HOOFDARTIKEL - MARE 3, 18 september 2003

Nationale Jat Top Vijf

Gezocht: meesterwerk

Nederland is een waar paradijs voor kunstdieven. Niet alleen zijn de vaderlandse musea makkelijk te kraken, ook op juridisch vlak kent Nederland verscheidene zwakke plekken wat betreft kunstroofbestrijding. Het waarom van de kale plekken in de galerie.

Thomas Blondeau

Een ladder, een busje pepperspray en een slecht karakter. Na de diamantendiefstal uit het Museon en een tritsje verdwenen Van Gogh‘s weet iedereen dat dit gereedschap voldoende is om aan de haal te gaan met ons nationale erfgoed. Ook Leiden kent zijn verdwijningen, het Penningkabinet aan het Rapenburg zag drie jaar geleden de enige overgebleven VOC-goudstaaf van eigenaar wisselen nadat bewakers een stoot geconcentreerde cayenne in de ogen kregen.
Maar niet alleen in musea nemen de oude meesters de benen. Bij de collega‘s van Oxford werd tijdens de millenniumwissel een ruitje ingetikt. Nieuwjaarskater: een verdwenen Cézanne. Het is maar één voorbeeld van hoe de getatoeëerde arm van de internationale misdaad steeds wilder om zich heen grijpt. Volgens Interpol, het internationale samenwerkingverband van politiediensten, vinden er jaarlijks zestigduizend kunstdiefstallen plaats in Europa waarbij het ontvreemde kunstwerk gemiddeld negenduizend euro kost. Wereldwijd schat het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) de omzet in gestolen kunst op drie miljard euro per jaar.
‘Onzin,‘ zegt aio bestuurskunde Edgar Tijhuis. Hij promoveert op de relaties tussen legale en illegale actoren rondom transnationale misdaad. Een deel van zijn onderzoek bestaat er uit deze relaties uit te lichten in de wereld van kunstroven. ‘Wat juridisch gezien gestolen kunst is, verschilt van land per land. Moord is in ieder land illegaal. Maar gestolen kunst kent nogal eens verschillende wettelijke definities. Schattingen over hoeveel er om gaat in de illegale kunsthandel zijn dan bij voorbaat nutteloos‘.
Maar gejatte kunst is toch gewoon fout? ‘Was het maar zo simpel. Wie in Nederland een gestolen kunstwerk koopt en dat te goeder trouw doet, kan na drie jaar legitiem eigenaar worden van het werk. Een bezitter te kwader trouw, krijgt na twintig jaar de eigendomsrechten. Ook gebeurt het dat kunst witgewassen wordt. Zo ontdekte een BBC-journalist dat in het veilinghuis Sotheby‘s in Groot-Brittannië Indiase voorwerpen opdoken die illegaal uit het thuisland verdwenen waren. Eens verhandeld, zijn die kunstvoorwerpen, legaal gezien, goed.‘
En Tijhuis kan het weten. Na zijn studies politicologie en rechten, nam hij het aio-schap aan bij de vakgroep bestuurskunde. ‘Bij onderzoek naar het verband tussen illegale en legale actoren, kijkt de wetenschap vaak naar drugs-, mensen-, of wapenhandel. Ik ontdekte dat illegale kunsthandel vanuit dit perspectief een redelijk onontgonnen gebied was. Terwijl er ook op het vlak van kunstroof aardig wat relaties bestaan tussen overheid en criminelen. Bijvoorbeeld in China waar de verboden uitvoer van cultuurgoed goed gedijt door de samenwerking met de douane.‘
Door zijn vorsingswerk kwam Tijhuis onder meer tot de conclusie dat Nederland het de kunstdieven niet bepaald moeilijk maakt. ‘Er bestaan een paar internationale verdragen zoals het UNESCO-verdrag uit 1970 en het Unidroit-verdrag van acht jaar geleden. Deze verdragen regelen onder meer de teruggave en overdracht van illegaal verkregen of uitgevoerde cultuurgoederen. Het UNESCO-verdrag is door bijna honderd landen geratificeerd maar Nederland wacht hiermee. Het gevolg is dat Nederland moeilijk zijn eigen cultuurgoed kan gaan terugvorderen als het zich buiten Europa bevindt. Bovendien is het voor andere niet-Europese landen moeilijk om gestolen kunst uit dit land terug te halen. Nederland heeft hiermee in West-Europa één van de minst effectieve juridische constructies tegen illegale kunsthandel. Zelfs Groot-Brittannië ondertekende recentelijk het UNESCO-verdrag. Een land dat nochtans een grote speler is op het veld van de kunsthandel en dat bovendien aardig wat klachten mag verduren over het ontvreemden van cultureel erfgoed. Maar toen de Britten doorkregen dat hun eigen culturele erfgoed achter hun rug verkocht werd, ondertekenden ze ook deze verdragen.‘ Betekent dit dat het British museum nu zijn Parthenon-legpuzzels terug moet gaan geven aan Griekenland? ‘Nee,‘ stelt Tijhuis, ‘deze overeenkomsten hebben geen terugwerkende kracht.‘



Kunstroof in opdracht is een fabel

Alsof dat nog niet erg genoeg, schafte het Korps Landelijke Politiediensten de afdeling Kunst en Antiek anderhalf jaar geleden af. ‘Dat wil niet zeggen dat de Nederlandse politie zich niet langer bezighoudt met kunstroof maar het bewijst wel dat de Nederlandse overheid internationale kunstcriminaliteit niet hoog op de agenda heeft staan,‘ aldus Tijhuis.
De vraag is dan hoe de veilinghuizen omgaan met de criminele kunsthandel en wandel in de polder. Mare vroeg het aan twee kunsthandelaars. Aan het woord zijn het Leidse veilinghuis ‘Onder de boompjes‘ en internationale speler Sotheby‘s. ‘Onder de Boompjes‘ is het enige veilinghuis in de regio dat die naam waard is. In het weekend zie je in het pand in een zijstraat van de Hooigracht kunstgeschiedenisstudenten opgezette dierenhoofden en oude munten presenteren. Maar voor handjeklap met louche figuren acht mede-eigenaar Pieter-Gerrit Binkhorst zich wat te bescheiden. ‘Wij zijn maar een provinciale speler. De inbrengers van kunst diep in de ogen kijken, dat is mijn enige methode om te controleren of het aangeboden waar koosjer is. Wat wij aanbieden zijn voor 99,9 procent opruimingen van nalatenschappen. Het gebeurt wel eens dat wij een stuk terugtrekken uit het aanbod omdat we ons vergist hebben in de echtheid ervan. Maar wat criminaliteit betreft, komen we hier niet verder dan een junk die komt aanzetten met een onbetekenend werkje. We zitten niet in het segment waar de Rembrandts of Warhols over de tafel gaan. Misschien moet u eens contact nemen met Christies of Sothebys in Amsterdam.‘
De woordvoerster van Sotheby‘s Amsterdam haast zich om te zeggen dat gestolen kunst nog nooit aan het hoofdstedelijke veilinghuis is aangeboden. ‘Ontvreemde kunstwerken worden nooit via ons huis verhandeld. Dat zou ook redelijk dom zijn want onze catalogi gaan de wereld over. Bovendien is het onzin dat de media gerenommeerde veilingen steeds in verband brengen met kunstcriminaliteit. We hebben daar niks mee te maken.‘
Het gekrakeel van de kunstwereld bereikt de aio bestuurskunde zelden. Tijhuis verricht zijn werkzaamheden vanuit het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Een gebouw opgetrokken uit aluminium golfplaten, een bescheiden constructie die zich bijna lijkt te verontschuldigen voor haar bestaan. Hier loopt een breed scala aan onderzoeken over de meest uiteenlopende soorten misdaad. Vanaf achter zijn bureau schiet Tijhuis een paar mythes over kunsthandel aan flarden. ‘Het is een populair idee dat belangrijke kunstroven gebeuren op bestelling van collectioneurs. Maar uit mijn onderzoek is nergens gebleken dat een of andere excentrieke verzamelaar een crimineel heeft benaderd om zijn verzameling antiek uit te breiden.‘ Ook het idee dat kunstwerken steeds vaker als onderpand dienen voor drugsdeals, blijkt op het drijfzand van de sensatiebladen gebouwd. Wel signaleert hij dat kunstdieven vaak losgeld vragen voor hun buit in plaats van het proberen te verkopen. Een recent voorbeeld hiervan zijn de gebeurtenissen rond ‘s werelds duurste zoutstrooier, de Cellini-sculptuur. Het in mei gestolen kunstwerk heeft een waarde van vijftig miljoen euro. De inbrekers vroegen er slechts vijf.
Tijhuis hoopt als wetenschapper dat zijn onderzoek bijdraagt in de theorievorming over de relatie tussen overheid en misdadiger. Als kunstliefhebber hoopt hij vooral dat de Nederland het Unidroit- of Unesco-verdrag gaat ratificeren. ‘Voor dit land is het niet ondertekenen van die verdragen een gemiste kans en een jammerlijke zaak.‘ Het is het Van Gogh-jaar, misschien een mooie gelegenheid?

Thomas Blondeau