EXTRA BERICHT - MARE 14, 6 december 2001

Promovendus ontdekt nieuw plagiaatgeval bij Adriaan van Dis

Leids promovendus Uldrik Speerstra heeft een nieuw geval van plagiaat bij Adriaan van Dis ontdekt. In zijn reisverhaal Een barbaar in China (1987) heeft Van Dis een aantal alinea’s vrijwel letterlijk overgeschreven uit het vier jaar eerder verschenen From Heaven Lake: travels through Sinkiang and Tibet van Vikram Seth. Speerstra ontdekte dit tijdens zijn onderzoek naar migrantenliteratuur en culturele identiteit, waarvoor hij de twee boeken met elkaar vergeleek.
Het blijkt dat Van Dis in zijn reisverslag drie passages uit Seths boek vrijwel letterlijk heeft overgenomen, zonder zijn bron te vermelden. Zo beschrijft hij de saaie eenvormigheid van de stad Lanzhou als: ‘Er is geen verschil tussen een wijk in Peking, Xian, of Lanzhou, eendere winkels, eendere straten; klimaat- en cultuurverschillen komen er niet tot uiting.’ Bij Seth staat er: ‘The difference in street architecture between, say, Beijing and Guangzhou (Canton) is far less marked than the difference in climate would lead one to expect.’
En een paar regels verderop meldt Van Dis: ‘In welke stad je ook komt, de straten hebben gelijkluidende namen. Overal is een Oost-Weststraat, de warenhuizen, drogisten en boekwinkels dragen allemaal dezelfde naam en in elke stad is het Sun Yat Sen Park eender aangelegd.’ Bij Seth staat er in een zin tussen haakjes: ‘(Even the names of streets repeat themselves from city to city; the bookstores all have the same name and there is invariably a Sun Yat Sen Park to visit.)’
Speerstra ontdekte een drietal van dergelijke passages. De langste van de drie beslaat ongeveer anderhalve pagina.
De promovendus ontdekte het al begin 1996, maar heeft het sindsdien stilgehouden. In zijn proefschrift heeft hij de constatering bewust in een voetnoot gezet, om er niet teveel aandacht op te vestigen. Speerstra: ‘Het is een noot op een heel boek. Ik zou het jammer vinden als die ene noot alles is dat overblijft van mijn boek. Dat doet geen recht aan al het werk.’ Volgens Speerstra is er inderdaad sprake van plagiaat, maar hij stelt nadrukkelijk dat hij zelf de publiciteit niet heeft willen opzoeken. ‘Het is puur toeval geweest. Ik zocht naar twee teksten die een vergelijkbare reis beschrijven, om te onderzoeken of migrantenschrijvers en andere schrijvers op een andere manier van het reisverhalengenre gebruik maken. Toen kwam ik op Van Dis en Seth. Als je deze teksten volgens de methode van de ‘close-reading’ gaat onderzoeken, wat ik in mijn onderzoek deed, dan zie je op een gegeven moment dat er grote overeenkomsten zijn en dan zie je stukken tekst die vrijwel letterlijk zijn overgenomen. Dan moet ik dat feitelijk constateren. Maar ik voel mij niet echt geroepen om het bestraffende vingertje uit te steken, dat is niet mijn rol als literatuurwetenschapper.’
Zijn promotor, prof. Ernst van Alphen is feller: ‘Plagiaat is altijd verwerpelijk, maar Van Dis maakt het hier wel erg bont. Hij zet zich in Een Barbaar in China continu af tegen de opinie van zogenaamde Chinakenners. Zijn visie op China zou authentiek zijn, want hij is een leek, een toerist. Zo probeert hij zijn lezers te winnen voor zijn overwegend negatieve visie op China. Van Dis' visie is echter weinig authentiek wanneer deze voor grote gedeeltes overgeschreven is van Vikram Seth. Seth zelf is overigens helemaal niet zo negatief over China, hij leeft zich in de Chinese cultuur in. Als Indiase immigrant in de VS, weet hij maar al te goed dat oordelen over andere culturen al gauw arrogant zijn, niets met authenticiteit maar met onwetendheid te maken hebben.’
Adriaan Van Dis zegt in het NRC van zaterdag: ,,Toen ik in de jaren tachtig reisboeken schreef, putte ik uit hele dagboeken vol aantekeningen. Daarbij gaf ik me kennelijk niet altijd genoeg rekenschap of die uit mijn hoofd kwamen of uit andere bronnen. Gelukkig heb ik inmiddels geleerd daar zorgvuldiger mee om te springen en mijn bronnen te vermelden.''(NRC, zaterdag 8 december 2001)
Speerstra promoveert aanstaande donderdag op het proefschrift, getiteld ‘Representaties van culturele identiteit in migrantenliteratuur. De Indiase diaspora als case study.’ In dit werk onderzoekt Speerstra de manier waarop het begrip ‘identiteit’ gestalte krijgt bij zes migrantenschrijvers: V.S. Naipaul, Salman Rushdie, Hanif Kureishi, Shiva Naipaul, Vikram Seth en Anil Ramdas.
Een eerder plagiaatgeval bij Van Dis zorgde in 1992 voor veel ophef. In augustus van dat jaar onthulde Vrij Nederland dat Van Dis in zijn reisverslag Het Beloofde Land (1990) vier á vijf passages vrijwel letterlijk overgeschreven had uit een boek van de Amerikaanse antropoloog Vincent Crapanzano. Nu blijkt dus dat Van Dis al eerder plagiaat had gepleegd.

Christiaan Weijts

Volg deze link voor de twee van de bewuste passages van Van Dis en Seth