HOOFDARTIKEL - Mare 06, 7 oktober 2004

Waar zijn de Staalgelden gebleven?

‘Weggerekend en Joost mag weten waarheen,’ zegt prof. Boot van Japans. ‘Het is volstrekt onduidelijk geworden in hoeverre ze nog in het Niet Westen worden gestoken’, zei scheidend CNWS-directeur Jarich Oosten deze maand in Letterennieuwsbrief Forum.

De Staalgelden: destijds door de overheid beschikbaar gesteld om de toekomst van de Kleine Letterenstudies veilig te stellen, maar nu blijkt er grote verwarring over bestaan en bestemming van het beschermingsgeld. Reden om de geschiedenis van de Staalgelden op een rij te zetten.

Letteren op de schop

Christiaan Weijts

De reorganisatie van de faculteit der Letteren kan beperkt blijven tot zes opleidingen in plaats van de elf die aanvankelijk getroffen zouden worden. Dit blijkt uit het reorganisatieplan. De betrokken opleidingen reageren gelaten. ‘Het is zonde en onverstandig.’

Zes opleidingen van de Leidse Letterenfaculteit zullen de komende maanden op de schop gaan en daarbij personeel verliezen. Voor de zomer leek het er nog op dat er elf opleidingen moesten reorganiseren, maar doordat veel oudere medewerkers gebruik maken van een aantrekkelijke regeling om vervroegd met pensioen te gaan, blijft het aantal gedwongen ontslagen beperkt.
Dat blijkt uit het plan dat het faculteitsbestuur heeft opgesteld voor de reorganisatie die de komende maanden plaatsvindt. Het plan is inmiddels door de faculteitsraad van een positief advies voorzien.

Omdat de faculteit op fikse tekorten afstevent, is vorig collegejaar besloten tot een ingrijpende bezuinigingsoperatie, waarbij de ‘kaasschaafmethode’ geen optie meer is, en opleidingen nu als geheel opnieuw ingericht moeten worden. Opleidingen die meer fte’s (voltijdbanen) huisvesten dan waar ze op basis van het bekostingsmodel recht op hebben, moeten deze overcapaciteit voor 1 januari 2005 versneld terugdraaien.

Bij vijf opleidingen waar deze zomer nog plaatsen op de tocht stonden, Klassieke Talen, Nederlands, Hebreeuws, Arabisch en Afrikaans, is er enige reden tot opluchting. Oudere medewerkers maakten er gebruik van een 57+-regeling, en enkele vacatures konden onbezet blijven.
De reorganisatie beperkt zich nu tot zes opleidingen: Italiaans, Slavisch en Ruslandkunde, Chinees, Japans, talen en culturen van Zuid-Oost-Azië en Oceanië (Indonesisch), en Talen en Culturen van Zuid- en Centraal Azië (TCZCA).

Voor Italiaans en TCZCA heeft de operatie tot gevolg dat beide één specialisme verliezen, namelijk 1 plaats voor Italiaanse letterkunde, en bij TCZCA het documentatiecentrum Zuid-Azië. Een herordening van de opleiding als geheel is niet meer nodig.

‘Voor mij persoonlijk is het natuurlijk heel vervelend’, reageert Netty Bonouvrié, van het op te heffen documentatiecentrum, ‘en ook voor de opleiding is het jammer dat deze georganiseerde aandacht voor Zuid-Azië nu weg valt. Het is de enige plaats in Nederland waar materiaal op het gebied van het moderne Zuid-Azië wordt verzameld.’ Het centrum is in 1987 opgericht met het doel om informatie over actuele politieke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in Zuid-Aziatische landen en het daaraan verbonden onderzoek beschikbaar te stellen. ‘Een deel van het materiaal wordt nu opgenomen in de bibliotheek van het instituut’, aldus Bonouvrié, die nog geen zicht heeft op een nieuwe functie.

Zwaarst getroffen wordt de opleiding Japans, die (na aftrek van het natuurlijk verloop en werknemers die op het vervroegd pensioen aanbod ingingen) 4,5 fte overcapaciteit heeft weg te werken. ‘Zonde en onverstandig’, oordeelt prof. dr. W.J. Boot, voorzitter van de opleiding. ‘Het betekent een extensivering van het onderwijs en een vermindering van het aantal disciplines.’ Vier specialismen die in Nederland uniek zijn, Japans recht, politiek, antropologie en economie, verdwijnen hierdoor.

‘Een land als Nederland zou iets aan deze vakken moeten doen.’ De bezuinigingen hebben volgens Boot gevolgen voor de aantrekkingskracht van Leiden. Boot: ‘Als trouw personeel hier na vele jaren ontslagen wordt, kijkt iedereen die een ander aanbod krijgt wel uit om naar Leiden te komen. Voorheen was er bescherming voor opleidingen als de onze in de vorm van Staalgelden, maar deze zijn weggerekend en Joost mag weten waarheen. Ergens tussen het college van bestuur en faculteit zijn ze verdwenen.’ Enige lichtpuntjes zijn het feit dat Koreaans, na veel protest en onderhandelen, behouden kan blijven en dat er in de nabije toekomst 2 fte bij komt voor nog nader te specificeren nieuwe functies die in de nieuwe constellatie nodig zijn.

Ook zijn collega prof. dr. B. Arps, voorzitter van de opleiding talen en culturen van Zuid-Oost-Azië en Oceanië (in de wandeling als ‘Indonesisch’ aangeduid), noemt de bezuinigingen ‘een vervelende toestand en onverstandig’, maar hoeft tot zijn opluchting niemand te ontslaan. Doordat de leerstoel Indonesisch vacant is, had Arps de keuze tussen iemand ontslaan of de leerstoel niet vervullen. ‘Dat dilemma was niet zo moeilijk’, zegt hij. Arps verwacht dat er binnen een of twee jaar weer ruimte in de formatie is om de leerstoel alsnog te herbezetten. ‘Bovendien hadden we de gelukkige omstandigheid dat er mensen op het punt stonden met pensioen te gaan en anderen al via natuurlijk verloop waren vertrokken.’

Met het schuiven van pionnen en het opnieuw inrichten van de opleiding wordt de benodigde formatiereductie alsnog bereikt. ‘Dat betekent wel dat de onderwijsbelasting toeneemt.’ Daarnaast blijft de leerstoel Austronesisch leeg en op het gebied van de kunstgeschiedenis wordt er ook bezuinigd. Arps: ‘Eigenlijk is het een dramatische toestand, maar ik geloof ook dat het faculteitsbestuur niet de schuldige is en geen andere keus heeft.’

Doordat de aparte bekostiging voor niet-westerse studies grotendeels is weggevallen, en het beschermingsgeld voor zogenaamde ‘Kleine Letteren’ niet meer apart geoormerkt wordt doorgegeven, vallen opleiding als Indonesisch nu onder hetzelfde financiële rekenmodel als de rest van de faculteit. ‘Dat rekenmodel is niet door de faculteit zelf bedacht, al is het natuurlijk ook niet door de Here God gegeven. De verantwoordelijkheid ligt ergens op een hoger niveau.’ Uiteindelijk is het volgens Arps ook een landelijke kwestie. Toch blijft hij optimistisch: ‘Ik zie zeker ruimte om, bijvoorbeeld met minor-majorcombinaties en een internationale master, nieuwe studenten aan te trekken. Het is nu een kwestie van schouders er onder.’

Ook bij Chinees is de ingreep aanzienlijk. Drie plaatsen verdwijnen. Opleidingsvoorzitter prof. dr. Axel Schneider: ‘Wij zijn het niet eens met de bezuinigingen. Het geld is wel degelijk beschikbaar.’ Het college van bestuur zou er volgens hem voor moeten kiezen om in onderzoek en onderwijs op het gebied van Azië en in het bijzonder Oost Azië te investeren. ‘De toekomst van de wereld zal namelijk enorm beïnvloed worden door deze regio.’

Slavische talen en Ruslandkunde blijken de reorganisatie alsnog zonder ontslagen te kunnen doorstaan, dankzij het feit dat er veel gebruik gemaakt is van de 57+-regeling. Zoveel zelfs, dat er nu een onderformatie is, en er nieuw personeel kan worden aangesteld. ‘Het is een zachte landing’, zegt voorzitter prof. dr. Jos Schaeken. ‘De opleiding moet nu vanaf de grond opnieuw worden opgebouwd’, De noodzakelijke bezuiniging van 0,4 fte die dan nog openstaat kan intern via een kaasschaafmethode worden opgelost. Concreet betekenen de bezuinigingen hier dat het evenwicht tussen taalkunde, letterkunde en taalverwerving hersteld moet worden, en er geen plaats meer is voor andere Slavische talen dan Russisch. ‘Dit kunnen studenten nog wel als bijvak in Amsterdam doen.’

De volgende stappen in de reorganisatie zijn het bespreken van het sociaal plan met faculteitsraad en college van bestuur, deze maand. Daarna start de herplaatsingsprocedure, maar het bestuur verwacht niet dat ontslagen medewerkers binnen de universiteit herplaatst kunnen worden. Met ingang van het komend kalenderjaar wil het faculteitsbestuur de opleidingen in hun nieuwe constellatie laten starten.

Christiaan Weijts