoonte.
We slapen in onze tenten bij een Masai-dorp. Er wordt een geit voor ons geslacht. Prachtige dansen worden uitgevoerd.

Dag 5. Weer klimmen. Tot nu toe is Werner de dans ontsprongen, maar vandaag rijdt hij vier keer lek. Deze dag bestaat uit 70 km lekker harken door het zand en rode aarde. Eerder deze week zagen we giraffen en struisvogels. Vandaag is ons voorspeld dat we veel wildlife zullen zien. Helaas, hoewel we redelijk voorop rijden, zien we niets.

Dag 6. Dat komt echter allemaal goed bij de zwaarste etappe. We klimmen naar de 1850 meter in een rit van 70 km. De eerste 20 km van het parkoers bestaat bijna alleen uit los zand. Wij zitten zowaar voorin en komen honderden zebra’s tegen. Geloof ons: op 40 meter afstand van een zebra staan in de Afrikaanse middle of nowhere is heel erg tof.
Tussendoor bezoeken we een school, waar we de kinderen leren fietsen. Normaal krijgen ze les in lemen hutjes. Afhankelijk van hun grootte moeten ze één tot drie liter water meenemen om de dag door te komen.
Als we verder rijden, steekt er een thomsongazelle over, met scherpe, lange horens op zijn hoofd. De rest van zijn familie zien we verderop hoge sprongen maken. We komennog een joekel van een roofvogel tegen. Met de wildlife zit het wel goed.

Dag 7. De laatste dag bezoeken we Nairobi National Park waar we ook weer prachtige dieren zien. ’s Avonds is het feest. Na het eten schuiven we de tafels aan de kant en wordt er gedanst en gelachen. Iedereen heeft een goede tijd gehad. We weten dat het geld goed terechtkomt en dat het goed gaat komen met Kenia.
Drie jaar geleden waren we in Oeganda om een school te bouwen, nu hebben we Kenia in ons hart gesloten. Ondertussen heeft Werner een eigen stichting opgezet om ontwikkelingshulp te verlenen (50deLuxe Foundation) dus wie weet gaan we over een jaar wel weer zorgen voor geld voor de minder bedeelden op aarde.

Deel dit bericht: