counter free hit unique web
CULTUUR - Mare 31, 26 mei 2005

Hoe Melis Stoke in Indië op stoom kwam

‘Op Neêrlands-Indië’s grondgebied/ is ’t leven fris en vrij./ Wij constateren dankbaar, dat/  Europa is barbaars en plat,/ en wij niet zijn als zij …’

Een-nul voor Indië, moet Melis Stoke gedacht hebben. Het alter ego van Herman Salomonson (1892- 1942) had het niet meer zo op Holland toen hij in de jaren twintig van de vorige eeuw als hoofdredacteur de Java-Bode leidde.

Hij was uit Amsterdam naar Indië gehaald om de krant van de ondergang te redden. Met succes, want binnen korte tijd steeg de oplage van de krant exponentieel. Dat kwam mede door de grote populariteit van zijn rijmkronieken, waarvan er zo’n duizend zijn ‘hoekje in de krant’ vulde. Of het nu ging over politieke misstanden zoals de roep om een ‘blank front’, dagelijkse beslommeringen of de groeiende populariteit van de lolly: alle facetten van het leven in Indië zette hij op rijm.

Vijftig van deze kronieken zijn nu verzameld door Gerard Termorshuizen, medewerker van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), in de bundel Ik kijk de kat uit de klapperboom. De titel is afkomstig uit de eerste bijdrage van Melis Stoke die al op de dag van zijn aankomst in de Java-Bode verscheen. ‘Ik stem mijn lier. Mijn liederketel/ geraakt inmiddels onder stoom./ Straks is de gloed niet meer te blussen./ Houdt u gereed… Ik kijk intussen/ de kat eens uit de klapperboom.’

En op stoom was Stoke zeker. Schreef hij eerder in Nederland wekelijkse rijmkronieken voor De Groene Amsterdammer, nu perste hij bijna dagelijks een rijmpje uit zijn pen. Al leek hem dat na het eerste jaar Java-Bode toch ook wat veel, zo liet hij de lezers weten. ‘Ik jaag u óngaarne de zinnen van streek./ Ge zoudt op den duur dit rubriekje gaan háten,/ met stenen gaan smijten en kwaad van mij praten./ Ik doe het dus hoogstens maar twee keer per week.’ Vele lezersreacties later was de hoeveelheid alweer opgeschroefd.

Het zijn rijmschema’s waar de huidige Dichter des Vaderlands Driek van Wissen zijn vingers bij zou aflikken. Maar, waarschuwt de samensteller vooraf: ‘Het spreekt voor zich dat we hier niet van doen hebben met “dichtkunst”, met Literatuur. We zouden Melis Stoke onrecht aandoen meer van hem te vragen dan hij wilde zijn (en gemeten naar zijn populariteit ook wás): een onderhoudend en amusant causeur.’

Diens drang naar ‘letterkundige activiteit’ en ‘de vrijheid van den onderzoeker en schrijver’ had hem ooit van de Technische Hogeschool verdreven. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verruilde hij daarom Delft voor het slagveld, waar hij chauffeur werd van een oorlogscorrespondent, die hij ook tijdelijk mocht vervangen.

Teruggekomen uit Indië zou hij de Tweede Wereldoorlog niet overleven. In 1942 werd hij in het concentratiekamp Mauthausen vermoord. Na de mobilisatie had hij als verbindingsofficier militaire berichten en waarschuwingen over de radio doorgegeven; een bezigheid waarvan hij jaren eerder min of meer zelf de primeur had beleefd.

In 1927 was hij er namelijk bij toen vanuit Den Haag de eerste radio-telefonische boodschap Indië wist te bereiken; een sensationele ervaring die hij in maar liefst veertien strofen euforisch had beschreven: ‘Dan… plots weerklinkt de telefoon:/ een telegram… de Mare/ dat ’t hier zojuist gesproken woord/ in Indië duidelijk is gehoord./ We zijn niet te bedaren,/ en juichen om wat onverklaard,/ als mysterie wordt aanvaard.’


Frank Provoost

Melis Stoke: Ik kijk de kat uit de klapperboom, Vijftig Indische rijmkronieken. Bijeengelezen en ingeleid door Gerard Termorshuizen, KITLV Uitgeverij, 135 pgs. € 12,50