counter free hit unique web
HOOFDARTIKEL - Mare 34, 16 juni 2005

Professor wordt popster: Carlo Beenakker op Lowlands

De ROCK ‘N’ ROLL van E=MC˛

Frank Provoost
Carlo Beenakker voor de Julliet-tent: 'Ik dacht dat het een nepuniversiteit was' (C) Niels Vinck Anderhalve week geleden op Lowlands: Foo Fighters, Queens of the Stone Age, Korn en… Carlo Beenakker. De natuurkundehoogleraar sprak er over de wetenschappelijk zin en onzin van de sciencefictionserie Star Trek. ‘’t Is showbusiness. Jij bent de popster!’

11.00 ‘Misschien liggen ze straks allemaal nog in hun tentje’, zegt Carlo Beenakker (45). De hoogleraar theoretische natuurkunde is zojuist aangekomen in Biddinghuizen, waar hij zal optreden op het driedaagse popfestival Lowlands. Bij de receptie staan ongeduldige managers te dringen om de juiste kleur polsbandjes en eetbonnen los te peuteren voor hun achter geblindeerde ramen verscholen artiesten. De natuurkundehoogleraar krijgt te horen waar hij zijn eigen auto precies moet parkeren.

Hij komt vandaag college geven aan de Lowlands University, voor deze gelegenheid opgericht door de Volkskrant en Coolpolitics, een stichting die maatschappelijke betrokkenheid van jongeren wil vergroten. Het concept ‘De professor als popster’ blijkt te werken. Als Ruud Lubbers de universiteit op vrijdag opent, kan hij rekenen op een warm onthaal van zowel pers (de term ‘Lubbers-idolaten’ valt) als publiek (dat scandeert: ‘Ruudje! Ruudje! Ruudje!’). Een dag later trekken ook Ronald Plasterk en Wubbo Ockels een volle tent.

Maar, waarschuwen de organisatoren: inmiddels is het zondag. ‘De derde dag; en gisteravond is iedereen echt laag gegaan.’ Mogelijk gevolg: ‘Het kan wat rustiger zijn.’ ‘Maakt me geen bal uit’, antwoordt Beenakker. ‘Ik praat ook voor zaaltjes met twintig man.’

11.20 ‘Maak je geen zorgen: je wordt gecued.’ Coolpolitics-medewerker Rindert de Groot loopt in een van de backstage-barakken het college ‘Science en Fiction van Star Trek’ nog eens door. Terwijl de wanden trillen vanwege de soundcheck van een naburige drumstel, legt hij uit hoe Beenakker met de laptop afbeeldingen van het ruimteschip Enterprise, wormgaten en teletransporters kan laten zien.

‘Oh boy’, zucht die even later als hem duidelijk wordt gemaakt dat hij niets van het publiek zal zien. ‘Dat is straks een zwart gat.’ Kan het zaallicht niet gewoon aan? Nee, vindt De Groot, want dat verpest het festivalgevoel. ‘’t Is showbusiness. Jij hebt drie spotlights op je staan. We moeten de afstand tussen jou en het publiek zo groot mogelijk maken. Jij bent de popster!’ Beenakker: ‘Ik ben docent! Ik wil de afstand met het publiek zo klein mogelijk maken.’ De Groot: ‘Je moet intiem worden met het zwarte gat.’

‘Ik zal blij zijn als het voorbij is’, zegt de hoogleraar tot slot. Hij heeft nog één vraag: ‘Wist Lubbers wat Lowlands was?’ De Groot: ‘Hij zei van wel.’

12.00 ‘Ik ben een ouwe zak’, bekent Beenakker tijdens de lunch. ‘Ik had nog nooit van Lowlands gehoord. Kijk Pinkpop; dat was er in mijn jeugd ook al. Maar Lowlands University: ik dacht dat het zo’n nepuniversiteit was, zoals Webster University.’ Niet dat het uitmaakt. ‘Wie me ook vraagt voor een lezing: ik kijk in mijn agenda en als ik kan, dan ga ik.’

‘Gaan’, zeiden zijn studenten toen hij voorzichtig naar Lowlands informeerde. ‘Daar komen 50 duizend mensen.’ Vandaar dat hij net onderweg even aan zijn drie zonen moest denken. Vandaag – 21 augustus – wonen zij in Keulen de slotmanifestatie van het bezoek van de Paus bij. ‘Daar zijn 700 duizend mensen.’ Maar helaas is deze parallel zojuist ‘tot minder grote proporties’ teruggebracht. ‘Ik hoorde net dat er in mijn tent maar 1200 mensen passen.’

12.45 In die tent hangt een muffe lucht van stof, gras en opgedroogd bier. Een enorm wit katheder op het podium dient tegelijkertijd als filmdoek waarop Star Trek-fragmenten te zien zijn. Al snel begint te tent vol te stromen met festivalpubliek in verschillende gradaties van hipheid: trendy middelbare scholieren, zwartgeverfde gothics, bierdrinkende hardrockers en slechts in te kort afgeknipte spijkerbroeken en kisten gehulde boeren.

Dan bestijgt de pedel van Lowlands University het podium. Hij stampt driemaal met zijn staf op de grond en brult ‘All rise’. Op het spreekgestoelte verschijnt de tekst: ‘Gaat u staan voor de professor’. Een kleine duizend man veert overeind. De letters ‘Carlo Beenakker’ flitsen van het podium. Onder een bulderend applaus komt Beenakker op. De duizend kelen juichen.

Hij wacht tot het stil is en begint dan: ‘Space. The final frontier.’ Eén iemand begint spontaan te klappen. De rest volgt.

Zijn betoog over de ‘cheats’ die de makers van de sciencefictionserie hebben gebruikt om de ‘wet van Newton uit te zetten’ (d.m.v. zwaartekrachtdempers) of hoe ze dankzij de Warp Engine de ‘maas in de wet Einstein’ hebben gevonden (sneller dan het licht reizen gaat niet, maar de ruimte opvouwen wel) slaat aan. De grap dat hij zich als wetenschapper zich nu eenmaal heeft te houden aan echte ‘autoriteitsbronnen’: terwijl Star Fleet, Technical Manual’ onder hem verschijnt (voor leken: dat is het technische Star Trek-handboek), doet het goed. Op de vraag ‘wie is van jullie is Trekkie’ gaan naar zijn mening ‘bovengemiddeld veel handen omhoog’.

Het is duidelijk: van dit publiek hoeft hij niets te vrezen. Nee, het zijn de andere tenten waartegen Beenakker moet knokken. Links wordt nog steeds een drumstel getest, vanaf de rechterkant schallen eerst technobeats de tent in, gevolgd door André Hazes. Om zijn toehoorders bij de les te houden - ‘want ik heb gehoord dat jullie vannacht laag zijn gegaan’ – looft hij daarom voor goede antwoorden op zijn vragen ‘een gratis backstage-bandje uit; strakjes af te halen achter in de tent’.

13.15 ‘Nu mogen jullie - net als bij een echte band – om verzoeknummers vragen. Bij die andere bands hier gaat dat toch ook zo? Dan schreeuw je toch gewoon wat je wilt horen?’ Gegniffel in de zaal.

Een jongen met een dikke, blote buik en een halve liter in de hand vraagt in Drents accent op wat voor brandstof de Warp Engine draait. Antwoord: door samenvoeging van materie en anti-materie zijn grote hoeveelheden energie te genereren, ‘geheel volgens E=MC˛’. Leuk bedacht hoor, vindt de hoogleraar, maar, ‘de massa die daarvoor nodig is, heeft 100 duizend de omvang van het ruimteschip. Hoe neem je dat mee in je machinekamer?’

Door fanaten met te ver afdwalende vragen laat Beenakker zich niet afleiden: ‘Ik heb niet voor niets van die mooie plaatjes meegenomen. Bijvoorbeeld van de Transporter.’ Applaus. Weer moet de fictie het afleggen tegen de wetenschap: de mens is te kwetsbaar om als Scotty te worden upgebeamd. Aangezien een klein beetje röntgenstraling al schadelijk is, gaat het omzetten van ‘its naar bits’ nooit lukken. Vergelijk het met een mp3: bij het veranderen van een muziekstuk in 1-en en 0-en gaat het al heel vaak mis. ‘Dan is het te link om een mens opnieuw in elkaar te zetten, zonder dat hij daarbij een of andere tumor oploopt.’ Conclusie: ‘Helaas. Geen Transporter.’

Dan verschijnt de pedel weer. Hij stampt zijn staf op de grond, en galmt: ‘Hora est!’

13.30 ‘Het was mooi. Backstage toont Beenakker zich tevreden. ‘Het is wel cool hier. Maar dat geluid in die tent. Verschrikkelijk!’ Misschien gaat hij nog naar de volgende Lowlandsprofessor Jelle Reumer luisteren (over seks bij dieren), maar bandjes kijken zal hij zeker niet.

‘Ik geef helemaal niet om muziek’, verklaarde hij al tegen de festivalkrant Daily Paradise. Ik heb er helemaal niets mee.’ De laatste keer dat hij harde muziek hoorde, moet in zijn Leidse studietijd zijn geweest, zegt hij, bij een van de spaarzame discotheekbezoeken. ‘Er waren van die avonden dat er geen ontkomen aan was. Vreselijk vond ik dat.’

En even later: ‘Ik ga lekker naar huis, ik moet nog koken.’
(C) Niels Vinck 'Als wetenschapper heb ik me te houden aan echte 'autoriteitsbronnen' (C) Niels Vinck (C) Niels Vinck