PROMOTIE - Mare 34, 21 juni 2007

Jägermeister met een kruis, mag dat?

DAVID BREMMER
Een voorbeeld van kwetsend commercieel beeldgebruik: op de etiketten de Italiaanse wijnproducent Lunardelli zijn Adolf Hitler en Mussolini afgebeeld Valt de Nederlandse leeuw plus het motto ‘Je maintiendrai’ te claimen als merk? Eigenlijk niet, meent promovendus Caspar van Woensel

Als student zag Caspar van Woensel in een museumwinkel T-shirts met afbeeldingen van De Nachtwacht en de Mona Lisa. Valt dergelijk cultureel erfgoed als merk te claimen, vroeg hij zich af. Het commercieel exploiteren van bekende symbolen levert namelijk nog al eens problemen op. Zeker in het geval van religieuze of nationale tekens als het christelijke kruis, de Davidster of het wapen van het Koninklijk Huis. Het leidde tot een afstudeerscriptie en nu tot het proefschrift Merk, God en Verbod.

Er blijken aanzienlijke verschillen te bestaan tussen de Europese wetgeving en het Benelux-merkenrecht. De Europese Merkenrichtlijn geeft de mogelijkheid om bepaalde symbolen als merk te weigeren. In tegenstelling tot veel Europese landen heeft de Benelux deze bepaling niet overgenomen. Geen enkel symbool is dus ontoelaatbaar. Dit had wel gemoeten, meent de promovendus, want het is maatschappelijk ongewenst dat ondernemers daar geld aan kunnen verdienen. Bovendien hebben klagende burgers nu weinig mogelijkheden om aan de bel te trekken. Rechters en ook de Reclame Code Commissie zijn zeer terughoudend in het onrechtmatig bevinden van uitingen. Hij vindt dat de bepaling in het nieuwe Benelux-verdrag voor de industriële eigendom, de opvolger van de Benelux-Merkenwet moet worden opgenomen.

Welke symbolen zijn dan onacceptabel? Van Woensel, inmiddels universitair docent intellectuele eigendomsrecht in Leiden, noemt nationale symbolen, zoals die van het Koninklijk Huis en het Monument op de Dam. Ook tekens van lagere overheden, zoals gemeentevlaggen, behoren er toe. Belangrijkste categorie van ontoelaatbare tekens zijn religieuze symbolen. Tenslotte moeten tekens met een grote negatieve symbolische waarde als onacceptabel worden gekwalificeerd. Hierbij valt te denken aan een portret van Adolf Hitler of een vlag met hakenkruis. Van Woensel zou liefst ook de iconen van cultuur en cultureel erfgoed als De Nachtwacht ontoelaatbaar achten, maar realiseert zich de onhaalbaarheid daarvan. In Nederland is dergelijk gebruik al te lange tijd en op grote schaal praktijk. ‘Denk aan het merk Rembrandt voor penselen en andere schildersartikelen’, schrijft hij.

Met name exploitatie van religieuze tekens blijkt in praktijk tot klachten en rechtszaken te leiden. Gelovigen storen zich regelmatig aan bepaalde uitingen. Hoewel Van Woensel begrip toont voor het argument dat gelovigen niet via wetgeving een meer bijzondere positie behoren te verdienen dan hun ‘medeburgers die toevallig niet in iets bovenmenselijks geloven’, is dat niet doorslaggevend. Het geloof is zo’n belangrijk onderdeel in het leven van veel mensen dat ondernemers er geen alleenrecht voor producten of diensten op verdienen. Zeker nu zo’n alleenrecht als kwetsend kan worden ervaren voor mensen die een bepaald symbool van hun religie commercieel geëxploiteerd zien.

Maar doordat in Nederland steeds meer niet-westerse minderheidsgroepen hun geloof belijden, groeit het aantal nauwelijks bekende religieuze symbolen. Dat levert problemen op. Bijvoorbeeld toen Nederlandse Hindoes naar de rechter stapten omdat een Haags seksbedrijf de naam van Shiva voerde. Het gaat te ver om alle onbekende symbolen onacceptabel te achten, aldus Van Woensel. ‘Men hoeft de waarde van een symbool niet te delen om de betekenis ervan voor een ander in te kunnen zien.’ Niet-westerse Nederlanders moeten beter hun best doen om de kennis over hier onbekende symbolen te vergroten. ‘Wanneer iedereen die van een ander een zekere mate van begrip en respect vraagt voor de eigen symbolen, zich tegelijk zélf ontvankelijk toont tegenover een ánder, dan kan er gaandeweg een meer volgroeide multiculturele samenleving ontstaan.’


Caspar van Woensel: Merk, God en Verbod – oneigenlijk gebruik en monopolisering van tekens met een grote symbolische waarde. Promotie was dinsdag 19 juni