Verzet tegen de h-index

21 September 2011

De h-index waarmee de prestaties van wetenschappers worden vergeleken, deugt niet. Dat betogen Leidse wetenschappers.

De h-index, vernoemd naar bedenker Jorge Hirsch, is een getal dat iets hoopt te zeggen over de prestaties van een wetenschapper. Als je acht wetenschappelijke publicaties hebt die acht of meer keer zijn geciteerd, heb je een h-index van acht. Een promovendus die bijna klaar is, zal een h-index van rond de vier hebben – veel meer publicaties heb je dan nog niet op je naam.

Leidse toppers zijn bijvoorbeeld epidemioloog Frits Rosendaal (74), en natuurkundige Carlo Beenakker (61). Wereldrecordhouder is de chemicus Elias Covey, waarvan 139 publicaties 139 keer of meer zijn geciteerd.

Voordeel van de index is dat hij publicaties die weinig aandacht krijgen, negeert. Ook het effect van dat ene hype-artikel waarbij iemand slechts zijdelings betrokken was, wordt zo rechtgestreken. In de zes jaar dat de h-index bestaat, is hij dan ook erg populair geworden. Wetenschappers melden het op hun cv, subsidieverstrekkers vragen ernaar, kandidaat-leden van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen moeten het invullen op hun aanvraagformulier.

Het probleem is echter dat de h-index zich nogal raar gedraagt. De Leidse bibliometristen Ludo Waltman en Nees Jan van Eck openen in een recent artikel de aanval op de index, met behulp van rekenvoorbeelden. Er zijn meerdere manieren waarop een wetenschapper ineens een hogere h-index dan zijn collega kan krijgen, zonder dat de productie of citaties daar aanleiding toe geven.

Waltman: ‘Wat je ook vindt van het beoordelen van wetenschappers op basis van hun citaten, de h-index moet je sowieso niet gebruiken, want dat getal gedraagt zich inconsistent. Dat probleem is over het hoofd gezien, de afgelopen jaren.’

Hoe moet het dan wel? ‘Het idee van de h-index was dat je belangrijke publicaties telt. Dat kan bijvoorbeeld ook door een grens te stellen. Een medische publicatie moet bijvoorbeeld minstens twintig keer geciteerd zijn, een wiskundig artikel wat minder vaak. Dan tel je hoe vaak iemand dat gehaald heeft. Het lijkt er sterk op, maar het is niet inconsistent.’ BB

Deel dit bericht: