Generatie struisvogel

Door Petra Meijer

Eens per jaar verschijnt er een Elsevier op onze keukentafel. Dan weet ik: het is weer tijd voor het grote studieonderzoek. En eigenlijk weet ik ook meteen: mijn studie scoort beroerd, anders lag hij er niet. Wat de bezorgde ouders - de daadwerkelijke lezers van dit blad -  ermee willen bereiken is me ook niet helemaal duidelijk. Misschien moet ik zwelgen in zelfmedelijden. Misschien is dit mijn straf omdat ik mijn studiekeuze af liet hangen van interesse, zonder het tientallen pagina’s tellende dossier in Elsevier mee te nemen in mijn overweging.
Dit jaar was het weer feest. Op de eerste pagina’s las ik over de kansen op de arbeidsmarkt voor afgestudeerden in bedrijfskunde (goed), economie (goed), fiscaal recht (zeer goed), fiscale economie (goed). Leuk om te weten, je zou bijna denken dat het goed gaat met de economie. Een aantal pagina’s verder vond ik de studies van mijn interesse: communicatiewetenschap (matig), politicologie (matig), media en cultuur (onbekend), taal- en cultuurstudies (matig). Volgens de ouders van mijn vriend zijn wij het meest kansloze stel ooit, want hij studeert geschiedenis (zwak).
Volgens de kranten zijn wij de struisvogelgeneratie. Schijnbaar worden er grootse dingen van ons verwacht. Tegengeluiden, protesten of hongerstakingen, ik weet niet precies wat en al helemaal niet hoe het gaat helpen. Ik heb geen zin om elke dag in de krant te moeten lezen dat ‘moeilijke tijden’ ons wachten.
Het is niet zo dat het me niet interesseert, maar wat doe je eraan? Ik maak me liever druk om dingen waar ik invloed op heb: hoe krijg ik mijn essay op tijd af, waarom wil Usis me niet inschrijven voor mijn tentamen?
Wij struisvogeltjes storten ons vol enthousiasme op onze kansloze studie. We verkeren in de veronderstelling dat we daar meer mee bereiken dan met protesteren in Den Haag.
Laatst mocht ik voor mijn opleiding journalistiek een paar leuke interviews doen met Leidse burgers die zich vrijwillig inzetten om Leiden aantrekkelijker te maken. Ik nam plaats aan de tafel van een inspirerend kunstenaar, die vol passie vertelde over de mooiste plekjes van onze stad. Aan het einde van het interview vroeg ik hem of er geen boekje bestond waarin bekende Leidse kunstenaars en schrijvers over de meest inspirerende plaatsen van Leiden vertellen. Zo’n boekje bleek er niet te zijn, maar de kunstenaar zei: ‘Misschien kunnen wij het in de toekomst samen maken’.
Een paar dagen later sprak ik in een prachtig grachtenpand met een projectontwikkelaar. Na het interview vroeg hij naar mijn studie, en ik vertelde hem dat ik Chinees studeer. ‘Dus als ik jou inhuur, dan leer jij mijn kinderen Chinees?,’ vroeg de man.
Journalistiek en Chinees doen het misschien niet zo goed op de arbeidsmarkt. Maar via je studie ontmoet je wel interessante mensen en doe je een hoop ervaring op. Daarom studeren we rustig door, en steken onze kop nog wat dieper in het zand.

Deel dit bericht: