ACHTERGROND - MARE 20, 7 februari 2002

Tenendanser Hans Vogel

‘Als het land dat je bestudeert “niet deugt”, zul jij zelf ook wel niet deugen’

Ook de verdediging van Jorge Zorreguieta door zijn schoonzoon komt premier Kok niet slecht uit. Zo kan hij de verschijning van Máxima’s vader in ons land langzaam voorbereiden, aldus Argentinië-specialist Hans Vogel. ‘Kok heeft Willem-Alexander ditmaal niet ter verantwoording geroepen, zoals hij dat eerder wel heeft gedaan. Hoogleraar Baud is daarmee in feite gedesavoueerd. En de Nederlandse geschiedschrijving is te kijk gezet.’

Hans Ariëns

Nee, hij is niet plotsklaps het rapport van zijn voormalige Leidse collega Michiel Baud gaan waarderen. Nog steeds vindt hij Militair geweld, burgerlijke verantwoordelijkheid. Argentijnse en Nederlandse perspectieven op het militaire bewind in Argentinië (1976-1983) een politiek in plaats van een wetenschappelijk werkstuk. Bij een wetenschappelijke behandeling van de schuldvraag zou Baud zelfstandig bronnenonderzoek hebben gedaan - of nog beter, zou er een brede internationale commissie aan het werk zijn gezet, die ook de Nederlandse steun aan het bewind van Videla in de schuldvraag zou hebben betrokken.
Maar het gemak waarmee de minister-president nu het rapport als richtsnoer lijkt te laten vallen, stoort hem. ‘Dit is niet correct tegenover Baud en een typisch geval van Hollands gesjoemel. Het rapport kwam goed uit om het linkse imago van de PvdA op te poetsen. Nu is Kok bijgedraaid en laat hij uit opportunistische overwegingen Baud weer vallen.’
Is de man die ‘ongewenst gedrag op de werkvloer’ (decaan Blockmans in het Leidsch Dagblad) vertoonde en van het rechtvaardigen van Auschwitz werd beschuldigd een ‘ Leidse nar’, een querulant of een provocateur? ‘Als iedereen roept dat iets of iemand fout is, vertrouw ik het niet. Als historicus zoek ik naar de uitzondering, niet naar de grootste gemene deler - dan was ik wel socioloog geworden.’
Feit is dat Hans Vogel een zeldzaam talent heeft om mensen op de tenen te staan. Zijn voorkeur voor politieke incorrectheid heeft hem in ieder geval in kringen van Latijns Amerika-deskundigen de nodige vijanden opgeleverd. Zelf verklaart hij dat uit het type mensen dat zich op de Nieuwe Wereld stort. ‘Aan de ene kant heb je mensen die de Verenigde Staten aanbidden, of de oorspronkelijke bewoners verheerlijken vanwege hun veronderstelde nabijheid tot de natuur. Aan de andere kant zijn er mensen die de Nieuwe Wereld verketteren: de VS vanwege hun buitenlandse politiek, en Latijns Amerika vanwege het voorkomen van dictaturen en corruptie. Een neutrale houding tref je zelden aan, terwijl die juist teken is van een zekere intellectuele en wetenschappelijke distantie’

Mag je als historicus nooit een oordeel vellen?
‘Dat zeg ik niet. Soms is het gevaar van het vak dat je alles begrijpelijk maakt en wegrelativeert. Een moreel oordeel kan een houvast zijn in het dagelijks leven. Maar als je schrijft, moet je juist zoveel mogelijk van een waardeoordeel onthouden.
‘Het Videla-bewind was een vreselijk regime, wie kan dat ontkennen? Maar wij Nederlanders hebben de neiging ons terug te trekken op een moreel fort om van daaruit te oordelen. Je moet toe kunnen geven dat het regime destijds niet aan de macht had kunnen komen zonder flinke steun uit de Argentijnse maatschappij, dat wordt zelfs door het rapport-Baud erkend. Die steun was er niet alleen bij het leger, maar ook bij vakbonden en intellectuelen, anders had Videla geen staatsgreep kunnen plegen. Ook buitenlandse steun was onontbeerlijk. Reken maar dat de VS van tevoren op de hoogte waren - net zoals de Nederlandse regering destijds van de Bouterse-putsch moet hebben geweten.
Ons land was de tweede handelspartner van Argentinië in die tijd en een vijfde van alle kredietgaranties waaraan de Nederlandse staat dekking gaf, betrof transacties met dat land. Opwinding over mensenrechtenschendingen in dat land is dan hypocriet. Dat is het probleem van moraliteit: je moet consequent zijn in je beleid, anders ben je niet geloofwaardig.’

Maar er zijn toch gradaties van verantwoordelijkheid? Er werd toch niet uit de naam van de Nederlandse regering gemarteld en gedood?
‘Als we het een verwerpelijk regime hadden gevonden, dan hadden we een boycot in moeten stellen, zoals we bij het apartheidsregime deden. En in 1956 boycotten we de Olympische Spelen van Melbourne, omdat de Russen Hongarije binnengevallen waren. Maar we hebben gewoon aan het WK voetbal in 1978 meegedaan.’

Er was toch wel protest - meer waarschijnlijk zelfs dan in andere Europese landen?
‘Nou, in Duitsland en België werd ook wel geprotesteerd, terwijl die landen op dat moment minder hechte banden hadden met Argentinië. In Nederland had je het Solidariteitskomitee Argentinië-Nederland (SKAN) en de Steun Aan Argentijnse Moeders (SAAM) van Liesbeth den Uyl, maar dat waren toch splintergroeperingen.’

De aandacht richtte zich misschien meer op Chili. Chileense Granny Smiths werden wel geboycot.
‘Ja, terwijl het terreurklimaat in Argentinië toch een stukje erger was. Het aantal slachtoffers mag natuurlijk niet de enige maatstaf zijn, maar in Argentinië zijn mogelijk zo’n dertigduizend doden gevallen, beduidend meer dan in Chili onder Pinochet.
In Argentinië was de oorlog sluipender en geniepiger Er hing een sfeer van verraad en geperverteerdheid, waarin zelfs familieleden van Zorreguieta’s baas Martínez de Hoz het leven konden verliezen. Een groot gedeelte van de slachtoffers is er gewoon ingeluisd.’

Hoe bedoelt u?
‘De monteneros, de stadsguerilla, maakten grote indruk op scholieren met zucht naar avontuur. Vooral dat soort jongeren is geliquideerd, terwijl de leiders van die beweging het er levend van afbrachten. Zij kochten hun vrijheid door hun vriendjes te verraden. Dat is heel treurig.’

Hoe bent u zelf in Argentinië geïnteresseerd geraakt?
‘Als twintigjarige student die een kandidaatsscriptie moest schrijven, leek Argentinië me een land met een interessante geschiedenis. In 1977, tijdens het Videla-regime dus, heb ik het land ook bezocht. De repressie was op straat voelbaar. Mensen durfden alleen vrijuit te spreken tussen de vier muren van hun eigen huis. Als er militairen voorbijreden, wendden de mensen demonstratief hun hoofd af.
Helaas word je hier al gauw geïdentificeerd met je onderzoeksobject. Als het land dat je bestudeert, “niet deugt”, zul jij zelf ook wel niet deugen. Wie Argentinië deed, moest zelf ook wel een soort fascist zijn. Mexico, de Andes en het Caribisch gebied waren veel meer in tel.’

Hoe staat het in Argentinië met de verwerking van het verleden?
‘Men worstelt er nog steeds mee. De problemen liggen veel dieper dan de pijn van het regime-Videla alleen. De Argentijnen zijn getraumatiseerd door een proces van verloedering dat al in de jaren vijftig inzette. Daarvoor was het een hoogontwikkeld land met een zeer goed onderwijsstelsel.
Nu is de staat van het onderwijs en de wetenschap deplorabel. Niemand kan leven van het salaris dat hij aan de universiteit verdient. Wetenschappers moeten schnabbelen of hun vrouw moet een antiekwinkeltje gaan beginnen.’

Begrijpt men onze opwinding over Zorreguieta?
‘Nee. Nog steeds worden er processen gevoerd en de mensen die iets op hun kerfstok hebben, kunnen nog niet rustig slapen. Maar Zorreguieta staat niet te boek als grote boef. Hij woont niet in de allerduurste buurt, ten teken dat hij zich niet enorm heeft verrijkt. Met de huidige president Duhalde ligt dat anders. Rondom hem hangt de geur van financiële malversatie. Men zegt dat hij zijn miljoenen dollars op een schimmige manier heeft verworven: met een aandeel in de drugshandel onder president Menem.
‘Van de zomer gaf ik les op een business school in Buenos Aires, een soort Argentijns Nijenrode. De studenten daar begrepen echt niets van de opschudding bij ons over de vader van Maxima. Ik begrijp het wel. Maar het blijft onterecht.’