counter free hit unique web
FRUTTI DI MARE - Mare 01, 1 september 2005

Cleveringa-rede verstopt onder vals plafond

Het drong niet meteen tot hem door wat de echte betekenis was van het dichtgevouwen stapeltje papieren. Geschiedenisstudent Gert-Jan Bouma was door een vriend gevraagd om even mee te helpen bij de verbouwing van een van de oudste studentenhuizen van Leiden: ‘Huize Mon Repos’ op de Breestraat. Het huis ademt geschiedenis. ‘Kijk’ wijst Bouma aan, ‘deze houten balken zijn volgens Monumentenzorg een van oudste die ooit in huizen zijn aangetroffen: uit 1365! Oorspronkelijk van een houten gevel en hier hergebruikt.’

Bouma was aan de buitenkant bezig met het slopen van een vals plafond, toen hij het stapeltje zag liggen. ‘Op de bovenkant zat een beetje aanslag.’ Toen hij pas later keek wat er eigenlijk in stond, begon zijn ‘Historikerhart’ sneller te kloppen: de beroemde Cleveringa-rede van 65 jaar geleden.

Professor mr. Rudolph P.Cleveringa was decaan van de Leidse rechtenfaculteit toen hij op dinsdagmorgen 26 november 1940 zijn beroemde rede hield in een volgestouwd auditorium van het Academiegebouw. Normaal gezien zou Cleveringa’s leermeester professor E.M.Meyers daar college geven, ware het niet dat alle Nederlandse universiteiten vijf dagen eerder een brief hadden gekregen namens de Duitsers, waarin stond dat het joodse personeel moest worden ontslagen. Volgens de archieven vonden in totaal 663 medewerkers van de Leidse universiteit de dood als gevolg van de jodenvervolging.

Bouma: ‘Mijn vondst bezorgde me de zuiverste historische sensatie die je maar kunt hebben. Dichterbij de bron over het verzet tegen de bezetting kan bijna niet.’

Cleveringa-rede wordt steevast omschreven als ‘een vlammend betoog’ tegen de fascistische bezetter. Wie de tekst leest, ziet dat dat op zich wel meevalt. Cleveringa vermeed juist een nadrukkelijk politieke boodschap, hield het behoorlijk neutraal en zei aan het slot hij onder meer: ‘Wij kunnen, zonder in nutteloze dwaasheden te vervallen, welke ik u met klem moet ontraden, thans niet anders doen dan ons buigen voor de overmacht.’ Bouma: ‘Je moet het natuurlijk in de context van die tijd lezen. De rede is vooral één grote lofzang op de verdiensten van Meyers, die inderdaad een van de grootste en meest veelomvattende rechtsgeleerden was.’

Dat neemt niet weg dat de toehoorders na de toespraak spontaan het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus begonnen te zingen en nadien in optocht over het Rapenburg trokken. Bouma: ‘De rede van Cleveringa geldt als een van de belangrijkste en laatste openlijke daden van verzet tegen de bezetter door iemand met een gezagspositie. Hij wist donders goed wat de consequenties waren, zijn koffer stond al klaar en ingepakt en hij is daags nadien ook door de Duitsers weggevoerd naar de gevangenis.’ Ook werd de Leidse universiteit op 27 november gesloten, omdat de Duitsers lucht kregen van het feit dat de studenten wilden gaan staken.

Volgens Bouma maakt de stapel documenten deel uit van een kleine oplage van zes, inderhaast en slordig uitgetikte versies van de rede. ‘Die werden onder studenten verspreid om met de hand overgeschreven, verder verspreid te worden. Ik denk dat de studenten in dit huis ook zo’n oerversie hadden en die uit schrik voor de bezetter hadden verstopt in het vals plafond. Ik ben in contact met een van oorsprong Franse en inmiddels tachtigjarige oud-bewoner, die zich nog kan herinneren dat ze de rede zaten over te schrijven. Hij had nog ‘Vive la Hollande!’ op de gevel geschreven, vlak voor de Duitse soldaten door de Breestraat marcheerden.’

De eigenaar van het pand ‘Mon repos’ - ‘mijn rustplaats’ - waar van oudsher bestuursleden van Minerva mochten wonen om zich eindelijk eens serieus aan hun studie te wijden, heeft tevens een veilinghuis. Mogelijk brengen de Cleveringa-documenten nog wat op? Bouma: ‘Ik heb de documenten laten schoonmaken bij het gemeentearchief. En ach, ik zou het liefste zien dat ze mooi ingekaderd, weer in het huis komen te hangen. Als de bewoners die er begin september weer intrekken er met respect mee omgaan tenminste.’

Hans van Scharen