terug
HOOFDARTIKEL - MARE 33, 12 juni 2003

Domweg gewend aan SARS

Na weken van angst voor de longziekte SARS komt het gewone leven in Peking weer op gang. Maghiel van Crevel, Leidse hoogleraar Chinese taal- en letterkunde, en twee van zijn studenten maakten de SARS-gekte van dichtbij mee. ‘Op de site van de universiteit staan dagelijks wie op de campus besmet zijn, inclusief lichaamstemperatuur en bezoek aan de intensive care.‘

Floor Ligtvoet

‘De inwoners van Peking zijn nog steeds op hun hoede, maar de stad is niet meer in de greep van de angst‘, zegt Maghiel Van Crevel, Leidse hoogleraar Chinese taal- en letterkunde. ‘Je ziet domweg gewenning die optreedt bij een crisis die lang duurt.‘ Openbare bussen waar vorige maand geen hond in zat, zitten weer vol. De drukte op straat neemt toe en mensen durven weer dicht naast elkaar te lopen.
‘Het lijkt er inderdaad op dat het hoogtepunt van de epidemie achter de rug is‘, bevestigt Marlies Rexwinkel, studente Chinees. ‘Vorige week werden er nog maar een handjevol nieuwe gevallen aangekondigd en daar was men natuurlijk apetrots op. Er heerst nu een sfeertje van ‘zie je wel dat we SARS onder de duim kunnen houden‘. Sommigen bagatelliseren ineens de angst van een aantal weken geleden.‘
De Chinese overheid blijft daarentegen haar bevolking waarschuwen tegen het verslappen van de preventiemaatregelen. De propagandamachine draait op volle toeren: ‘De hele stad hangt vol met banieren en posters waarop strijdbare leuzen staan geschreven‘, verklaart Rexwinkel. ‘De Pekinezen worden opgeroepen iedere dag goed te soppen en braaf hun mondkapje op te zetten.‘
‘Pas half april werd in China duidelijk dat de toestand veel erger was dan van hogerhand was voorgesteld‘, legt Van Crevel uit. ‘Dit beeld werd versterkt door onofficiële verhalen uit ziekenhuizen. De meeste klokkenluiders gebruikten het lopende vuur van de informele circuits: familie, vrienden en bekenden. Een enkeling trad in de openbaarheid en gebruikte daarvoor noodgedwongen de buitenlandse media omdat de Chinese media streng wordt gecensureerd.
‘In het begin deden de wildste geruchten de ronde. Peking zou door een leger worden afgesloten van de buitenwereld, duizenden patiënten zouden bij nacht heimelijk worden weggevoerd, de CIA zou achter SARS zitten en als je maar genoeg rookte, kreeg je het niet. Pas toen de regering uiteindelijk toegaf dat SARS een crisis van formaat was, werden openbare gelegenheden zoals bioscopen, bars, tempels gesloten en evenementen afgelast. Vanaf dat moment kon je niet eens meer naar drukbezochte plekken, al had je dat gewild.‘
Chinese studenten aan de Beijing Language and Culture University mogen sinds anderhalve maand de campus niet meer af. Voor buitenlandse studenten is dit verbod pas vier weken geleden ingegaan. ‘Wij krijgen als buitenlanders duidelijk een voorkeursbehandeling‘, vertelt Rexwinkel. ‘Gek, alsof wij het virus niet kunnen overbrengen!‘
De strikte regels op de campus worden overigens niet altijd even consequent toegepast. ‘De ene keer mogen we absoluut niet de dorms van andere studenten bezoeken, de andere keer wel. Je temperatuur wordt soms binnen de poort opgemeten terwijl het de volgende keer ‘voor de veiligheid‘ per se buiten de poort moet. Je kunt je afvragen of die ene meter zo veel scheelt.‘
In de Taiwanese hoofdstad Taipei is de situatie nog ernstiger, meldt studente Chinees Yolanda van Zuilekom. ‘Zo mijden de Taiwanezen op dit moment nog massaal het openbaar vervoer. En als ze toch gaan, dan met een mondkapje voor. In de metro is het dragen van een mondkapje zelfs verplicht. In de bus en de trein niet maar ook daar draagt bijna iedereen er een.‘
De epidemie op het eiland is nog niet onder controle. Desondanks zijn de Taiwanese autoriteiten soepeler dan hun Chinese ambtsgenoten, vertelt Van Zuilekom: ‘Ik studeer aan de National Taiwan University. De campus is niet gesloten maar mijn temperatuur wordt wel bij elke ingang gecontroleerd; bij de dorm, de bieb, gymlokaal, computerruimtes etc. Zelf mijd ik kleine vieze eettentjes in de stad. Sinds ik een scooter heb aangeschaft, maak ik ook geen gebruik meer van het openbaar vervoer. Verder heb ik uit voorzorg een vak laten vallen omdat we daar met vijfhonderd man op elkaar geplakt zaten.‘

Wie besmet is, staat op de site van de universiteit
Angstig om SARS op te lopen, is Van Zuilekom niet. Behalve dan in de computerruimte van de universiteit: ‘Iedereen loopt daar met een mondkapje voor. Dat is heel onrealistisch en een beetje eng, net alsof er een biochemische oorlog aan de gang is. Ik ga er niet graag naar toe. Ik krijg het letterlijk benauwd met zo‘n ding op en haal af en toe stiekem adem met het kapje af. Daarbij fantaseer ik meteen dat ik 3 miljoen virussen heb geïnhaleerd.‘
Afgezien van de negatieve gevolgen die SARS op hun dagelijkse leven heeft, is de epidemie voor de sinologen buitengewoon boeiend om te volgen. ‘Met name in politiek opzicht is het interessant‘, vindt Van Zuilekom. ‘Volgens Taiwan is SARS namelijk een epidemie geworden omdat China het zo lang heeft verzwegen. Het eiland heeft sowieso een bijzondere relatie met China. Ze zijn nauw met elkaar verbonden maar er is onderling altijd veel geruzie. Nu laat China bijvoorbeeld niet toe dat Taiwan lid wordt van een internationale organisatie zoals de World Health Organization. Het eiland probeert op zijn beurt tijdens de crisis juist erkenning te krijgen van de internationale gemeenschap.‘
Er zijn meer aspecten aan SARS interessant om onder de loep te nemen, meent Van Crevel: ‘Het is de moeite waard je te verdiepen in het verschil in behandeling van buitenlanders en autochtonen of de glasharde ontkenning van het medische probleem door politici en militairen en in hoeverre oude denkbeelden als ìhet landsbestuur heeft een mandaat van de hemelî daarbij een rol spelen. Maar ook de wijze waarop Chinese instanties omgaan met de privacy van hun zieken is anders. Op de website van de universiteit van Peking wordt bijvoorbeeld dagelijks bijgehouden wie op de campus besmet zijn. De zieken staan met naam en toenaam op de homepage. Daarbij wordt hun lichaamstemperatuur vermeld en of ze naar de intensive care zijn overgebracht.‘
De drie Leidse sinologen hebben niet overwogen eerder terug naar huis te gaan. ‘Ik ben hier gekomen om een fantastisch jaar in het buitenland te hebben‘, beargumenteert Van Zuilekom. ‘Ik denk dat het risico op besmetting erg klein is. En ook al is de medische zorg hier niet zo goed als in Nederland, ik heb er vertrouwen in dat ze de epidemie in Taiwan onder controle kunnen krijgen.‘
Rexwinkel en Van Zuilekom zijn blij dat ze zelf de situatie mogen inschatten. ‘We hebben aldoor goede informatie gekregen van de opleiding‘, vertelt Rexwinkel. ‘Soms krijg ik uit Nederland reacties van vrienden en familie die zich afvragen waarom de Leidse universiteit ons in hemelsnaam niet naar huis haalt. Ik vind zelf dat wij samen met Maghiel de situatie, zover dat kan, prima kunnen beoordelen.‘ Voor studenten die voor hun studie nog naar Azië vertrekken ligt dat misschien anders, denkt Van Zuilekom. ‘Voor hen lijkt het mij wel verstandig als Leiden een eenduidig ja of nee als advies geeft.‘
In een reactie laat rector Douwe Breimer, onlangs zelf op bezoek bij verschillende Chinese universiteiten, weten dat ‘het een groot geluk is gebleken dat Van Crevel dit jaar in China zit en daar is gebleven‘. Want, vindt Breimer, ‘hij heeft zich voortreffelijk ingespannen om permanent goede informatie te verschaffen en de studenten te begeleiden in het maken van hun afweging al dan niet naar Nederland terug te keren.‘
Van Crevel blijft van mening dat studenten prima in staat zijn om een weloverwogen besluit te nemen over een vervroegd vertrek of een voortgezet verblijf: ‘Mits ze de nodige informatie krijgen. Het is de taak van de opleiding om ze daarbij te helpen. Dankzij internet kan dit nu makkelijker dan vroeger, door dagelijks Chinese én buitenlandse media te raadplegen, e-mail-bulletins te sturen en daar achteraan te bellen.‘

Floor Ligtvoet
omhoog